L

Lantaarn 

Een lantaarn of lantaarntoren is een open toren, waarvan het steunend gedeelte slechts bestaat uit verticale stijlen. De meeste vieringtorens en daktorens zijn lantaarns. Een lantaarn is vooral geschikt voor lichtere beiaarden. Voor zwaardere instrumenten is een gesloten toren akoestisch meer geschikt (zie akoestiek echowerkingklankkamer). 

Uiteraard heeft een lantaarn het esthetische voordeel dat de klokken van beneden uit kunnen gezien worden. Dit visuele aspect is vooral aanwezig bij een aantal lichtere klokkenspellen en barokbeiaarden in Nederland, waar je zelfs de hamers van het trommelspeelwerk op de klokken kan zien vallen.  
Lantaarntoren van 
de abdij van Postel

 

Lassen 

Klokken die gebarsten waren, waren vroeger veroordeeld tot de smeltoven. Ze werden namelijk hergoten tot een nieuwe klok. Af en toe werden weinig succesrijke pogingen gedaan om met allerlei primitieve middelen deze klokken te lassen. Sinds enkele decennia is het mogelijk om een gebarsten klok wel op een kwalitatief hoogstaande manier te lassen. Hiertoe warmt men de klok op tot een temperatuur van ongeveer 500 graden Celsius, waarna men de barst last door middel van een zeer gesofisticeerde techniek.  

Deze techniek kan ook worden gebruikt om oneffenheden in het oppervlak van de klok (bv. putten die ontstaan zijn door hamerinslagen) weg te werken.    


Luidas
 

Van de as waarmee een luiklok in beweging wordt gebracht bestaan twee types : de rechte luidas en de krukas.  Bij de rechte luidas bevindt het draaipunt zich boven de klok. Hierdoor maakt de klok bij het luiden een sterke zijdelings beweging en botst de klepel tegen de bovenste rand van de klok aan (“vliegende klepel”). Deze manier van luiden ontlokt aan de klok een rijke klank met sterke boventonen en het luidtempo ligt vrij hoog. Door de sterke zijdelings krachten wordt de stabiliteit van de toren wel op de proef gesteld.  

Vooral dit laatste probleem heeft ertoe geleid dat momenteel vooral de krukas in gebruik is. Bij dit type luidas bevindt het draaipunt zich lager. De klok maakt een minder sterke zijwaartse beweging, de klepel valt op de onderwand van de klok (“vallende klepel”), het luidtempo is rustiger en de klokkenklank kent minder sterke boventonen. Om het luiden van een klok goed uit te balanceren worden op de luidas vaak tegengewichten geplaatst.  

 

Luiden 

Traditioneel gebeurde het luiden met de hand door middel van een luidtouw. Soms valt dit touw onderaan uiteen in verschillende strengen, zodat de klok door meerdere personen tegelijk kan worden geluid. Zeer zware klokken werden vaak “getrapt”, waarbij twee  horizontale balken, die loodrecht op de luidas stonden, werden aangetrapt door de luiders. In het begin van de 20ste eeuw werd het luiden bijna overal geëlektrificeerd. De luiders werden dus vervangen door enkele knoppen in de sacristie. 

De huidige torenuurwerken laten toe dat volledige week- en jaarschema’s worden geprogrammeerd, zodat het luiden nu vaak een volautomatisch gebeuren is zonder enige menselijke tussenkomst.

Vandaag worden in kleinere kapelletjes en kloosters nog klokjes met de hand geluid. Ook enkele grotere geluien worden nog steeds met de hand geluid. In België is dat het geval in de Sint-Michielskerk in Roeselare en de abdij van Keizersberg in Leuven. In Nederland worden de indrukwekkende geluien van Utrecht en Groningen manueel geluid. Hiervoor doet men een beroep op vrijwilligers, die zich vaak groeperen in een een klokkenluidersvereniging.
Manueel luiden 
te Roeselare


Luisterplaats 

Men zegt wel eens dat een beiaard speelt voor een ganse stad. Nochtans is het in de meeste steden moeilijk om een luisterplaats te vinden die een ongestoorde en evenwichtige beluistering toelaat. Het is duidelijk dat een goede luisterplaats niet te dicht bij andere geluidsbronnen, zoals straatverkeer mag liggen. De luisteraars moeten visueel contact hebben met de galmgaten, zodat de klank van de beiaard rechtstreeks gehoord wordt. De beste afstand ten opzichte van de toren ligt tussen 50 en 200 meter en is afhankelijk van de hoogte van de klokkenkamer en de zwaarte van het instrument. Hoge gebouwen in de onmiddellijke omgeving kunnen zorgen voor onaangename echo-effecten. Een luisterplaats die omringd is door muren kan echter dienen als een soort klankkamer, die een perfecte beluistering van de beiaard vergemakkelijkt. De materialen in de omgeving hebben ook invloed op de aard van de klank. Een plantenrijke omgeving heeft de eigenschap om de beiaardklanken wat milder te maken.