
Beiaard van A tot Z
100 klok- en beiaardtermen
Appeelkens

Appeelkens’ is de Middelnederlandse benaming van de voorslagklokjes die de eerste slag van de uurklok aankondigden. De term is afkomstig van het Franse appeaux, wat je kan vertalen als ‘wekkertjes’. De voorslag was de voorloper van de beiaardautomaat.
Arrangeren

Er bestaat een repertoire aan originele composities voor beiaard, maar uiteindelijk is de beiaard toch vooral een coverinstrument, een muziekkanaal dat een aangenaam of betekenisvol muzikaal decor biedt aan stedelingen. Als openbaar muziekinstrument speelt de beiaard dus muziek die een breed en divers publiek moet aanspreken.
Het bewerken of arrangeren van populaire melodieën en bekende klassieke muziek is een van de hoofdtaken van elke beiaardier.
Automatisch speelwerk

De meeste beiaarden zijn uitgerust met twee speelsystemen: een stokkenklavier waarop een beiaardier live musiceert en een automatisch speelwerk dat minstens eenmaal per uur een korte melodie laat klinken.
De geluidsdragers van de beiaardautomaten werden doorheen de eeuwen steeds compacter. Achtereenvolgens kende men de speeltrommel, het bandspeelwerk en het computerspeelwerk. Meer over deze technologieën lees je onder het betrokken trefwoord.
Bandspeelwerk
Na de Tweede Wereldoorlog werden geen grote metalen speeltrommels meer vervaardigd voor de beiaardautomaat. Ze werden opgevolgd door bandspeelwerken die je kan vergelijken met de kartonnen muziekboeken van bijvoorbeeld straatorgels. Een plastic band met ponsgaten passeert langs elektrische contacten. Telkens een gat voorbij een contact komt, wordt een elektromagneet in een speelhamer geladen, waardoor de hamer de klok aanslaat.
In de jaren ’80 van de vorige eeuw werd het bandspeelwerk verdrongen door het computerspeelwerk.

Barst

Bronzen klokken zijn duurzaam en robuust, maar af en toe barst er toch wel eentje. Dat gebeurt af en toe door beiaardspel, maar meestal tijdens het luiden. De kracht waarmee de klepel de klok aanslaat is dan immers groter.
Meestal is een barst dodelijk voor de klank van een klok. In het verleden werden gebarsten klokken hergoten en gingen ze dus in feite verloren; vandaag kan men ze herstellen door ze te lassen.
Beiaard
Zeg niet zomaar ‘beiaard’ tegen om het even welk klokkenspel.
Volgens de definitie van de Beiaardwereldfederatie is een beiaard een muziekinstrument met 23 of meer gestemde bronzen klokken dat voorzien is van een stokkenklavier. De meeste beiaarden bevatten echter minstens het dubbele aantal klokken.

Enkel in Vlaanderen is de term ‘beiaard’ de gebruikelijke naam voor een torenklokkenspel. In de meeste andere landen wordt het Franse woord carillon gebruikt. In Duitsland zegt men Glockenspiel of Carillon. In Nederland spreekt men meestal van carillon of klokkenspel wanneer men het over het instrument heeft, maar gebruikt men beiaard in samenstellingen en afleidingen: beiaardkunst, beiaardier, beiaardmuziek enz.
Beiaardier

Persoon die de beiaard bespeelt.
In het verleden waren beiaardiers meestal mannen. De laatste jaren hebben vrouwen hun achterstand deels ingehaald. Nochtans zijn bij de aangestelde beiaardiers de vrouwen nog in de minderheid, tenminste in Europa. In Noord-Amerika is de verhouding al vele jaren 50/50.
Wanneer een beiaardier wordt aangesteld als vaste bespeler wordt hij stadsbeiaardier, kerkbeiaardier, abdijbeiaardier, universiteitsbeiaardier of parkbeiaardier, afhankelijk van de status van zijn werkgever.
Beiaardschool
Beiaardier word je door het vak te leren. Sporen van opleiding tot beiaardier vinden we al rond 1480, wanneer een bayaerdere uit Aalst collega’s in Antwerpen en in Hulst inwijdde in het beiaardspel. Tot in het begin van de 20ste eeuw werden beiaardiers opgeleid in een individuele meester-leerlingformule. Op verschillende plaatsen in de wereld gebeurt het nog steeds op die manier.
In 1922 werd in Mechelen de eerste beiaardschool ter wereld opgericht. Vandaag is de Koninklijke Beiaardschool ‘Jef Denyn’ de grootste beiaardopleiding ter wereld. Een honderdtal studenten uit ongeveer 15 landen volgen er de lessen.
In 1953 werd in Amersfoort de Nederlandse Beiaardschool opgericht. Vandaag functioneert ze als een afdeling van het Muziekconservatorium van Utrecht.
In de Verenigde Staten krijgen de meeste aspirant-beiaardiers les aan een universiteit. Een aantal belangrijke universiteiten, waaronder Yale University, the University of Chicago, the University of Michigan en the University of California at Berkeley organiseren een beiaardleergang die door enthousiaste studenten wordt gevolgd.


Beieren

De techniek van het beieren (beyaerden in het Middelnederlands) is de directe voorloper van het handmatige beiaardspel. In de middeleeuwen bespeelden klokkenluiders bij feestelijke gelegenheden de luiklokken van kerktorens door aan touwen te trekken die aan de klepels van de klokken verbonden waren.
De traditie van het beieren is in onze streken in de 16de en 17de eeuw verdrongen door het melodische beiaardspel. In sommige delen van Frankrijk, Spanje, Zwitserland, Griekenland en Rusland wordt echter nog steeds naar hartenlust gebeierd.
Belfort

In de middeleeuwen werden in Vlaanderen, Henegouwen en Artesië stadstorens gebouwd die belforten werden genoemd. De naam verwijst naar de oudste functie van een belfort, die van klokkenstoel. In het hertogdom Brabant deed de belangrijkste kerktoren dienst als belfort.
Een groot aantal van de belangrijke burgerlijke beiaarden in België en Noord-Frankrijk hangen in een belfort.
Beroepsziekten

In tegenstelling tot wat je misschien verwacht, zijn er geen ziekten die specifiek verbonden zijn aan het beroep van beiaardier.
Sommige beiaardiers zijn hardhorig en andere collega’s hebben wel eens last van gewrichts- of spierpijn, maar deze aandoeningen doen zich vermoedelijk niet vaker voor bij beiaardiers dan bij gewone stervelingen. Bij de meeste beiaardiers beperken de fysieke afwijkingen zich tot een laagje eelt op beide pinken.
Bespeling

Een wekelijks concert dat vooral tot doel heeft om sfeer te scheppen in de omgeving van de beiaardtoren, wordt een bespeling genoemd. Het repertoire van bespelingen is meestal gevarieerd en gericht op het brede publiek. Tegenover de bespeling staat het zomeravondconcert.
Beyaerder

Ten laatste vanaf de 14de eeuw begonnen klokkenluiders op hun klokken te ‘klepelen’: de klokken werden niet geluid, maar aangeslagen door de klepels aan te trekken met touwen (zie beieren). De luiders werden dan ‘beyaerders’ genoemd. Vanaf de 16de eeuw werd een musicus die op de beiaard speelde ook ‘beyaerder’ genoemd. In de Nederlandse Republiek werd meestal gesproken van ‘beyerman’ of ‘klokspilder.’
Boventonen

Elke muzikale klank bestaat uit een grondtoon en een groot aantal boventonen, die samen het karakter van de klank bepalen. Bij de meeste muziekinstrumenten vormen de trillingsgetallen van de grondtoon en de boventonen de mooie rekenkundige reeks 1 – 2 – 3 – 4 – 5 – 6 enz. Deze eenvoudige verhouding tussen trillingsgetallen geeft muzikale tonen een aangenaam harmonisch karakter.
Een klok is echter een vast lichaam dat minder soepel trilt dan een snaar. De meest harmonische reeks boventonen die men in een klok kan creëren is de reeks 1 – 2 – 2,4 – 3 – 4 enz. Het getal 2,4 zorgt voor een opvallende kleine terts als vroege indringer binnen de rekenkundige reeks. In een c (do)-klok klinkt dus een Es (mi b) mee die sterk bepalend is voor haar klankkleur. Daarom ervaren musici met een scherp gehoor de klank van klokken als ietwat ‘vals’. Omwille van die opvallende terts noemen klokkenliefhebbers de klokkenklank daarentegen ‘rijk’.
Een klok bereikt het kleine-tertsakkoord niet vanzelf. Daartoe moet ze na het gieten bijgevijld worden aan haar binnenzijde. Meer hierover onder de term ‘stemproces’.
Broeksysteem

Het broeksysteem is een van de verbindingssystemen tussen de toetsen van het beiaardklavier en de klepels. Het werkt heel eenvoudig: een beiaardier drukt een toets in, die een verticale draad naar beneden trekt. Het boveneinde van die draad komt uit in een ring waarin ook twee andere draden samenkomen: een die naar de klepel loopt en een andere die naar een vast punt loopt. De verticale beweging van de klavierdraad trekt de twee andere draden aan, waardoor de klepel de klok aanslaat.
Het broeksysteem geeft de speler weinig controle over de beweging van de klepel. Toch werd het in het begin van de 20ste eeuw hardnekkig verdedigd door beiaardiers en historici in Nederland, die het beschouwden als het authentieke historische speelsysteem. Vandaag heeft het systeem plaats gemaakt voor het tuimelaarsysteem en is het enkel nog te vinden in enkele Nederlandse beiaarden die zijn gerestaureerd naar het oorspronkelijke speelsysteem.
Brons

Beiaardklokken worden gegoten uit brons. Brons is hard en duurzaam en heeft een hoge trillingsenergie, wat resulteert in een volumerijke klank met een lange uitklinktijd.
Brons is samengesteld uit koper en tin. Klokkenbrons bestaat uit ongeveer 80 % koper en 20 % tin. Een groter percentage tin maakt de klokkenklank helderder en verlengt de uitklinktijd, maar maakt het brons ook harder en dus brozer. Historische beiaarden bevatten tot 5% lood in het brons. Dat zorgt voor een kortere nagalm, iets dat vandaag ook wordt nagestreefd in historische replica’s en kamerbeiaarden.
Brons is onbeperkt recycleerbaar. Wanneer een klok niet meer voldeed, werd ze dan ook vaak als grondstof gebruikt voor een nieuwe klok. In oorlogstijd waren klokken door hun recycleerbaarheid extra kwetsbaar.
Campanologie

De term campanologie betekent ‘klokkenkunde’ en is afgeleid van het Latijnse woord campana, dat ‘klok’ betekent.
In enge zin verwijst campanologie naar de wetenschappelijke studie van de fysische eigenschappen van klokken en beiaarden. In ruimere zin valt omvat de campanologie ook de studie van historische, sociale en artistieke aspecten van klokken en beiaarden.
Campanoloog

Een campanoloog is een klokkenkundige of persoon die de campanologie beoefent. Aangezien dit geen beschermde titel is, kan iedereen deze term in zijn signatuur zetten.
Carillon

‘Carillon’ is de Franse term voor het instrument beiaard en is afgeleid van het Franse telwoord voor ‘vier’. Vanaf de 12de eeuw verwezen termen zoals carenon en careignon naar het bespelen van vier luidklokken door klepels aan te trekken. Deze speeltechniek, die in het Middelnederlands beyaerden werd genoemd, was de voorloper van het klavierspel op klokken.
De vaak gelezen bewering dat de term afkomstig is van een automatisch spel van vier klokjes, heeft geen enkele historische grond en dient dus uit alle publicaties geschrapt te worden.
De Franse term wordt intussen ook in verschillende andere talen gebruikt, waaronder het Engels. In Amerikaans Engels ligt de klemtoon op de eerste lettergreep, in Oxford English op de tweede en in het Frans uiteraard op de derde.
Compensatieveer

De weerstand van zware klepels kan worden verminderd door meetrekkende veren voor de klepels. De spanning van die veren kan worden bijgesteld volgens de wensen van de beiaardier.
De klepels van kleine klokken zijn daarentegen erg licht. Ze worden dan ook voorzien van ‘tegenwerkende’ veren. Meer hierover lees je onder de term repetitieveer.
Computerspeelwerk

Tegenwoordig zit de muziek voor de beiaardautomaat in MIDI formaat opgeslagen in de beiaardcomputer, een kastje dat ook de digitale aansturing van het torenuurwerk regelt. In de computer zit ook het jaarprogramma opgeslagen, met andere woorden, de bepaling welke melodie op welk uur en op welke dag moeten spelen.
Telkens wanneer de automaat moet spelen, geeft de computer impulsen aan elektromagnetische hamers die de klokken aanslaan. Indien de klokken ook aan een stokkenklavier verbonden zijn, wordt vandaag wel eens de voorkeur gegeven aan een systeem met pistons die de klaviertoetsen omlaagdrukken. In dat geval zijn de hamers niet nodig en speelt de automaat langs het klavier om op de klepels.
De computer is verbonden met het internet, zodat het opladen van melodieën op afstand kan gebeuren. Het instant afspelen van melodieën is mogelijk met een app op je een smartphone.
In Nederland heeft een groter aantal beiaarden hun historische speeltrommel behouden dan in België. Zij programmeren hun automaat nog steeds ter plekke op ambachtelijke wijze zoals hun collega’s enkele eeuwen terug deden. Dat werkje kan enkele dagen duren (zie speeltrommel).
Corrosie

Een van de voordelen van brons is dat het niet roest. Klokken kunnen dus weer en wind doorstaan. Door het contact met de lucht krijgen ze wel een dunne laag groenblauwe patina, die op zichzelf niet schadelijk is.
In een vervuilde omgeving kan klokkenbrons echter wel ernstig corroderen. Een dikke patinalaag remt de klankrijkdom van voornamelijk de kleine klokken af. Wanneer de patinalaag afschilfert, wordt de klokkenwand bovendien dunner, wat leidt tot een verlaging van de toonhoogte. Ook hiervan hebben de kleine klokken het meest te lijden.
Gelukkig is het klimaat voor klokkenbrons sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw sterk verbeterd. De grote boosdoener zure regen was immers het gevolg van de uitstoot van steenkool en zwavelhoudende brandstoffen, die intussen grotendeels uit de atmosfeer verdwenen zijn. Hopelijk blijft het zo.
Deeltonen

De deeltonen van een klok zijn de grondtoon plus haar boventonen (zie aldaar).
Draadregelaar

Een beiaardier kan slechts verfijnd spelen wanneer de klepel contact maakt met de klok, ook wanneer hij zacht speelt. De klepelbol mag echter niet blijven ‘plakken’ tegen de klokwand, want dan zou de klok een gesmoorde klank voortbrengen. De draden die van de toetsen naar de klepels lopen, moeten dus precies de juiste lengte hebben. Aangezien staal krimpt of uitzet onder invloed van temperatuurwisselingen, dient een beiaardier de draden boven alle toetsen dus bij te regelen voor elke bespeling. Dat kan eenvoudig door cilindertjes boven het klavier te draaien tot ‘het goed zit’.
Voorbijgangers die voor een bespeling doelloze klanken uit de toren horen komen, denken wel eens dat de beiaardier zijn instrument aan het stemmen is, zoals orkestmusici plegen te doen voor een concert. Niet dus.
Dynamische gelijkvormigheid

Een moeilijk woord voor een simpele regel: de grootte van een klok is omgekeerd evenredig aan haar toonhoogte.
Een voorbeeld: een klok met een onderdiameter van 1,5 m brengt een melodietoon c1 of ‘lage do’ voort. Een klok die half zo groot is (dus met een diameter van 75 cm) trilt precies dubbel zo snel en klinkt als c2 of ‘hoge do’.
Het gewicht van de tweede klok bedraagt echter niet de helft van die van de eerste, maar slechts 1/8. Ze wordt immers niet enkel de helft smaller, maar ook de helft minder diep en de helft minder hoog. Als de lage do 2.400 kg weegt, moet je dit gewicht driemaal delen door twee – of door acht – om het gewicht van de hoge do te bekomen. De kleinere klok weegt dus slechts 300 kg. Dit verklaart het gigantisch verschil in gewicht tussen beiaarden die slechts enkele tonen verschillen in toonhoogte, en ook het grote verschil in gewicht tussen de zwaarste en lichtste klok in een en dezelfde beiaard.
Het ontwerp van kleine beiaardklokjes is al eeuwen een kopzorg voor klokkengieters.
Als een klokkengieter de regel van dynamische gelijkvormigheid zou doortrekken tot in de kleinste klokjes, zou hij uitkomen op onhoorbare belletjes van minder een kilo. Zij lossen dat op door hun kleinste beiaardklokje groter te maken (waardoor ze lager zouden klinken), en een dikkere wand te geven, wat hun een hogere toonhoogte geeft. Kleine beiaardklokken zijn dus weliswaar licht in gewicht, maar zeer zwaar in verhouding tot hun kleine gestalte.
Elektromagnetische hamers

Elektromagnetische hamers en zijn de hamers van een computergestuurde beiaardautomaat. Telkens een klok moet klinken, wordt een spoel naast de hamer magnetisch geladen. De spoel trekt de steel van de hamer aan, zodat het slaglichaam aan de andere zijde van het draaipunt de klok aanslaat.
Galmborden

Galmborden zijn schuine planken die in galmopeningen van een klokkentoren worden aangebracht, niet alleen om regen en sneeuw buiten te houden, maar ook om de klank van klokken naar beneden te richten en een echowerking te creëren in de klokkenkamer; daardoor krijgen de klokken van een gelui of van een beiaard een mildere klank op de begane grond.
Gelijkzwevende stemming

De meeste muziekinstrumenten zijn vandaag gestemd in de gelijkzwevende stemming. Aangezien de meeste beiaarden dateren uit de 20ste eeuw, zijn ook de meeste toreninstrumenten gestemd in gelijkzwevende stemming. In deze stemming wordt het octaaf verdeeld in 12 halve tonen van gelijke grootte. Dat betekent onder meer dat muziek in elke toonaard goed klinkt in deze stemming.
De klokken van historische beiaarden zijn gestemd in de middentoonstemming die in de 17de en 18de eeuw gebruikelijk was (zie aldaar).
Gietproces

Net zoals voorwerpen in ijzer, plastic, was en chocolade, worden klokken gemaakt door vloeibare materie onder hoge temperatuur in een vorm te gieten en te wachten tot het het materiaal in de vorm afgekoeld is.
Omdat klokken hol zijn, is zowel voor de binnenwand als voor de buitenzijde een mal of gietvorm nodig. De mallen worden opgebouwd van binnen naar buiten. Eerst wordt de kern gevormd en met een sjabloon afgeboord totdat ze de vorm heeft van de binnenwand van de latere klok. Daarop wordt de valse klok, een exact model van de te gieten klok, aangebracht en afgeboord met een tweede sjabloon. Indien gewenst worden hierop in was opschriften en versieringen aangebracht. De valse klok wordt tenslotte bedekt met een mantel.
Traditioneel bestaan de vormen uit leem. Vandaag wordt ook gebruikt gemaakt van industrieel vormzand. Zodra de drie onderdelen gedroogd zijn, wordt de mantel van de valse klok gelicht. De valse klok wordt afgebroken en de mantel wordt weer op de kern geplaatst. In de lege ruimte die ontstaan is door het verdwijnen van de valse klok, wordt vloeibaar brons gegoten op een temperatuur van ongeveer 1.050 graden Celsius.
Na het afkoelen wordt de klok gekuist, gestemd (zie: stemproces) en nog eens mooi gepolijst. Dan is ze klaar om te verhuizen naar een toren.
Deze tekst is slechts een zeer ruwe samenvatting van een zeer ingewikkeld en risicovol productieproces. Don’t try this at home.
Grand Carillon

De Amerikaanse beiaardcultuur wijkt op verschillende punten af van de Europese traditie. Dit heeft een nieuw type beiaarden doen ontstaan dat de naam kreeg American Grand Carillon. Om Grand Carillon genoemd te worden, moet een beiaard minstens 30 ton wegen en moet hij minstens 53 klokken tellen, waaronder extra pedaalnoten die doorlopen tot lage sol.
Hamer

De beiaardautomaat en de uurslag maken meestal gebruik van hamers. Het slaglichaam van een hamer is meestal niet bolvormig, in tegenstelling tot dat van een klepel. Het belangrijkste verschil tussen klepel en hamer is het bevestigingspunt van de steel. Bij een klepel bevindt zich dat in de binnenkant van de klok; bij de hamer ligt het aan de buitenkant.
Hergieten

Klokken worden soms vervangen, hetzij doordat ze gebarsten en daardoor niet meer bruikbaar zijn, hetzij doordat men niet meer tevreden is over hun kwaliteit. Aangezien klokkenbrons duur is, werd een te vervangen klok tot een eind in de 20ste eeuw hergoten. Ze werd gesmolten en met het beschikbare brons werd een nieuw exemplaar vervaardigd. De nieuwe klok kreeg meestal de naam van haar voorganger en soms ook dezelfde versieringen.
De gewoonte om klokken te hergieten heeft als gevolg dat het grootste deel van de historische klokken verloren is gegaan. Met enige zin voor romantiek zou men kunnen stellen dat hun geest nog aanwezig is in de klank van nieuwe klokken. Gelukkig vallen oude klokken tegenwoordig niet meer ten prooi aan de smeltoven. Ze worden bewaard als museumstuk of als monument.
Hollandse speelwijze

In het begin van de 20ste eeuw pasten Nederlandse beiaardiers meestal een sobere, ’rechtgeaarde’ speelwijze toe die recht deed aan de uitklinktijd van klokken. De meest typische exponent van deze stijl was Jacob Vincent, de beiaardier van het Paleis op de Dam in Amsterdam.
In die tijd deed in Vlaanderen onder invloed van de Mechelse beiaardier Jef Denyn een romantische en dynamische speelwijze opgang met dynamische contrasten, snelle loopjes en ruim gebruik van tremolospel. Die ‘bourgondische’ speelwijze botste in het Noorden aanvankelijk op grote weerstand.
Vandaag kan je het verschil in speelstijl tussen Nederlandse en Vlaamse beiaardiers nauwelijks nog onderscheiden. Nederlandse beiaardiers hebben het kleed van orthodoxe soberheid afgelegd en hun Vlaamse collega’s onthouden zich van de romantische excessen waaraan vooral de navolgers van Denyn hun publiek blootstelden.
Klankkleur

De klankkleur of het timbre van een klok wordt bepaald door vele factoren: haar toonzuiverheid, de aan- of afwezigheid van zwevingen in de klank en de relatieve sterkte en uitklinktijd van haar belangrijkste deeltonen.
Die klankfactoren worden dan weer bepaald door vele facetten van het productieproces: de vorm van de klok, de samenstelling van het brons, de kwaliteit van het gietwerk, het tempo van afkoeling van het brons en de nauwkeurigheid van het stemwerk.
Ook het materiaal en het gewicht van de klepel zijn van belang. Ook mag je ook de invloed van de klokkenkamer als klankkast van de klok niet vergeten. Tenslotte heeft ook de luisteromgeving enige impact. In de bebouwde kom zal een beiaard agressiever klinken dan in een groene zone.
De klankkleur van klokken en beiaarden is geen exacte wetenschap. Net zoals wijnkenners verschillende voorkeuren hebben, lopen ook de meningen over de klankkleur van beiaarden sterk uit elkaar. En naar het schijnt went de klank van een minder goede beiaard, zodra je maar lang genoeg in zijn omgeving woont.
Klavier

Op het eerste gezicht heeft het beiaardklavier niets gemeen met het klavier van een piano of orgel. De toetsen zijn geen vlakke drukknoppen in wit of zwart, maar afgeronde stokken van ongeverfd essen- of eikenhout – vanwaar de logische term ‘stokkenklavier’.
Bij nader toezien zie je wel gelijkenissen. Net zoals bij andere klavierinstrumenten liggen bij het beiaardklavier de lage noten links en de hoge noten rechts; en de kruisen en mollen zitten bovenaan gegroepeerd in serietjes van twee en drie zoals bij de zwarte toetsen van de piano.
Bij nader toezien zie je wel gelijkenissen. Net zoals bij andere klavierinstrumenten liggen bij het beiaardklavier de lage noten links en de hoge noten rechts; en de kruisen en mollen zitten bovenaan gegroepeerd in serietjes van twee en drie zoals bij de zwarte toetsen van de piano.
De beiaardier drukt het uiteinde van de stokken in met de gesloten vuist of met de open hand, afhankelijk van de muziek of zijn technische voorkeur. De klepels van de ca. 20 zwaarste klokken zijn ook verbonden met een pedaal. Wat de pianist met zijn linkerhand doet, doet de beiaardier met zijn voeten.
Er is al sprake van een stokkenklavier in de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwetoren in 1482. Sinds de 17de eeuw heeft het klavier geen fundamentele wijzigingen ondergaan, buiten een aantal ergonomische verbeteringen. Pogingen uit de 19de en 20ste eeuw om het stokkenklavier te vervangen door een toetsenklavier met mechanische, pneumatische of elektrische verbindingen, waren geen succes. Tot op vandaag blijft het stokkenklavier met draadverbinding, ondanks zijn eerder ambachtelijk uiterlijk, de beste garantie voor virtuoos, transparant en expressief beiaardspel.
Vanaf de 20ste eeuw werd gestreefd naar een klavier met standaardmaten. Vandaag zijn drie standaarden erkend: de Noord-Amerikaanse uit 1981, de Noord-Europese uit 1983 en het klavier 2000, dat de beste elementen van de eerste twee standaarden combineert. Dit laatste werd in 2006 erkend door de World Carillon Federation (Beiaardwereldfederatie) als derde mogelijke standaard en wordt daarom WCF-standaard genoemd.
Klepel

De klepel is het slaglichaam dat de klok doet klinken. De klepel scharniert boven in de klok en eindigt onderaan in een verdikking die meestal bolvormig is.
De klepel is het slaglichaam dat de klok doet klinken. De klepel scharniert boven in de klok en eindigt onderaan in een verdikking die meestal bolvormig is.
De klepel van een luidklok hangt vrij in de klok en beweegt tijdens het luiden in twee richtingen. De klepel van een beiaardklok hangt daarentegen slechts op 2 à 3 cm van de binnenwand van de klok en is met een draadverbinding verbonden met het klavier. Het indrukken van een toets beweegt de klepel in de richting van de klok, waardoor deze gaat trillen en klank geven.
In het verleden werden klepels meestal in ijzer gesmeed door een lokale smid; vandaag zijn ze van gietijzer of een legering van messing en worden ze geleverd door de klokkengieter. Het gewicht en de hardheid van de klepel hebben grote impact op de klankkleur van de klok. Het materiaal van de klepel mag nooit harder zijn dan het klokkenbrons. Door intens gebruik kan een klepelbol afgeplat geraken, wat resulteert in een schrille klokkenklank. Daarom moeten klepelbollen na een aantal jaren gedraaid, bijgeslepen of vervangen worden.
Klok

Het is niet eenvoudig om een heldere definitie te geven van de term ‘klok’. Een poging: ‘Een klok is een hol en kelkvormig voorwerp dat ontworpen is om klank te produceren door aangeslagen te worden.’ Merk op dat in deze definitie geen melding wordt gemaakt van plaats, grootte of materiaal. Klokken vind je op alle plaatsen, in alle maten en in alle materialen. Zowel een Zwitserse koebel van 100 g als een 100 ton wegende klok uit het Verre Oosten vallen onder de noemer ‘klok’.
Klokken kende men al in de oudheid en tot vandaag is de variant in brons nog steeds de meest performante niet-versterkte klankproducent ter wereld. Een bronzen klok verenigt het beste van drie werelden: een hoog volume, een herkenbare toonhoogte en een aangenaam klankverloop. Dit laatste wordt gegarandeerd door een sterke ‘attaque’ die wordt gevolgd door een natuurlijke nagalm.
De term ‘klok’ is van Keltische oorsprong. Een ‘glogga’ was de handbel die Ierse monniken in de vroege middeleeuwen bijstond in hun predikingstochten, ook op het Europes continent. Hun prediking heeft taalkundige sporen nagelaten in grote delen van Europa: klok, Glocke, cloche… Zelf het Russische ‘kolokol’ is afgeleid van het Keltisch, hoewel de Ierse predikers daar nooit geweest zijn.
Klokkenkamer

Wat de klankkast is voor een piano, orgel of snaarinstrument, is de klokkenkamer voor de klokken. De klokken van de meeste beiaarden hangen samen in één klokkenkamer; voor zware exemplaren heb je er soms twee boven elkaar nodig. De eigenschappen van de klokkenkamer hebben invloed op de klank die de luisteraar buiten ervaart. Klokkenkamers waren er meestal al voor er een beiaard in werd gehangen en zijn dus zeer divers: je hebt klokkenkamers op grote hoogtes en klokkenkamers vlak bij de begane grond; je hebt zogenaamde gesloten klokkenkamers met veel muuroppervlak en galmborden in de vensters en je hebt open torens zonder muren; je hebt torens in baksteen, in zandsteen of in beton, en ga zo maar voort.
Naar de akoestiek van de klokkenkamer moet nog veel onderzoek gebeuren. In het algemeen kan je stellen dat de muren in een gesloten klokkenkamer echo’s produceren, vooral in de lage tonen en dat ze hoge tonen absorberen en afremmen. Zulk een beiaard klinkt op de begane grond warm en mild, maar kan ook leiden tot een wollige klokkenklank. Een beiaard in een toren met weinig muurruimte of een beiaard in een open constructie heeft geen klankkast. De luisteraar hoort de klokken ‘zoals ze zijn’, met hun rijk boventoonpalet en zonder de milderende werking en echowerking van de gesloten toren. Dat leidt tot een transparant en gestructureerd klankbeeld waarin je elke klok afzonderlijk duidelijk hoort.
Klokkenspel

In Nederland wordt een beiaard vaak klokkenspel genoemd. De term wordt ook gebruikt voor andere muziekinstrumenten die een klokachtige klank produceren, zoals het Glockenspiel of metallofoon, of het buisklokkenspel.
De term klokkenspel heeft ook een afgeleide betekenis. Voor details verwijzen we naar websites die zich richten naar een volwassen publiek.
Klokkenstoel

De klokken van de meeste beiaarden hangen samen in een stevige constructie, die klokkenstoel wordt genoemd. In het Frans spreekt men van ‘beffroi’, wat een aanduiding is voor het feit dat een belfort oorspronkelijk een constructie was om klokken in te hangen.
De meeste klokkenstoelen zijn vervaardigd uit eikenhout. Tegenwoordig worden ook metalen klokkenstoelen vervaardigd.
Een klokkenstoel moet niet alleen stevig zijn. Hij moet ook voldoende flexibel zijn, vooral als er luidklokken in hangen. Hij moet immers de sterke zijdelingse krachten opvangen die ontstaan tijdens het luiden.
Kroon

De kroon is de zesarmige constructie die dient om de klok te bevestigen aan een dwarsbalk. De kroon trilt niet mee met de klok en heeft dus geen invloed op haar klank. Omdat je klokken ook rechtstreeks kan bevestigen aan een balk, worden vandaag de meeste klokken gegoten zonder kroon. Dat is 8% brons uitgespaard.
Lantaarn

Vooral in Nederland vindt men lantaarntorens. Dat zijn open torens met verticale stijlen als dragende elementen.
Lantaarns zijn vooral geschikt voor lichtere beiaarden. Een lantaarn mist enkele akoestische voordelen van de gesloten toren, maar heeft de aantrekkelijke eigenschap dat de klokken zichtbaar zijn voor het publiek.
Lassen

van gebarsten klokken.
Klokken die gebarsten waren vonden vroeger een roemloos einde in de smeltoven. Ze waren niet meer bruikbaar en werden als onderdeel van de betaling voor de nieuwe klok bezorgd aan de klokkengieter.
Een stoutmoedig ambachtsman waagde zich al eens aan het ‘lappen’ van zulk een klok, in een poging om het effect van de barst ongedaan te maken. Maar dat leidde zelden tot succes. Vandaag zijn enkele firma’s in staat om gebarsten klokken te lassen zodat ze ‘weer als nieuw zijn’. De barst wordt uitgefreesd, waarna de de klok wordt ingepakt en opgewarmd tot ongeveer 500 graden Celsius. Men druppelt vloeibaar brons in de barst en laat de klok langzaam afkoelen. Na herstel klinkt een klok soms zelfs beter dan voor ze barstte.
Luiden

Je hoort wel eens ‘De beiaardier luidt’ of ‘Het luidt drie uur.’ Fout. Correct is: ‘De beiaardier speelt’ en ‘Het slaat drie uur.’ In beide situaties worden klokken aangeslagen terwijl ze stil hangen, terwijl ze tijdens het luiden heen en weer bewegen met vrij hangende klepel.
Het klokluiden gebeurt vandaag nog maar zelden door klokkenluiders met het luidtouw. In de loop van de 20ste eeuw werden de meeste luidinstallaties voorzien van luidmotoren. In de voorbije jaren zijn er vooral in Nederland een aantal lokale klokkenluidersgilden opgericht, die de vroegere traditie van het manueel klokluiden nieuw leven inblazen.
Ook in grote organisaties vind je tegenwoordig klokkenluiders. Die hangen misbruiken en corruptie aan de grote klok.
Luisterplaats

Een beiaard heeft de gehele stad als luisterplaats. Op vele plekken word je echter geconfronteerd met lawaai van het verkeer en tussenliggende gebouwen. Daarom zoekt men voor de bijzondere publieksconcerten naar een ideale luisterplaats. Beiaardliefhebbers willen immers ook het zachtste nootje van het kleinste klokje horen.
Een goede luisterplaats ligt 50 tot 200 meter van de toren, biedt een ongehinderd zicht op de toren, is niet omringd door muren of gebouwen die hinderlijke echo’s geven, is verkeersvrij en bij voorkeur groen. Dat laatste is niet enkel aangenamer, maar heeft ook een milderende invloed op de klankkleur van de klokken.
Manuaal

Het onderdeel van het stokkenklavier dat met de handen of vuisten wordt bespeeld, wordt manuaal genoemd. Hier tegenover staat het pedaal, dat met de voeten wordt bespeeld.
Marktbespeling

In de zomer geeft een beiaardier vaak concerten die een gemotiveerd publiek aantrekken. Daarnaast verzorgt hij of zij wekelijkse bespelingen, vaak het hele jaar door. De beiaardier speelt dan niet voor een gemotiveerd concertpubliek, maar voor iedereen die zich, meestal toevallig, binnen luisterbereik van de beiaard bevindt.
In veel steden vinden bespelingen plaats gedurende de wekelijkse markt, reden waarom ze vaak marktbespelingen genoemd. De marktdag is niet het beste ogenblik om in stilte naar de beiaard te luisteren, maar aangezien de beiaard tijdens een wekelijkse bespeling vooral een aangename sfeer moet creëren, wordt dit niet als een groot probleem ervaren.
Melodietoon
Net als bij andere muziekinstrumenten ontstaat de klank van een klok uit het samenspel van een groot aantal deeltonen. Bij de meeste muziekinstrumenten wordt enkel de laagste deeltoon of grondtoon bewust gehoord. Dit is dan ook de melodietoon.
Bij klokken is de laagste deeltoon echter niet de melodietoon. Dat is de slagtoon, een fantoomklank die wordt gevormd in ons brein. Meer hierover kan je lezen bij slagtoon.
Middentoonstemming

Als je naar een piano kijkt, tel je tussen een noot C (do) en de daaropvolgende noot C (do) twaalf witte en zwarte toetsen. Een octaaf is dus verdeeld in twaalf halve tonen. De afstand tussen elke halve noot is dezelfde. Dat lijkt logisch, maar tot ongeveer 1750 was dat niet het geval. In de baroktijd was een andere stemming gebruikelijk, de zogenaamde middentoonstemming. Die stemming was een variant op de Pythagoreïsche stemming, die gebaseerd was op de getallenleer van de Griekse filosoof Pythagoras. Over de verschillende stemmingen en hun voor- en nadelen zijn vele boeken volgeschreven en tot op vandaag is het vraagstuk van de stemmingen een populair discussieonderwerp onder musici en wetenschappers.
Laat me hier kort zijn: in tegenstelling tot in de huidige stemming was in de middentoonstemming Fis (fa kruis) niet gelijk aan Ges (sol mol), maar een tikkeltje lager. Hetzelfde gold voor de andere wijzigingstekens. Zangers en bespelers van strijkinstrumenten konden beide noten zonder probleem uitvoeren. De makers of stemmers van toetsinstrumenten moesten voor de zwarte toetsen echter de keuze maken of ze die zouden stemmen als kruis of mol. Het gevolg van die keuze was dat stukken met veel kruisen of mollen aan de sleutel ontzettend vals klonken. Stukken met weinig kruisen of mollen aan de sleutel klonken daarentegen harmonieuzer en rustiger dan in de huidige stemming. Onze huidige stemming heet gelijkzwevende stemming, wat betekent dat alle toonafstanden een beetje vals klinken, maar allemaal in dezelfde mate. Praktische bruikbaarheid heeft het hier gehaald van rekenkundige orthodoxie.
Wat is het belang van dit alles voor de beiaard? Beiaarden uit de 17de en 18de eeuw waren gestemd in middentoonstemming. Een aantal van die instrumenten zijn bewaard gebleven en klinken dus nog boven onze steden. In grote steden als Amsterdam, Utrecht, Antwerpen, Brugge en Gent hoor je nog steeds de historische middentoonstemming over de stad galmen. Als je als beiaardier op een van deze beiaarden speelt, dien je je repertoire te beperken tot stukken die passen bij de beperkingen van de middentoonstemming. Anders verspreid je valse klanken over de stad.
Mobiele beiaard

Vandaag vind je naast torenbeiaarden ook mobiele beiaarden. Dat zijn pop-up beiaarden die op een plek verschijnen en dan weer verdwijnen.
De eerste mobiele beiaarden werden in het midden van de 20ste eeuw vervaardigd door klokkengieters als promotie-instrument. De jongste kwarteeuw is het aantal mobiele beiaarden sterk toegenomen. Niet enkel organisaties, maar ook individuele beiaardiers lieten een mobiele beiaard vervaardigen. Vandaag ligt hun aantal wereldwijd rond de dertig. De meeste instrumenten hebben een totaal klokgewicht van 2 à 3 ton, wat relatief licht is. Ze klinken dus hoger dan de meeste torenbeiaarden.
Er bestaan drie types mobiele beiaarden. De rijdende beiaard is gemaakt voor outdoor gebruik. Hij is meestal bevestigd op een truck of aanhangwagen en kan gemakkelijk vervoerd worden. Je ziet en hoort hem op jaarmarkten, outdoor muziekfestivals en dergelijke. Hij is een excellente ambassadeur voor de beiaard omdat hij het publiek in close contact brengt met beiaardier, klavier en klokken. Anderzijds benader je hem best niet te dicht, omdat hij schade aan je gehoor kan toebrengen.
De podiumbeiaard is aangepast aan gebruik binnenshuis. Hij bestaat uit verschillende modules die door een gemiddelde deur kunnen gerold worden. Het geluid van de klokken is discreter gemaakt door aan het brons wat extra lood toe te voegen, wat de nagalm korter maakt. De podiumbeiaard biedt vooral meerwaarde in het samenspel met andere instrumenten.
Tot slot heb je nog enkele hybride instrumenten, die je zowel binnen als buiten kan gebruiken.
Het is mogelijk dat er zich de toekomst een specialisatie zal ontwikkelen met enerzijds sedentaire beiaardiers die torens blijven beklimmen in opdracht van een openbaar bestuur of organisatie en anderzijds nomadische beiaardiers die tournees maken met hun persoonlijk instrument.
Oefenklavier

Net als andere musici dient een beiaardier muziek in te studeren voor hij of zij die foutloos kan spelen. Aangezien de beiaard een openbaar muziekinstrument is, kan het gebruik van een torenbeiaard als oefeninstrument ernstige gevolgen hebben voor het welbevinden van de buurtbewoners. In het verleden hebben beiaardiers die het aandurfden te studeren op hun torenbeiaard, meermaals gezorgd voor lokale relletjes die de media haalden.
Gelukkig hebben beiaardiers al sinds het einde van de 16de eeuw een oefenklavier ter beschikking om te studeren.
Een oefenklavier ziet er precies uit als een beiaardklavier. De oudste oefenklavieren waren verbonden met kleine klokjes. De meeste oefenklavieren vandaag produceren muziek door middel van gestemde klankstaven. De laatste jaren zijn digitale oefenklavieren sterk in opmars. Die hebben het voordeel dat je verschillende types beiaardklokken kan weergeven via samples. Bovendien kan je oefenen met hoofdtelefoon, zodat je je huisgenoten niet te pas en te onpas getuige maakt van de resultaten van je studeerarbeid.
Het spreekt voor zich dat lessen aan beginnende beiaardstudenten ook plaatsvinden op het oefenklavier. Gevorderde studenten krijgen de kans om hun ingeoefende stukken ook te spelen op een torenbeiaard. Dit geeft brengt hun niet enkel in contact met de ‘touch’ en de klankontwikkeling van een echte beiaard, het geeft hun ook de ervaring om te spelen voor publiek – ook als dat publiek onzichtbaar.
Je kan een oefenklavier niet van het rek halen in de muziekwinkel of bestellen via bol.com. Ze worden vervaardigd op bestelling en vormen dus een zware last voor een beiaardiersbeurs. Jonge beiaardiers kunnen daarom terecht op het oefenklavier van een opleidingsinstituut.
Opleiding

Je wordt beiaardier door dit vak te leren. Gezien de beperkte markt voor beiaardiers, kan je hiervoor niet aan elke muziekacademie terecht.
In de Lage Landen bestaan er drie gespecialiseerde opleidingen. De Koninklijke Beiaardschool ‘Jef Denyn’ in Mechelen is het oudste en grootste opleidingsinstituut. Aan de Luca School of Arts, campus Lemmens in Leuven kan je een masterdiploma in beiaard behalen. In Nederland kan je beiaardier worden door les te volgen aan de Nederlandse Beiaardschool in Amersfoort, die een onderdeel is van HKU Utrechts Conservatorium. Deze opleidingen trekken ook studenten aan uit het buitenland.
Op andere plaatsen in Europa worden opleidingen in beiaardspel aangeboden op kleinere schaal. In Noord-Amerika wordt het vak van beiaardier onderwezen aan een aantal universiteiten die over een campusbeiaard beschikken.
Opnamen

Sinds de technologie van audio-opnamen bestaat, wordt beiaardspel opgenomen. Eerst waren dat 75 toerenplaten; daarna kwamen achtereenvolgens radio, elpee, radio’s, cd en verschillende online platformen.
Het opnemen van beiaardmuziek betekent een uitdaging voor de opnametechnicus –de term nachtmerrie is wellicht gepaster in deze context. Een torenbeiaard kan je nu eenmaal niet proppen in een opnamestudio. Micro’s die te dicht bij de klokken worden geplaatst, leiden tot een onevenwichtig klankbeeld; micro’s die te ver van de klokken staan, nemen ongewenst omgevingslawaai op. Beiaardiers moeten de muziek inblikken zonder al te veel herhalingen te spelen, gelet op het welbevinden van de buurtbewoners. Ten slotte is het knip- en plakwerk in de montage achteraf moeilijker omwille van de nagalm van de klokken, alhoewel dat met de huidige technologie steeds beter lukt.
Opnamen zijn een uitstekend middel om de klankuitstraling van een beiaard los te koppelen van de onmiddellijke omgeving van de toren. Wanneer je luistert naar opgenomen beiaardmuziek mis je wel de ambiance van de stad, die een belangrijk onderdeel is van de authentieke beiaardbeleving.
Opschriften

De meeste klokken bezitten een identiteitskaart. Die bevindt zich op hun flank, onuitwisbaar gegoten in brons.
Veel klokken dragen een naam. Kerkklokken dragen meestal een heiligennaam, zoals Maria, Salvator en Barbara. De namen van profane klokken verwijzen naar een vorst of held – Carolus, Roeland. Gewijde klokken vermelden meestal hun peter en meter. Gesponsorde klokken verwijzen vaak naar de genereuze schenker. Zo verwijzen de Antwerpse beiaardklokken Ani en Line verwijzen naar aniline, een product van BASF en draagt de basklok van de beiaard van Puurs het logo van Duvel (waar is de tijd dat klokken nog duivels uitdreven). Andere klokken verwijzen naar hun functie, zoals poortklok, werkklok en Ruymstraete of naar een spirituele missie (Liberty Bell, vredesklok…).
Sommige klokken spreken de kijker rechtstreeks aan en vertellen in het Latijn of in de volkstaal waar ze voor dienen: ik beween de doden, ik verjaag het kwade… En klokken vermelden hun geboortejaar- en plaats. Teksten op klokken bevatten dus interessante informatie voor historici. In onze klokkentorens hangt een heus historisch archief.
Omwille van budgettaire redenen worden klokken van nieuwe beiaarden en beiaardautomaten vaak niet meer voorzien van opschriften en versieringen. Deze naam- en datumloze exemplaren zijn de sans-papiers onder de klokken.
Ornamenten

De meeste klokken hangen in een duistere klokkenkamer, onzichtbaar voor de luisteraars. Toch zijn de meeste klokken mooi om naar te kijken. Ze zijn min of meer uitbundig versierd.
Voor klokornamenten bestaan er geen vaste regels, maar wel regionale tradities. In West-Europa zie je op de meeste historische klokken onder de schouder een of twee doorlopende friezen met een repetitief siermotief. Op de flank staat vaak een grotere afbeelding zoals een heiligenbeeld, een portret, een wapenschild of een logo.
Net als de opschriften worden de versieringen in vloeiende was gegoten in een matrijs. Na afkoeling worden ze met de hand aangebracht op de valse klok, zodat ze achteraf in spiegelschrift worden afgedrukt in de mantel. Vervolgens wordt in die ruimte het brons gegoten.
Voor de klank van de klok is het belangrijk dat de versieringen, net als de opschriften, niet ‘te dik’ op de klok gegoten worden. Opschriften in hoog reliëf zouden de symmetrie van de klok aantasten, wat kan aanleiding geven tot zwevingen in de klank.
Patina

Patina is de groenkleurige laag die klokken net als bronzen standbeelden krijgen na jarenlange blootstelling aan lucht. Meer informatie hierover vind je bij corrosie.
Pedaal

Net als een orgel bezit de beiaard een pedaal waarmee noten worden gespeeld. Het beiaardpedaal bedient de ongeveer 20 zwaarste klokken van de beiaard. De begeleidingsstem in beiaardmuziek wordt dus meestal met de voeten gespeeld. Soms is het omgekeerd en speelt de beiaardier met de voeten lage, gedragen melodieën die begeleid worden door snelle hoge noten in de handen.
De coördinatie van voeten en vuisten is een van de moeilijkste aspecten van het beiaardspel. Veel doen!
Pianoklavier

De jongste twee eeuwen is geregeld gepoogd om klassieke stokkenklavieren te vervangen door pianoklavieren met mechanische, pneumatische of elektrische verbindingen naar klepels of hamers. Tot nu hebben die pogingen niet geleid tot een blijvend succes (zie klavier).
Pinkbeschermer

Op oude foto’s zie je wel eens beiaardiers met indrukwekkende handbeschermers die wat weg hadden van handschoenen. Dat is niet verrassend, want tijdens een bespeling maken beide pinken meerdere duizenden malen contact met de klavierstokken. Bovendien waren vroegere klavieren taaier dan die van vandaag.
Later namen de beschermingsmiddelen bescheidener vormen aan in de vorm van vilten kokertjes die je om je pink deed. Als jonge beiaardier bestelde ik die bij een schoenmaker die ze uitsneed en stikte op maat van mijn pinken.
De meeste beiaardiers spelen vandaag zonder bescherming. Dat is met de huidige ergonomische klavieren niet meer nodig. Bovendien wordt aan de meeste scholen vandaag eerder een duwtechniek aangeleerd dan de karatetechniek van onze voorgangers.
Pinnen

De krammen die in een speeltrommel worden gestoken, worden pinnen, stiften of nootjes genoemd.
De plaats van de pinnen op de speeltrommel bepaalt de muzikale inhoud van de automatische beiaardmuziek. Een beiaardier beschikt over verschillende soorten pinnen, zodat de afstand tussen twee trommelgaten, die trommelmaat wordt genoemd, in een fijne onderverdeling kan worden overbrugd en men tot zestiende noten kan programmeren. Sommige automatische speelwerken beschikken over een tweede serie pinnen waarmee je triolen kan programmeren. Er bestaan ook pinnen met twee bekjes om herhaalde noten te spelen.
Wanneer de speeltrommel draait, duwen de pinnen hefbomen omhoog. De andere zijde van de hefbomen gaan naar omlaag en trekken draden aan. Daardoor worden hamers aan de buitenzijde van klokken opgetild. Zodra de pin de hefboom is gepasseerd, valt deze weer in rusttoestand en valt de hamer op de klok. De hamer wordt door een veer onmiddellijk weer van de klok weggetrokken, zodat deze ongehinderd kan uitklinken.
Profiel

Het profiel of de vorm van een klok is een van de belangrijkste influencers van de klokkenklank. De klokvorm die we vandaag kennen is geleidelijk ontstaan uit verschillende middeleeuwse voorlopers. Achtereenvolgens kende West-Europa de helmvorm, het bijenkorfprofiel, het suikerbroodprofiel en het gotisch profiel.
Elke klokkengieter beschikt over een overgeërfd of zelfontworpen klokprofiel dat volgens hem de mooiste klank geeft. Sommige gieters geven de voorkeur aan een zwaar profiel, andere aan een lichter profiel. Dezelfde toonhoogte kan je immers realiseren met een grote en dikke klok en met een kleinere en dunnere klok. Het klankkarakter van beide klokken is wel verschillend.
Vandaag kunnen klokprofielen vooraf uitgerekend en getekend worden door de computer. Als klant kan je de klank van de toekomstige klok zelf beluisteren via de computer. Deze technologie is onder meer nuttig wanneer nieuwe klokken moeten worden toegevoegd aan een historische klokkenreeks.
Zie ook sjabloon.
Regen

(foto Yakup Karatosun).
De meeste muziekinstrumenten zijn niet bestand tegen regen. Beiaardklokken hebben hier probleem met neerslag, zolang de regen niet zuur is (zie corrosie). Er zijn talrijke voorbeelden van beiaardklokken die eeuwen in weer en wind hebben gehangen zonder nadelige gevolgen voor hun klank.
Uiteraard moet het beiaardklavier beschermd zijn tegen regen, sneeuw en wind. Daarom staat het in een waterdichte cabine. De openingen in het dak waardoor de klavierdraden lopen, zijn waterdicht dankzij de waterkering. Dit zijn plastic parapluutjes die aan de klavierdraden bevestigd zijn en die glijden over koperen kokertjes op het dak van de cabine.
Repertoire

Over het gepaste repertoire van de beiaardier zijn al liters inkt gevloeid en talrijke scherpe woorden gevallen.
Voor een genuanceerd antwoord dient de vraag opgesplitst te worden in twee deelvragen. De eerste onderzoekt welk repertoire is op muzikaal vlak geschikt voor als beiaardmuziek; de tweede stelt de vraag welk repertoire vanuit maatschappelijk oogpunt geschikt is voor de beiaard.
De eerste vraag is het gemakkelijkst te beantwoorden. Er is een ruime consensus over welke muziek het mooist klinkt op klokken. Handleidingen voor het componeren en bewerken voor beiaard geven dan ook meestal gelijklopende adviezen: schrijf geen te drukke muziek, zeker niet voor de zware klokken; vermijd dikke akkoorden en complexe meerstemmigheid; breng voldoende afwisseling qua sfeer. Kortom, hou de muziek verstaanbaar en boeiend. Vaak houden componisten nog onvoldoende rekening met de uiteenlopende toonhoogtes van verschillende instrumenten. Een stuk dat op een zware beiaard mooi klinkt, kan slecht klinken op een lichte beiaard en vice versa.
De tweede vraag heeft geleid tot soms passionele debatten, wat te maken heeft met de dubbele natuur van de beiaard. Technisch is hij duidelijk een muziekinstrument. Vanuit het perspectief van de luisteraar is hij echter een communicatiekanaal dat wekelijks een muziekprogramma uitzendt vanuit een toren. Anders dan bij een radio kan het publiek het beiaardkanaal niet uitzetten of van post veranderen.
De spanning tussen instrument en kanaal plaatst beiaardiers voor moeilijke keuzes. Enerzijds is het aantrekkelijk en uitdagend om muziek te laten klinken die het beste uit de klokken haalt; anderzijds is het voor een beiaardier als publiek musicus een plicht om rekening te houden met de diversiteit van het publiek dat zich tijdens zijn concert in omgeving de toren bevindt.
Repetitieveer

Wie een muziekinstrument bespeelt, moet soms dezelfde noot snel na elkaar herhalen. Om dat mogelijk te maken is een piano bijvoorbeeld voorzien van een repetitiemechaniek: meteen nadat het vilten hamertje de snaar of snaren heeft aangeslagen, valt het even terug, zodat het ogenblikkelijk klaar is voor de volgende aanslag.
Een beiaard bezit een vergelijkbare mechaniek voor de kleinere klokken. Achter de klepels zitten veren die deze meteen terugtrekken na de aanslag, zodat de beiaardier klokken zeer snel na elkaar kan bespelen. Zo kan hij of zij een grote virtuositeit ontwikkelen en een soepel en expressief tremolospel uitvoeren.
Repetitieveren hebben nog een tweede functie. Aangezien ze zich bevinden tegen de richting van de klepel in, verzwaren ze de weerstand van de toetsen aan de rechterzijde van het stokkenklavier. Zo wordt het grote verschil ten opzichte van de zware klepels van de grote klokken verkleind.
De trekkracht van de veren is regelbaar, zodat het klavier kan afgesteld worden naar de wensen van de beiaardier.
Repetitieveren worden enkel aangebracht bij kleinere klokken. De klepels van grotere klokken vallen immers snel genoeg terug omwille van hun eigen gewicht. Die klepels worden vaak voorzien van compensatieveren, die de omgekeerde werking hebben: ze verkleinen de weerstand van de toetsen in het basregister.
Restaureren

De historische beiaarden die tot ons gekomen zijn, hebben geleden onder de tand des tijds. Hun klokken zijn gecorrodeerd, zeker als ze in een vervuilde omgeving hebben gehangen, en de speelinrichting geraakt versleten door langdurig en soms intens gebruik. Bovendien leggen historische beiaarden hun bespeler muzikale beperkingen op door hun kleiner aantal klokken, die bovendien in de ‘oude’ middentoonstemming gestemd staan. Hun klavieren wijken af van de huidige standaardmaten, maken overdadig lawaai en ga zo maar door. Kortom, hier moet iets gebeuren.
Maar dan stelt zich een dilemma: moet een restauratie dit stuk erfgoed weer in de oorspronkelijke toestand brengen of ga je het instrument ‘upgraden’ en geschikt maken voor de luisteraars van de 21ste eeuw? De afgelopen decennia heeft men resoluut de weg van vernieuwing gekozen. De meeste beiaarden die vandaag ‘historisch’ worden genoemd, zijn bijgevolg nieuwe instrumenten met oude klokken – die dan nog vaak herstemd zijn en het gezelschap kregen van nieuwe collega’s. De muziek wint erbij, het erfgoed verliest.
Wanneer je een instrument wil terugbrengen naar de oorspronkelijke situatie, stoot je op nieuwe problemen, aangezien over de oorspronkelijke speelinrichting van de meeste beiaarden weinig of niets bekend is en je je dus moet baseren op veronderstellingen en vergelijkingsmateriaal van andere beiaarden. Restaureren is beredeneerd gokken.
De keuze tussen restaureren en renoveren is dus een moeilijke evenwichtsoefening tussen erfgoedzorg en muziek.
Sierringen

Op de meeste klokken zie je boven en onder de slagring een aantal horizontale lijnen die in reliëf in het brons gegoten zijn en die helemaal rondom de klok gaan. Ze hebben geen functie voor de klank en spelen enkel een rol als ornament. Ze zijn een verre herinnering aan de middeleeuwse klokgietkunst, waar zulke ringen als eenvoudige versieringen op klokken werden aangebracht. Klokkengieters deden dat door inkervingen te maken in de valse klok of door er rondom een touw in was of hennep op te leggen. Vandaag worden de sierringen gevormd door kleine inkepingen in het buitensjabloon.
Sjabloon

De meeste klokkengieters beschikken over een reeks standaardsjablonen voor hun gebruikelijk bedrijfsprofiel (Koninklijke Eijsbouts, Asten).
Er was een tijd waarin klokkengieters hun klokvormen in leem en was vormden met de hand. Zij werkten ongeveer zoals een pottenbakker zijn potten in klei vormt, behalve dat de klok werd gevormd rond een horizontale spil, dus als het ware aan het spit.
De gevolgen van dit handwerk waren voor de klok negatiever dan voor de pot. Een pot die niet perfect symmetrisch is, oogt sympathiek omdat ze haar ambachtelijke oorsprong zichtbaar maakt; een asymmetrische klok is minder aantrekkelijk, aangezien ze een klank vol onaangename zwevingen voortbrengt.
In de 14de eeuw deed zich in het klokkengieten een revolutie voor dankzij de introductie van het sjabloon. Dankzij dit hulpmiddel werden binnen- en buitenprofiel van de valse klok symmetrisch afgeboord. Zo kreeg je een voorspelbare klokvorm en een grotere kans op een welluidende klok. Bovendien kon de klokkengieter dankzij herbruik van de sjablonen nieuwe klokken maken met hetzelfde profiel als de oorspronkelijke.
Waar komt dit sjabloon nu plots vandaan? Vermoedelijk werd het na de introductie van buskruit in Europa eerst gebruikt in de geschutgieterij heeft het via die weg de klokkengieterij bereikt. Die weg was niet lang, want de meeste klokkengieters goten ook kanonnen. Samengevat: een kanon met een symmetrische loop schiet juister en een symmetrische klok klinkt juister.
Slagring

Twee hamers in beweging richting slagring. Het aanslagpunt is op de klok duidelijk te zien (historische stadsbeiaard Mechelen).
Wanneer je een klok aanslaat op verschillende hoogtes van haar flank, hoor je verschillende klanken. Afhankelijk van de plaats waar je klopt, klinken immers sommige deeltonen sterker en andere zwakker. Dat betekent dat er een optimale plaats moet zijn om de klok aan te slaan met het oog op een mooie klank. Dit is de plaats waar de klokwand het dikst is, vlak boven de lip. Daarom heet deze plaats de slagring.
Een klepel slaat de klok aan aan de binnenkant van de slagring, een hamer doet dit aan de buitenzijde. Het klankresultaat is hetzelfde.
Slagtoon

De slagtoon vind je niet terug in de vibraties van een klok. Hij wordt geconstrueerd door het menselijk brein.
Een klokkenklank komt tot stand door het samenspel van talrijke deeltonen. Die worden voortgebracht door de verschillende snelheden waarmee een klok gaat trillen wanneer ze wordt aangeslagen. Die deeltonen doen gekke dingen in ons brein en zorgen ervoor dat we naast de ‘echte’ deeltonen ook andere tonen horen of menen te horen. Dit zijn onder meer verschiltonen en residutonen. Elk van ons hoort die fantoomtonen in meer of mindere mate. We delen dus dezelfde akoestische illusie.
De belangrijkste imaginaire toon is de slagtoon. Dat is een metaalachtige toon die zo luid klinkt op het ogenblik van de aanslag dat ons brein hem gelijkstelt met de toonhoogte van de klok. Daarom wordt de slagtoon ook melodietoon genoemd. De slagtoon verdwijnt meteen en maakt plaats voor de ‘echte’ deeltonen.
Door langdurige observaties zijn akoestici erachter gekomen dat de slagtoon precies een octaaf lager ligt dan de vijfde deeltoon van de klok. Over de exacte oorsprong van de slagtoon zijn wetenschappers het echter onderling nog niet eens. De slagtoon is dus een fantoomtoon in meerdere betekenissen.
Speeltrommel

Aan het einde van de 14de eeuw werden torenuurwerken uitgerust met een voorslag. Dat was een mechanisme om de eerste slag van de uurklok te laten voorafgaan door een waarschuwingssignaal op enkele kleine klokken.
Zodra het aantal klokjes groter werd, ontgroeide het aandrijfmechanisme het uurwerk en ontstond de zogenaamde speeltrommel, een cilinder in smeedijzer, gietijzer of messing. In het oppervlak waren gaten geboord die de geheugenruimte van de speeltrommel vormden. De muziek werd bepaald door de positie van pinnen die in de gaten werden gestoken door een uurwerkmaker of beiaardier. Het plaatsen van een nieuw muzikaal programma op de speeltrommel werd versteek genoemd. Een versteek duurde enkele dagen tot een week, afhankelijk van de hoeveelheid muziek die werd geprogrammeerd. In vorige eeuwen werd soms maandelijks verstoken. Men kan de versteek beschouwen als een vroege vorm van digitale programmering. De beiaardiers waren de vroegste programmeurs.
De meest gesofisticeerde speeltrommels werden geproduceerd in de 18de eeuw. Ze speelden achtmaal per uur en konden tot tien minuten muziek per uur bevatten. Het aandrijfmechanisme was een gewicht van meerdere honderden kilo’s, zoals een molensteen of een afgedankt kanon. Meestal werd een trommel gegoten door een klokkengieter en werden de gaten achteraf geboord door een uurwerkmaker.
Na 1950 werden nieuwe beiaarden voorzien van compactere automaten dan speeltrommels, zoals bandspeelwerken en computerspeelwerken. Veel historische beiaarden hebben hun mechanische speeltrommel bewaard en hun bespelers versteken dus nog steeds muziek zoals hun voorgangers.
Stemproces

Wanneer een pas gegoten klok uit de gietvorm komt en gekuist is, is ze nog niet klaar voor gebruik. Ze moet nog naar de stemkamer voor een finishing touch. Daar wordt ze ondersteboven op een draaibank geplaatst en snel om haar as gedraaid. Intussen vijlt de stemmer brons weg op verschillende hoogtes aan de binnenzijde van de klok. Op die manier worden minstens de laagste vijf deeltonen van de klok op de juiste toonhoogte gebracht. Door de wand te verdunnen doet de stemmer de deeltonen zakken in toon – iets dat tegen de intuïtie van de meeste buitenstaanders indruist. Om het stemmen mogelijk te maken, worden klokken iets dikker gegoten dan ze uiteindelijk zullen worden.
Het stemmen is een bijzonder ingewikkeld proces. De vijf deeltonen reageren immers alle op de verdunning van de klokwand, maar niet op elke plek in dezelfde mate. Stemmen is dus een spel van geven en nemen en de stemmer moet de bereikte toonhoogte voortdurend controleren met behulp van de computer. Als hij te veel brons heeft weggehaald, is de klok verloren, want brons toevoegen is niet mogelijk. De klok mag dan weer in de smeltoven in en de klokkengieter moet helemaal terug naar start.
Een beiaardklok moet zowel inwendig als ten opzichte de andere klokken in de reeks correct gestemd worden. Dat gebeurt voor elke deeltoon tot het niveau van ongeveer 5% van een halve toon. Voor luidklokken ligt de lat minder hoog. Sommige klokkengieters stemmen hun luidklokken zelfs helemaal niet.
Eens een klok correct gestemd is, behoudt ze haar toonhoogte voor eeuwig, tenzij ze wordt aangetast door zure regen (zie corrosie).
De eerste klokkengieters die in staat waren om klokken zuiver te stemmen, waren de gebroeders Hemony. Zij werden hierin geadviseerd door de blinde beiaardier en blokfluitspeler Jacob Van Eyck. In 1644 goten zij voor de Wijnhuistoren in Zutphen de eerste zuiver klinkende beiaard uit de geschiedenis. Na hun dood ging de kennis over het klokken stemmen gedeeltelijk verloren. In de romantiek beschouwden sommige klokkengieters het uitdraaien van klokken zelfs als een aantasting van hun integriteit. Pas in de 20ste eeuw kregen klokkengieters, deels op basis van wetenschappelijk onderzoek, de techniek van het klokkenstemmen weer onder de knie.
Stemming

De stemming is het systeem volgens hetwelk het octaaf – de afstand van lage C (do) tot hoge C (do) – in twaalf halve tonen wordt verdeeld. Moderne beiaarden zijn gestemd in gelijkzwevende stemming, die het octaaf in twaalf gelijke stukken deelt. Tot en met de 18de eeuw werden beiaarden gestemd in middentoonstemming, die streefde naar reine grote tertsen. Enkele uitzonderingen zijn gestemd in de antieke Pythagoreïsche stemming, waarin niet de tertsen, maar de kwinten rein zijn. Elke stemming heeft haar voor- en nadelen.
Stokkenklavier

Het klavier van een beiaard wordt ‘stokkenklavier’ genoemd omdat de toetsen de vorm hebben van stokken. Moeilijker moet dat niet zijn.
Temperatuur

Temperatuurswisselingen zijn een nachtmerrie voor muziekinstrumenten, of toch voor hun bespelers. Wanneer het koud wordt, dalen snaarinstrumenten zoals een piano in toonhoogte en stijgt de toonhoogte van het orgel en andere blaasinstrumenten. Hoe zit dat met de beiaard?
Wanner klokken het koud krijgen, krimpen ze een beetje en gaan ze een tikkeltje hoger klinken. Wanneer het heet is, zetten ze uit en zingen ze een toontje lager. ‘Een toontje’ is veel gezegd, want het verschil in toonhoogte is nauwelijks merkbaar. Een verschil van 30 graden Celsius leidt slechts tot een toonverandering van 1/10 van een halve toon – bijna niets dus. Bovendien is de krimping of uitzetting bij alle klokken van een beiaard verhoudingsgewijs dezelfde. Een beiaard gaat bij extreme temperatuurswisselingen dus niet vals klinken. De invloed van de omgevingstemperatuur op een beiaard is dus verwaarloosbaar.
Temperatuursveranderingen hebben wel hoorbare invloed op de speelinrichting van de beiaard. De draadverbindingen tussen toetsen en klepels krimpen immers wanneer het kouder wordt. Daardoor verkleint de afstand tussen klepelbol en blijft de klepelbol na aanslag even ‘plakken’ aan de klok. Het gevolg is een lelijke ketelklank.
Omgekeerd zetten de draden bij warm weer uit en vergroot de afstand tussen klepelbol en klok. Wanneer de beiaardier dan subtiele zachte passages speelt, raken de klepels de klokken helemaal niet en hoort de luisteraar beneden niets.
De oplossing voor dit probleem zijn draadregelaars, een voor elke toets.
Terts

De terts is een belangrijke toonsafstand in de klokgieterij, want ze bepaalt sterk het klankkarakter van de klok.
Voor de niet-musici onder de lezers: de roep van de koekoek is een terts: ‘koe-koe !’. Wanneer je niet het geluk hebt nog een koekoek waar te nemen in de vrije natuur, kan je je oor te luisteren leggen bij de koekoeksklok.
Je hebt twee soorten tertsen: de grote en de kleine. De grote is een afstand van twee tonen, bijvoorbeeld van C (do) tot E (mi). Het is een ‘open’ en opgewekt interval. De kleine is een half toontje kleiner, bijvoorbeeld van C (do) tot Es (mi bemol). Ze klinkt ‘gesloten’ en melancholisch. In de westerse muziek is het tertsinterval bijzonder belangrijk omdat een grote invloed heeft op de emotionele kleur van de muziek.
Nu naar de klok. Elke muzikale klank is het resultaat van een groot aantal deeltonen die samen de globale klank vormen. Bij de meeste muziekinstrumenten is de eerste terts in de reeks deeltonen een grote terts en is ze slechts de vijfde in de reeks. Bij klokken komt ze echter al op de derde plaats (zie boventonen); ze is luid, klinkt lang uit en is bovendien een kleine terts. Daarom klinkt een klok ‘anders’ dan de meeste andere muziekinstrumenten. Haar klank is ‘compact’ en volgens sommigen ook enigszins zwaarmoedig.
Klokkengieters hebben er lang over nagedacht hoe ze die kleine terts in hun klokken het best zouden stemmen om wrijvingen met de deeltonen van andere klokken te vermijden. Gewoon klein, of rein klein, of ergens tussen kleine en grote terts in? Of misschien wel als een grote terts, waar een klokkengieter in 1985 in gelukt is?
Laten we die vragen over aan de campanologen. Feit is dat de terts prominent aanwezig is in de klok, hoe groot of hoe klein ze ook is, en dat ze zich voortdurend mengt met andermans zaken, dus met de deeltonen van naburige klokken, waarmee ze in confrontatie gaat. Het resultaat? Wrijvingen, zwevingen, tonale onduidelijkheid. Gelukkig hoor je van dat alles niet veel op de begane grond, ver van het strijdgewoel daarboven in de klokkenkamer.
Tijdmeting

Al in de oudheid zocht de mens manieren om vat te krijgen op de voortgang van de tijd. De stand van de hemellichamen, het druppelen van water van het ene in het andere vat, de tijd die een kaars nodig heeft om op te branden: het kon allemaal dienen als tijdmeter.
Aan het einde van de 13de eeuw deed een onbekend genie in Engeland een revolutionaire uitvinding: het raderuurwerk. Dit tuig zette de voortglijdende tijd om in regelmatige snokjes van een tandwiel. Vijftig jaar later sloegen raderuurwerken in Italiaanse torens de uren op grote bronzen klokken. En nog eens een halve eeuw later werden raderuurwerken in Frankrijk en de Lage Landen uitgerust van een voorslag, een ‘alert-signaal’ op een tweetal klokken om de omwonenden voor te bereiden op het tellen van de nakende uurslagen. Die voorslag groeide in de Lage Landen uit tot de beiaardautomaat.
Deze geschiedenis van de tijdmeting in twee alinea’s toont aan dat het oeroude verlangen van de mens om de tijd te meten een van de wortels van de beiaard is.
Toonzuiverheid

Een pianostemmer zorgt ervoor dat elke snaar van een piano juist staat ten opzichte van de andere snaren. Hij moet zich niet bekommeren om de toonzuiverheid van elke snaar afzonderlijk, want elke snaar die je afzonderlijk aanslaat, klinkt zuiver ‘in zichzelf’. Dat komt omdat de deeltonen van een snaar altijd, zonder uitzondering, een mooie harmonische serie vormen.
Verrassend genoeg kan een klok wél vals klinken in zichzelf. Een pas gegoten klok laat immers niet automatisch een mooie opeenvolging van deeltonen horen. Daarom moet ze na het gieten naar de stemkamer. Ze wordt dan niet enkel gestemd om haar in lijn te brengen met de andere klokken, maar ook om met zichzelf in het reine te komen (zie stemproces).
Toren

De meeste beiaarden hangen in een toren en heten daarom ‘torenbeiaard’, ter onderscheid met mobiele beiaarden.
De toren is een wezenlijk onderdeel van de beiaard: hij biedt hoogte aan de klokken, zodat de beiaardmuziek over de daken van de omliggend gebouwen raakt en in licht gefilterde vorm de begane grond bereikt; hij is een klankkast die echowerking creëert en de klokkenklank milder maakt; en hij biedt voor de beiaardier bescherming tegen regen en wind.
Meer over de akoestiek van de toren vind je onder klokkenkamer.
Tractuur

De tractuur (letterlijk ‘treksysteem’) is de verbinding tussen de klavierstokken en de klepels. Ze bestaat uit verticale draden die vanuit de toetsen naar omhoog lopen, horizontale of schuine draden die de klepels aantrekken en roterende winkelhaken die beide draden met elkaar verbinden. Ook de trekveren voor of achter de klepels behoren tot de tractuur.
Een goede tractuur is als een goede koersfiets: stevig, licht en instelbaar naar je wensen.
Transpositie

Elke beiaard klinkt anders, niet enkel in klankkleur, maar ook qua toonhoogte. Bij sommige beiaarden klinkt een C (do) in het klavier gewoon als C (do), maar bij de meeste beiaarden is dat niet het geval. Als je bij sommige beiaarden een C (do) aanslaat, hoor je een D (re), bij andere een F (fa), bij nog andere een As (la bemol) en ga zo maar door. In vakjargon zegt men dat de meeste beiaarden transponeren. Dat is best verwarrend voor beiaardiers met een absoluut gehoor. Zij horen immers een andere toon dan degene die ze op het klavier aanslaan.
Waarom maken klokkengieters het zo ingewikkeld?
Dat heeft te maken met het budget van de klant. Een standaard beiaard die niet transponeert, heeft een totaalgewicht aan klokken van ongeveer 15 ton. Wanneer een koper het bedrag voor zoveel ton klokkenbrons niet kan ophoesten, bestelt hij een beiaard met lichtere klokken. Een beiaard die een toon hoger klinkt, weegt immers slechts 70% van de eerste. Heb je nog niet voldoende budget, dan ga je nog een toon hoger, want dan betaal je slechts de helft van het bronsgewicht (namelijk 70% x 70%). En ga zo maar door.
Omgekeerd kiezen klanten met diepe zakken wel eens voor een beiaard die naar beneden transponeert. Oliemagnaat John D. Rockefeller jr. kocht rond 1930 voor zijn Riverside Church in New York City een beiaard van 92 ton aan klokkenbrons. Zo werd hij wereldrecordhouder beiaard, een record dat standhield tot in 2023.
Naast het budget speelt ook de architectuur van de toren een rol bij de keuze van een beiaard. Soms is een klokkenkamer niet ruim en stevig genoeg om een zware beiaard te dragen. Dan moet de koper zich beperken tot een lichte beiaard die naar boven transponeert.
De toonhoogte van een beiaard heeft invloed op zijn muzikale eigenschappen. Een zware beiaard kan een hoog volume ontwikkelen en bezit een lange nagalm; een licht instrument klinkt minder expressief en heeft een fris en tintelend karakter. Eigenlijk zijn het twee verschillende muziekinstrumenten, zoals een contrabas en een viool ook verschillende instrumenten zijn.
Tremolospel

Bij tremolospel worden twee of meer noten een tijdlang snel afwisselend gespeeld, zodat een trillend effect ontstaat. Zo kunnen musici de illusie creëren van een aangehouden, expressieve toon. Jazzpianisten maken vaak gebruik van deze techniek. Ook krekels spelen tremolo.
Het tremolo-instrument bij uitstek is de mandoline, het instrument met de dubbele snaren. Daarom wordt tremolospel wel eens ‘mandoline-effect’ genoemd. You love it or you hate it.
Ook de beiaard kan er wat van. Omdat kleine klokken in een beiaard vaak kort van stof zijn, worden ze in langzame melodieën wel eens getremoleerd. De beiaardier speelt er twee tot vier tegelijk en wisselt ze af in een hoog tempo. Zo ontstaat de illusie van een aangehouden melodietoon die kan aanzwellen en afnemen in intensiteit.
Tremolospel is een typisch romantisch effect dat aan het einde van de 19de eeuw in de beiaardkunst geïntroduceerd werd door de Mechelse beiaardier Jef Denyn. Het is lange tijd het handelsmerk geweest van de Vlaamse beiaardiers, soms tot misprijzen van collega’s uit Nederland en Noord-Amerika.
Aangezien de nagalm van kleine klokken vandaag in het algemeen langer is dan die van vroeger, is tremolospel minder noodzakelijk om ze meer ‘jus’ te geven. De techniek wordt echter vandaag nog steeds dankbaar aangewend om opera-aria’s en andere romantische stukken met een lange adem een grotere expressieve zeggingskracht te geven op beiaard. Werkt het best bij valavond.
Trillingsfiguren

Wanneer een klok wordt aangeslagen, trilt ze aan verschillende snelheden of frequenties tegelijk. Het is moeilijk om je dit intuïtief voor te stellen, maar dankzij verfijnde meetapparatuur kunnen trillingsfiguren visueel worden weergegeven. Elke frequentie vervormt het lichaam van de klok op een andere manier en vormt dus een eigen trillingsfiguur.
Elke frequentie creëert een andere deeltoon binnen het klankuniversum van de klok.
Tuimelaarsysteem

Het tuimelaarsysteem is de meest gebruikte speelinrichting in beiaarden. Het werkt heel eenvoudig. Aan elke klaviertoets zit het uiteinde van een draad die naar boven loopt en die uitkomt op de horizontale arm van een winkelhaak. Wanneer je een klaviertoets indrukt, draait die arm naar beneden, zodat de verticale arm van de winkelhaak zijwaarts draait. Op die tweede arm bevindt zich het uiteinde van de klepeldraad, die de klepel naar de binnenwand van de klok trekt.
De winkelhaak wordt tuimelaar genoemd. Er bestaan twee varianten: het systeem met tuimelaarassen en het systeem met gerichte tuimelaars.
Het tuimelaarsysteem is al enkele eeuwen oud, maar werd vervolmaakt en gepropageerd door de Mechelse beiaardier Jef Denyn vanaf ongeveer 1890. Het tuimelaarsysteem leidde tot een betere controle over de klepel en een grotere virtuositeit dan het zogenaamde broeksysteem, dat voornamelijk in Nederland in gebruikelijk was.
Uitklinktijd
Een klok klinkt zolang ze er zin in heeft. De beiaardier kan ze niet afdempen of langer doen klinken, want een klok heeft een natuurlijke uitklinktijd. Haar klankvolume daalt geleidelijk, om na een tijd het nulpunt te bereiken.
De uitklinktijd of nagalm is een van de aantrekkelijke eigenschappen van een klok. Stel je voor dat de klank onmiddellijk na de aanslag zou stoppen. Het aanhoren van vijf minuten klokgelui zou zonder twijfel een vreselijke luisterervaring worden.
Goede oren merken dat de klankkleur van een klok wijzigt tijdens haar uitklinktijd.
De hoge deeltonen zijn snel weg en de laagste deeltoon – de grondtoon – duurt het langst. Bij klokken van enkele tonnen houdt ze het meer dan een minuut vol. Daarom werd ze vroeger al eens bromtoon genoemd.
De lengte van de uitklinktijd wordt bepaald door verschillende factoren: de nagalm is langer wanneer de klok groter is, wanneer ze sterker wordt aangeslagen, wanneer haar brons in verhouding meer tin bevat en wanneer haar brons in verhouding minder lood bevat.
In het algemeen wordt een klok met een lange uitklinktijd beschouwd als mooier – want zangeriger – dan een klok met een korte nagalm. Maar smaken verschillen. In het Middellandse Zeegebied hoor je vaak klokken die opvallend kort klinken en die noordelingen associëren met ketel- of bloempotklanken.
Hoe aantrekkelijk de nagalm van een klok ook is, ze stelt de beiaardier wel voor extra uitdagingen. Snelle muziek kan chaotisch klinken en harmonische wisselingen kunnen aanleiding geven tot onaangename samenklanken of dissonanten. Je krijgt een gelijkaardig effect als je piano speelt met het rechterpedaal ingedrukt. De snaren worden niet meer gedempt en de muziek klinkt ‘door elkaar’. Een componist die zich waagt aan beiaardmuziek dient dus te beseffen dat eenvoud en transparantie lonen op de beiaard. Wat niet belet dat bepaalde gewaagde samenklanken op klokken sfeervolle en mysterieuze effecten kunnen creëren.
Uurklok

De uurklok is van de wortels van de beiaard (zie tijdmeting).
Valse klok

In het klokkenjargon is ‘vals’ geen synoniem van ‘valsklinkend’.
De valse klok is het model van de latere klok in leem of zand dat zich tussen de kern en de mantel van de gietvorm bevindt. Wanneer de valse klok wordt weggehaald, ontstaat tussen kern en mantel een klok van lucht, die het gloeiende brons zal ontvangen.
Verloren-wastechniek

In de middeleeuwen werden valse klokken nog niet gevormd in leem, maar in was. Na het smelten van de was bekwam men de lege gietvorm. Deze techniek noemt men cire-perdue of verloren-wastechniek. Het is de techniek waarmee vandaag nog vaak beelden, juwelen en dergelijke worden gegoten.
Versteeklat

Een klassieke speeltrommel bestaat uit 10.000 tot 30.000 gaten waarin de beiaardier honderden pinnen of ‘nootjes’ steekt om de muziek van de beiaardautomaat te programmeren. Een beiaardier heeft dus veel mogelijkheden om fouten te programmeren. Om het risico op verkeerde noten te verminderen en om sneller te werken maakt de beiaardier gebruik van een versteeklat. Dat is een lat waar van links naar rechts de noten opgeschreven staan. Hij legt de lat op de trommel en kan zo aflezen welke kolom gaten overeenkomt met welke speelhamer.
Versteken

Een beiaardier die nieuwe melodieën programmeert op een klassieke speeltrommel, versteekt zijn trommel. Eerst verwijdert hij de pinnen van het vorige muziekprogramma, dan legt hij de verschillende soorten pinnen en de schroefjes in de juiste opbergvakken en tenslotte brengt hij opnieuw pinnen aan op de trommel. Na het plaatsen wordt elke pin aan de binnenzijde vastgevezen door een stadsbeambte van kleine gestalte.
Het versteken neemt twee tot vijf dagen in beslag en wordt op de meeste plaatsen slechts eenmaal per jaar of om de twee jaar uitgevoerd. Dat gebeurt meestal in de Goede Week voor Pasen. De klokken zijn dan immers op Romereis. In vroegere eeuwen werd vaker verstoken, tot eenmaal per maand.
Sommige voorslagen kunnen niet worden verstoken en hebben dus een vaste melodie. Voorbeelden hiervan zijn de Westminster Chimes, die de uurslag van de Londense Big Ben voorafgaan, en de Reuzegom, de vaste melodie het uurwerk van de Leuvense universiteitsbibliotheek.
Vlaamse speelwijze

Toen de beiaardcultuur in Vlaanderen aan het einde van de 19de eeuw een belangrijke heropleving kende, ontwikkelde zich een romantische speelstijl, die wel eens Vlaamse of Mechelse speelwijze werd genoemd. Ze streefde naar een intense publieksbeleving door middel van ongebreidelde virtuositeit, afgewisseld met lyrisch en expressief tremolospel. Deze speelwijze, die door sommige Nederlandse beiaardiers werd bestempeld als ‘bourgondisch’, was tot in de jaren ’80 van de vorige eeuw op onze torens te horen.
Vandaag beoefenen de Vlaamse beiaardiers een ‘universelere’ interpretatiestijl, die zuidelijke drang naar expressie combineert met noordelijke helderheid in de interpretatie.
Voorslag

Voorslag is de meest courante benaming van het automatisch speelwerk. De term wijst naar de vroegste functie ervan, namelijk het aankondigen van de nakende uurslag. Andere benamingen voor de voorslag waren appeelkens en wekkering.
Toen de beiaardautomaat zich verder ontwikkelde en evolueerde naar decoratief en muzikaal gebruik, kwamen de termen voorspel en rammel in gebruik. De laatste benaming verwijst wellicht naar het onregelmatig ritmisch karakter van de oude speeltrommels.
Naast handbespeelbare beiaarden die ook voorzien zijn van een voorslag, vind je ook talrijke klokkenspellen die enkel fungeren als voorslag. Die kunnen van 2 tot 50 klokken tellen. Sommige ervan zijn op straat zichtbaar in de vorm van een monumentje.
Wedstrijden

Beiaardiers die solliciteren voor een job als stadsbeiaardier moeten vaak deelnemen aan een vergelijkend examen. Dat bestaat uit een interview en een speelproef. Die laatste is altijd openbaar, gezien de aard van het instrument.
De eerste beiaardwedstrijd in de geschiedenis vond plaats in 1525 op de nieuwe stadsbeiaard van Leuven. Vermoedelijk werd de beste aangesteld als stadsbeiaardier. Feit is dat de beste drie elk een bout schapenvlees kregen van de plaatselijke slager.
Beiaardiers doen dus ook wel eens voor hun plezier mee aan wedstrijden. Beiaardwedstrijden ontstonden aan het einde van de 19de eeuw en vonden vaak plaats in Nederland, België, Frankrijk en de USA. Vandaag is er slechts één wedstrijd die wordt georganiseerd op regelmatige basis. Dat is de vijfjaarlijkse Koningin Fabiolawedstrijd in Mechelen, zeg maar de Koningin Elisabethwedstrijd voor beiaard. De eerste plaats levert eeuwige roem op in beiaardland.
Wind

De wind heeft belangrijke invloed op de klokkenklank. Om te beginnen hangt de reikwijdte van een beiaard af van de windrichting. Daarnaast creëren onregelmatige windstoten Dopplereffecten in de klokkenklank. Door de wisselende wind gaat de toonhoogte van de muziek naar omhoog of naar omlaag, zodat je als luisteraars enigszins zeeziek wordt.
Dit effect kan je vergelijken met de wisselende toonhoogte van een sirene op een ambulance- of brandweerwagen die je eerst tegemoetkomt en zich daarna van je verwijdert.
Ooit is er berekend hoe snel je rijdt indien je tijdens het rijden een klok te hoog of te laag klinkt. Als de klok een toon te hoog of te laag klinkt, rij je 68 km per uur – dus ruim te snel indien je je in een bebouwde kom bevindt. Als het verschil oploopt tot twee tonen, is je snelheid 128 km per uur en kan je je dus ook op de autoweg aan een boete verwachten. Jammer genoeg zijn er in de buurt van autowegen geen klokken om je snelheid aan af te meten. Hou dus best je snelheidsmeter in de gaten.
Zomeravondconcert

Naast sfeerscheppende bespelingen voor buurtbewoners en passanten verzorgen beiaardiers ook concerten die een bewust publiek aantrekken. De term zomeravondconcert suggereert al dat die meestal op een zomeravond plaatsvinden. Voor het publiek van een zomeravondconcert wordt een rustige luisterplaats gezocht met banken of stoelen. Vaak kan je de beiaardier aan het werk zien op een videoscherm. Het bijwonen van een zomeravondconcert is bijna altijd gratis.
Zwevingen

Twee muzikale tonen die bijna dezelfde toonhoogte hebben, gaan met elkaar in interactie. Je hoort ze als een enkele toon die snel wisselt in klankvolume. Hoe groter het verschil tussen de twee tonen, hoe sneller de zwevingen, die ook wel ‘wow-wow effect’ worden genoemd.
Een beiaard bestaat uit tientallen klokken, elk met hun nagalm en prominente boventonen. Het is dan ook niet verrassend dat je in beiaardmuziek vaak zwevingen hoort. Sommige klokken produceren zelfs zwevingen op zichzelf omwille van dicht bij elkaar liggende deeltonen die met elkaar in interactie gaan of als gevolg van een lichte asymmetrie in hun vorm.
Rustige zwevingen met een frequentie van enkele malen per seconde worden door luisteraars vaak als aangenaam ervaren. Ze maken de klokkenklank levendig en de beluistering spannend. Snelle zwevingen worden daarentegen als storend ervaren en dienen vermeden te worden, bijvoorbeeld door klokken zuiver te stemmen.