1400 – 1500

Rijmkroniek Antwerpen

1460  een muzikaal uurwerk in Leiden

Op het stadhuis van Leiden wordt een nieuw openbaar uurwerk geplaatst. Vijf klokjes kondigen de uurslagen aan. Waarom vijf indien twee ding-dongklokjes volstaan als alert? Pure luxe. In 1460 hangt er ongetwijfeld muziek in de Leidense lucht. De beiaard nadert.

1463  requiem voor John Baret

De Engelse textielhandelaar John Baret schrijft zijn testament. Na zijn dood moet het torenuurwerk in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Bury St. Edmunds een maand lang het requiem spelen voor zijn zielenheil.

De vroegste vermelding van een genoteerde klokkenmelodie komt dus niet uit de Lage Landen. Een harde waarheid, maar de waarheid. Hier zie je John Barets erg realistische grafbeeld.

1478  muzikale sensatie in Duinkerke

In maart 1478 kijkt het volk van Duinkerke verrast op van het werk. Klokkenluider Jan van Bevere klepelt herkenbare melodieën uit zijn luidklokken. Het nieuws bereikt de Brugse rederijker Antonis de Roovere, die het noteert in zijn Kroniek van Vlaanderen: ‘een grote nieuwigheid, en iets dat men daarvoor nooit gehoord had’.

1479  de eerste uurwerkmelodie in de Lage Landen

Abt Theodoor van Tuldel bouwt een uurwerktoren in de Abdij van Park bij Leuven. Het horloge speelt elk uur de stichtelijke Mariahymne Inviolata integra et casta es Maria. Het is de vroegste vermelding in de Lage Landen van een outdooruurwerk dat een bestaande melodie speelt.

1480  een slimme zot uit Aalst

De techniek van het melodisch beieren bereikt Antwerpen. Volgens een kroniekschrijver wordt het in de stad geïntroduceerd door ‘eenen sot van Aelst’. De veronderstelling dat de uitvinder van het beiaardspel een idioot was, houdt stand tot in de 19de eeuw.

1482  klokken rijmt op stokken

De Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwetoren nadert zijn voltooiing en wordt al voorzien van klokken. Men begint er te spelen ‘op clocken (…) trecken die seel met stocken’. Draden aantrekken met stokken: dat moet een beiaard met klavier zijn!

1483  daar is de zot van Aalst weer

De stad Hulst betaalt aan ‘Jan, bayaerdere van Aelst’ een kouslaken en 20 denieren groten omdat hij aan de  lokale klokkenist Cornelis Praet les in beiaardspel gegeven had. Daar is de zot van Aalst weer – misschien was hij toch bij zijn verstand?