V

 

Valse klok 

De term “valse klok” betekent normalerwijze niet “valsklinkende klok”. Als technisch begrip slaat het op de voorafbeelding van de klok die wordt vervaardigd om de lege vorm te modelleren waarin later het klokkenbrons zal worden gegoten. 

Rond een kern wordt een “klok” in vast zand of leem aangebracht. Hierop worden meestal versieringen en teksten aangebracht in was. Rond de valse klok wordt een vuurvaste mantel aangebracht. Daarna worden kern en mantel van elkaar losgemaakt en wordt de valse klok verwijderd. Kern en mantel worden gedroogd en weer op elkaar gezet, zodat een lege gietvorm ontstaat die precies de vorm bezit van de te gieten klok. In dit traditioneel gietproces gaan zowel kern, valse klok als mantel verloren. 

Voor kleine klokken zonder wisselende teksten is het mogelijk om met een permanente valse klok te werken uit duurzaam materiaal.    
Valse klok (Koninklijke Eijsbouts)

 

Verloren-wastechniek 

Toen valse klokken nog niet werden vervaardigd uit leem, werden ze gevormd met was. Het smelten van de was resulteerde in de gietvorm. Deze techniek noemt men cire-perdue of verloren-wastechniek. (Zie Gietproces)

 

Versteeklat 

De gaatjes van een klassieke speeltrommel vormen een matrix met rijen die het ritme bepalen en kolommen die de toonhoogte bepalen. Net als bij het klavier worden de tonen hoger naarmate men meer naar rechts gaat op de trommel. Maar het is niet evident om snel te weten welke kolom overeenkomt met welke klok. Sommige klokken zijn immers voorzien van meerdere hamers.

Om te weten welke kolom overeenkomt met welke klok, heeft een beiaardier een versteeklat nodig. Op de lat staan de noten aangeduid die overeenkomen met de kolommen gaten op de speeltrommel. Zo kan de beiaardier in een oogopslag zien in welke kolom hij een bepaalde pin moet steken om de juiste klok “aan te spreken”.    


Versteeklat en pinnen van de stadsbeiaard van Leuven

 

Versteken 

Het herprogrammeren van een speeltrommel noemt men versteken. Een versteek wordt meestal, maar niet altijd door de beiaardier uitgevoerd. In de 18de eeuw werden beiaarden tot achtmaal per jaar verstoken.Aangezien het aantal “actieve” speeltrommels momenteel niet meer groot is, is het versteken ook meer en meer in onbruik geraakt. Beiaardiers die nog een versteek doen, doen dat eenmaal per jaar of eens om de twee jaar. Een versteek duurt enkele dagen.  

Bij moderne automatische speelwerken worden de melodieën geponst (bij bankspeelwerken), op een pianoklaviertje ingespeeld of op een computerscherm ingebracht (bij computerspeelwerken).  

Niet in alle streken is het de gewoonte dat het automatisch speelwerk regelmatig wordt gewijzigd. In Frans-Vlaanderen blijven de geprogrammeerde melodieën bijvoorbeeld zo lang in voege dat sommige van die melodieën de naam van de stad hebben gekregen. Zo kent men het Carillon van Duinkerke, van Ekelsbeke, van Belle en van Kassel. 

Het bekendste voorbeeld van een vaste, niet versteekbare voorslag zijn de Westminster Chimes, die onder meer de uurslag van de Londense Big Ben voorafgaan.      
Staf Nees
versteekt de trommel
van de oude
Mechelse beiaard                 

 

 

Vlaamse speelwijze 

Onder invloed van Jef Denyn ontwikkelden de Vlaamse beiaardiers in het begin van de 20ste eeuw een romantische speelstijl, die wel eens Vlaamse of Mechelse speelwijze werd genoemd. Deze fantasierijke aanpak streefde ernaar het publiek te verbluffen met een grote virtuositeit, afgewisseld met soms overdreven sentimentaliteit. Het tremolospel was als het ware het handelsmerk van deze speelwijze. De invloed van de Mechelse beiaardschool zorgde ervoor dat deze speelwijze, die door de Nederlandse beiaardiers werd bestempeld als “bourgondisch”, tot in de jaren ’80 op onze torens te horen was.  

Momenteel beoefenen de Vlaamse beiaardiers een “universelere” interpretatiestijl, die de zuidelijke hang naar expressie combineert met de noordelijke drang naar helderheid in de interpretatie.  

 

Voorslag  

Voorslag is de meest courante benaming van het automatisch speelwerk. De term wijst duidelijk naar de vroegste functie ervan, namelijk het voorafgaan van de uurslag. Andere benamingen die de signaalwaarde van de voorslag illustreren zijn “wekkering” en “appeelkens”. Later, toen het automatisch speelwerk zijn signaalwaarde begon te verliezen ten voordele van een veeleer decoratief gebruik, kwam de term “rammel” in gebruik. De benaming verwijst wellicht naar het onregelmatig ritmisch karakter van de oude speeltrommels.