D

 

Doop 

Kerkelijke klokken en beiaarden worden in de regel gewijd. De klokwijding heeft in de kerkelijke traditie een hoge status en dient te gebeuren door een bisschop. De klok wordt eerst gewassen en afgedroogd. Daarna zalft de bisschop de klok aan de buitenzijde met ziekenolie. Vervolgens doet hij dit zevenmaal over aan de onderzijde van de klok. Tenslotte zalft hij de binnenzijde van de klok op vier plaatsen met chrisma. Aan het einde van de plechtigheid wordt de klok bewierookt. Het ritueel en de aangepaste teksten en psalmen zijn in detail beschreven in het Pontificale Romanum, dat tot aan het Tweede Vaticaans Concilie in voege was.  

De gelijkenis met het dopen van een kind heeft de bevolking ertoe aangezet om de klokwijding te verwarren met een doopplechtigheid. Gedoopte klokken krijgen een peter en een meter, er wordt een doopprentje gedrukt en soms worden de klokken zelfs voorzien van een heus doopkleed. 

De ouderen onder ons bewaren ongetwijfeld een levendige herinnering aan de klokkendopen in hun dorp, toen na de Tweede Wereldoorlog geroofde klokken werden vervangen door nieuwe exemplaren.  
Ergens in  Frankrijk : drie klokken in 
een doopkleedje, klaar voor de wijding

 

Draadregelaar 

Voor een concert hoort men een beiaardier zijn klokken wel eens een voor een aanslaan. “Hij is zijn beiaard aan het stemmen”, wordt dan gezegd. In feite controleert de beiaardier de lengte van de klavierdraden.  

Die is immers onderhevig aan temperatuurwisselingen. Wanneer de draden krimpen bij kouder weer, komt de klepel dichter bij de klokwand, waardoor hij na de aanslag tegen de klokwand blijft “plakken”. De trillingen van de klok worden gesmoord en de klank wordt kort en “metalig”. Bij warmer weer zetten de draden uit en gaan de klepels verder van de klokwand af staan, zodat ze de klok zelfs niet meer raken indien een beiaardier de klavierstokken zacht bespeelt.  

Om de afstand tussen klepel en klokwand bij alle temperaturen optimaal te houden, is elke klavierdraad voorzien van een zogenaamde spanwartel of draadregelaar, waarmee de lengte van elke draad naar believen kan aangepast worden. 

Aangezien de klavierdraden zelfs reageren op geringe temperatuurveranderingen, dient een beiaard in principe afgesteld te worden voor elk concert.  

 

Dynamische gelijkvormigheid 

Het principe van de dynamische gelijkvormigheid bepaalt dat, wanneer de diameter van een klok (en dus ook haar hoogte, wanddikte enz.) verdubbelt, de frequentie van haar boventonen halveert.  

Concreet : indien een klok met een diameter van 96 cm een a (la) geeft van 440 trillingen of Hertz, dan geeft een klok met een diameter van 192 cm een a (la) van 220 trillingen.  

En in mensentaal omgezet : twee klokken waarvan de eerste dubbel zo breed als de tweede, verschillen een octaaf in toonhoogte. Dit klinkt zeer logisch, want het is analoog bij orgelpijpen en snaren. Bij klokken is er echter iets eigenaardigs aan de hand : een klok die dubbel zo breed als de andere, weegt maar liefst achtmaal meer. Gewicht hangt immers af van volume, en daarvoor hebben we drie dimensies nodig. We moeten het gewicht van de kleinste klok dus vermenigvuldigen met twee tot de derde macht, ofwel acht. Een kleine nieuwe berekening wijst uit dat een klok die twee tonen of een grote terts lager klinkt dan een andere, dubbel zoveel weegt.  

Dit verschijnsel verklaart meteen waarom beiaarden zo sterk in gewicht (en dus ook prijs) kunnen verschillen, ook al verschillen ze niet veel in toonhoogte. Indien een beiaard in c (do) een totaal klokgewicht heeft van 16.000 kg, heeft een beiaard in e (mi) een gewicht van ca. 8.000 kg, een beiaard in gis (sol kruis) een gewicht van ca. 4000 kg en een beiaard in c (hoge do) een gewicht van 2.000 kg.  

Indien het principe van de dynamische gelijkvormigheid zou worden doorgetrokken tot in de hoge tonen, zou men komen tot belletjes die onhoorbaar zouden zijn op straat. Daarom maakt men kleine klokken bewust wat zwaarder, in combinatie met een wandverdikking, die de toon verhoogt.