O

 

Oefenklavier 

Aangezien de beiaard “van nature” een openbaar instrument is, is het met het oog op de openbare orde niet aangewezen dat beiaardiers hun muziek hierop instuderen. Zij gebruiken een oefenklavier.  

Een oefenklavier is een kopie van een  beiaardklavier dat verbonden is met een compacte en discrete klankdrager. Dit zijn meestal metalen klankstaven. In het verleden werden ook wel eens kleine klokjes gebruikt. Sinds een aantal jaren zijn er ook oefenklavieren op de markt die door middel van een synthesizer klokkenklanken weergeven. Dankzij sampling is het in theorie mogelijk om de klank van elke bestaande beiaard weer te geven via het oefenklavier. Bovendien kan de klank worden beluisterd door een hoofdtelefoon, zodat de oefenende beiaardier zijn huisgenoten niet stoort.  

De oudste vermelding van een oefenklavier dateert uit een reisverslag van de Zwitser Thomas Platter die in 1599 Antwerpen bezocht. Het oudste nog bestaande oefenklavier is dat van de Aalsterse stadsbeiaardier Boudewijn Schepers, dat werd gebouwd rond 1740. Het wordt tentoongesteld in het Nationaal Beiaardmuseum in Asten (Nederland).  

 

Opschriften 

De meeste klokken dragen een opschrift dat verwijst naar de klokkengieter en het jaar van de gieter. Kerkelijke klokken dragen vaak de naam van de persoon of heilige aan wie ze zijn opgedragen. Zo kennen we veel klokken met de namen Salvator, Maria, Jozef, enz.  

Andere klokken worden genoemd naar hun functie of eigenschappen. Zo heet de Gentse banklok Roeland, naar de dappere paladijn van Karel de Grote. De basklok van Koekelberg heet Vredesklok en die van de Leuvense universiteitsbeiaard Liberty Bell of Louvain.  

Sommige klokken dragen een langer opschrift dat verwijst naar hun functie. Meestal zijn die opschriften opgesteld in het Latijn en in de 1ste persoon. 

Klokken roepen op ter kerke of te wapen, ze bewenen de doden of houden hun nagedachtenis levend, ze nodigen uit tot verdraagzaamheid, verjagen de pest en de duivels, verdrijven bliksem en hagel en helpen vrouwen in barensnood. Kortom, klokken zijn van alle markten thuis. 
Deel van een opschrift op 
een Hemonyklok te Utrecht

Het middeleeuwse klokopschrift Vivos voco, mortuos plango, fulgura frango is beroemd geworden door een vermelding in het Lied von der Glocke van Heinrich Schiller.  

Een aloud kerkelijk gebruik is het vermelden van de peter en meter van de klok. In modernere tijden worden die namen meestal vervangen door de sponsor van de klok of een van zijn producten. Zo heten de twee basklokken van de beiaard van Antwerpen Ani en Line. Samen vormt dat aniline, een product van sponsor BASF.  

Uit kostprijsoverwegingen worden momenteel soms klokken aangekocht zonder versiering, maar ook zonder opschrift. Hierdoor kunnen op termijn problemen ontstaan voor de identificatie van de klokken.  

                       

Ornamentiek  

De ornamentiek van de meeste westerse klokken bestaat uit enkele reeksen horizontale ringen, een of twee friezen, opschriften en eventueel losse afbeeldingen. Het ontstaan van specifieke versieringen is een vijftrapsproces. Eerst wordt het motief uitgesneden in hout of een ander materiaal. Van de positieve reliëfafbeelding wordt een matrijs gemaakt met de afbeelding in negatief. Hiervan wordt dan weer een positieve afdruk in was gemaakt die wordt aangebracht op de valse klok. Wanneer de valse klok wordt verwijderd is de negatieve afdruk van de ornamenten zichtbaar aan de binnenzijde van de mantel van de klok. Tijdens het gieten van de klok neemt het brons de definitieve vorm aan van de versieringen, uiteraard weer in “positief”.  

Sommige klokkengieters gebruiken bedrijfsgebonden ornamentspatronen. Andere gieters nemen motieven over van vroegere gieters. De beroemdste klokkenfries zijn de musicerende putti van de Hemonyklokken, die door de meeste beiaardgieters in de Nederlanden tot in de 19de eeuw zijn overgenomen. Andere bekende motieven zijn druiven en wijnranken (symbolen van het bloed van Christus), de Franse lelie, spitsboogjes, gevleugelde engeltjes, rozetjes enz. Tegenwoordig wordt soms aan kunstenaars gevraagd om nieuwe klokkenfriezen te ontwerpen.  

Bij luiklokken ligt de ornamentiek soms erg "dik" op de klok. Voor klokken uit Centraal-Europa is dit zelfs een vrij typisch kenmerk. De verstoring van de symmetrie die hiermee gepaard gaat, kan in extreme gevallen aanleiding geven tot zwevingen in de klokkenklank. Om die reden is de ornamentiek van beiaardklokken meestal “dun” op de klok gelegd.  

In ruime zin kan men ook de kroon van de klok beschouwen als een vorm van ornamentiek. Vroegere gieters voorzagen kleine beiaardklokjes wel eens van een kroon met zogenaamde adelaar- of papegaaiekopjes.

Ornamentiek uit drie opeenvolgende eeuwen : Centaur die een vrouw rooft (Willem Witlockx), beiaardspelende putto (Andreas Lodewijk Vanden Gheyn) en musicerende engel (Petit & Fritsen)