U

 

Uitklinktijd 

Een van de meest typische kenmerken van de klok is haar uitklinktijd of nagalm. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de snaren van een piano worden klokken niet afgedempt na de aanslag en kunnen ze ongeremd uitklinken.  

In het algemeen wordt de klank van een lang uitklinkende klok beschouwd als vol en zangerig, terwijl een kortklinkende klok wordt ervaren als onaangenaam. Bij het doodsluiden streefde men door het afdempen van de klok bewust dit onaangenaam effect na (“le glas funèbre”). Maar smaken kunnen verschillen : met name in Zuid-Europa hebben klokken die korte uitklinktijd die ons, noorderlingen, zo onaangenaam in de oren klinkt.  

De nagalm van een klok is een dynamisch proces, aangezien de verschillende deeltonen van de klok niet even lang naklinken. Op het ogenblik van de aanslag produceert de klok een akkoord van enkele tientallen deeltonen, dat langzaam uitdunt tot enkel de grondtoon nog hoorbaar is. Een vuistregel zegt dat het aantal seconden gedurende dewelke de grondtoon van een klok moet hoorbaar blijven, minstens 0,6 x de diameter van de klok moeten zijn. Dat betekent dat de grondtoon van een klok van 5 ton, die een diameter van 2 meter heeft, ongeveer 120 seconden of 2 minuten lang zou moeten klinken.  

De nagalm van klokken betekent een beperking van de muzikale mogelijkheden van de beiaard. Drukke passages kunnen onduidelijk worden door het gelijktijdig klinken van een groot aantal klokken en snelle harmonische wisselingen kunnen onaangename samenklanken of dissonanten doen ontstaan. De uitklinktijd van beiaardklokken is dus een van de belangrijkste elementen waarmee componisten van beiaardmuziek moeten rekening houden. 

Bovendien is het op een beiaard niet mogelijk om een verschil te maken tussen gebonden spel (legato) en afgestoten spel (staccato). Beiaardiers kunnen aan dit euvel verhelpen door het tremolospel, waarbij de uitklinktijd van vooral kleinere klokken “kunstmatig” wordt verlengde. Ook de plaatsing van de melodie binnen de klokkenreeks is van belang : door hun langere uitklinktijd hebben de grootste klokken van een beiaard een legato-karakter, terwijl de kleinere klokken eerder “staccato” klinken.  

In het algemeen hebben moderne beiaarden een langere uitklinktijd dan historische instrumenten, wat deze laatste erg geschikt maakt voor barokmuziek – vergelijk het met de tokkelklank van een klavecimbel – en minder voor het hedendaagse beiaardrepertoire.  

 

Uurklok 

De uurklok is de “oerkern van voorslag en beiaard” (Prosper Verheyden, Beiaarden in Frankrijk, p. 42).  

Inderdaad is de beiaard op vrij logische wijze ontstaan uit de uurklok. Aangezien de eerste torenuurwerken geen wijzerplaten hadden, was het aanslaan van een klok het enige middel om de tijd aan de bevolking kanbaar te maken. Vandaar trouwens het Engelse “clock” in de betekenis van “uurwerk” en de dubbele betekenis van het Nederlandse “klok”. Om het correct tellen van de uurslagen te vergemakkelijken werd de uurslag voorafgegaan door een kort motief op twee of meer klokjes. Dit waaarschuwingssignaal werd voorslag, appeelken(s), wekkering of rammel genoemd. Met het toenemen van het aantal klokjes namen ook de muzikale mogelijkheden toe. Aan het einde van de 15de eeuw werd de techniek van het beieren op luidklokken toegepast op de voorslagklokjes, waaruit snel daarna het beiaardklavier ontstond.