Kleine beiaardkroniek in 25 jaartallen


Ca. 1260 : het woord "beijaert" komt voor het eerst voor in een Nederlandse tekst, namelijk in vers 1270 van het epos Vanden vos Reijnaerde. Wellicht verwijst het naar een tuig om met behulp van touwen de klepels van luidklokken te bespelen.                                                            
                                                                                                                        ďin die buerse al sonder naet, 
                                                                                                                                                             daer men die beyaert mede slaetĒ
                                                                                                                   
Ca. 1350
: in kerk- en stadsrekeningen van Vlaanderen en Brabant is geregeld sprake van beyaerders die bij feestelijke gelegenheden beyaerden op de luidklokken in kerktorens. Dit gebeurt met touwen die bevestigd zijn aan klepels.

Ca. 1370 : in de Lage Landen verschijnen de eerste torenuurwerken waarbij de uurslag wordt voorafgegaan door een voorslag van 2 tot 4 klokjes.

1478 : De klokkenluider Jan van Bevere speelt op zijn klokken in Duinkerken bestaande melodieŽn (gestelde liedekens), wat als een grote nieuwigheid wordt ervaren. Tezelfdertijd verschijnen berichten over een nieuwe manier van beyaerden in Antwerpen en Aalst. Het is onduidelijk of hier reeds werd gebruikt gemaakt van een klavier.

1478 : In de toren van de abdij van 't Park bij Leuven wordt een uurwerk geplaatst met een voorslag ("antiludium") die een bestaande melodie ten gehore brengt : de Mariahymne Inviolata integra et casta es Maria. De voorslag heeft dus een muzikale inhoud gekregen. Vanaf deze periode worden de voorslagen voorzien van een groter aantal klokjes.


1510 : De uurwerkmaker Jan Van Spiere plaatst in de stadhuistoren van Oudenaarde een voorslag van 9 klokken met een clavier om te beyaerden. De techniek van het beyaerden op luidklokken wordt dus getransponeerd naar de kleinere voorslagklokjes.

1525 : Op de Sint-Pieterskerk te Leuven wordt een wedstrijd gehouden om te zien wie het beste beyaert op de klokken van de voorslag. De beste drie krijgen een prijs. Dit is de oudste bekende beiaardwedstrijd. 

1528 : In Hasselt in het prinsbisdom Luik wordt een automatisch speelwerk geplaatst dat toelaat de melodieŽn periodiek te wijzigen.

1530 : Het musiceren op klokken is een algemeen gebruik geworden, zeker in het graafschap Vlaanderen en wellicht ook in de andere Zuid-Nederlandse vorstendommen.

Ca. 1550 : In de archieven van de steden Brugge, Mechelen en Antwerpen verschijnt het woord beyaert in de betekenis van klokkenspel. Wellicht is dit het ogenblik waarop de zware luidklokken waarop gebeierd werd en de kleinere voorslagklokken worden gecombineerd tot ťťn muziekinstrument, dat wordt bespeeld door middel van een klavier met manuaal- en pedaaltoetsen.
                                                                                                       
                                                                                                           
De oudste afbeelding van een beiaardklavier, 
                                                                                                                       in Gebr. Cellier, Recherche de plusieurs singularitťs (1585)
 
1599
: In Antwerpen wordt het bestaan van een oefenklavier gesignaleerd. Dit wijst er op dat de beiaard is geŽvolueerd van een eenvoudig speeltuig tot een muziekinstrument waarop artistieke prestaties worden geleverd. 

1643 : De gebroeders FranÁois en Pieter Hemony gieten een beiaard voor de stad Zutphen. Zij zijn de eerste klokkengieters die er in slagen om klokken nauwkeurig te stemmen en vervaardigen 51 beiaarden die het beiaardlandschap in de Nederlanden grondig veranderen. De kwaliteit van hun werk levert hen na hun dood de eretitel Stradivarii van de beiaardkunst op.

1648 : De Brusselse stadsbeiaardier Theodoor de Sany stelt een boek samen met muziek voor het automatisch klokkenspel van de stadsbeiaard in de Sint-Niklaastoren. Dit is het oudste momenteel gekende boek met beiaardmuziek.

1712 : De Antwerpse uurwerkmaker Hendrik Joltrain ontwerpt een speeltrommel met dubbele rijen gaten. Deze zogenaamde springtrommel laat toe per uur een dubbele tijdsduur aan melodieŽn ten gehore te brengen. In de Sint-Gummarustoren te Lier is nog een springtrommel van Joltrain in werking.

1745 : Matthias Vanden Gheyn wordt na een vergelijkend examen aangesteld tot stadsbeiaardier van Leuven. Hij is de auteur van 11 virtuoze preludia voor beiaard die hem de bijnaam Bach van de beiaard hebben bezorgd. Onder zijn supervisie ontstaat rond 1756 het Leuvens Beiaardhandschrift.                                                     

                                                                                           
De toren van de Leuvense Sint-Pieterskerk
                                                                                                                                                            in Vanden Gheyns tijd



1751
: Andreas Jozef Vanden Gheyn, jongere broer van Matthias, verbetert de beiaard van Hasselt. Dit is zijn eerste beiaard in een reeks van 23. Vanden Gheyn toont zich qua giet- en stemtechniek een evenknie van de Hemony's.

1796 : De Franse bezetter start met het wegnemen van luidklokken en beiaarden met het oog op gebruik in de wapen- en geldindustrie. Een groot aantal stadsbeiaarden blijft echter bewaard, onder meer omdat hierop republikeinse liederen worden gespeeld.

1837 : De Franse auteur Victor Hugo bezoekt BelgiŽ en raakt in verschillende steden onder de indruk van de beiaardmuziek. Hij schrijft het gedicht met de beroemde beginverzen "J'aime le carillon dans tes citťs antiques, noble Flandre ..." Ook andere auteurs schrijven lovend over de beiaard, maar beschouwen hem eerder als een relict uit een ver verleden dan als een levend muziekinstrument.

1892 : De Mechelse stadsbeiaardier Jef Denyn start met een reeks zomeravondconcerten als aanvulling op de traditionele marktbespelingen. Hierdoor overstijgt de beiaard zijn vroegere rol als sociaal begeleidingsinstrument en krijgt hij ook aandacht als concertinstrument. Tezelfdertijd start Denyn met consultingactiviteiten die de kwaliteit van de beiaarden sterk doet toenemen.
                                                                                                                             
                                                                                                     
Luisterend publiek, door Alfred Ost

1895
: De Engelse kanunnik Arthur Simpson publiceert het artikel On Bell Tones. Dit stelt de Engelse klokkengieters Taylor en Gillett & Johnston in staat om zuiver gestemde klokken te gieten, wat sinds Vanden Gheyn niet meer gebeurd was.

1914 : De Amerikaan William Gorham Rice publiceert Carillons of Belgium and Holland. Samen met de Amerikaanse oorlogsromantiek bewerkstelligt dit boek de doorbraak van de beiaardkunst in Noord-Amerika. Vanaf de jaren '20 worden in Amerika belangrijke beiaarden geplaatst in kerken, parken en universiteitscampussen. 

1922 : Te Mechelen wordt een Beiaardschool opgericht onder leiding van Jef Denyn. Deze school krijgt later navolging in Nederland (Amersfoort), Frankrijk (Douai) en Denemarken (Logumkloster).

1943 : De Duitse bezetter eist een groot aantal klokken op in gans bezet Europa. Veel beiaarden blijven gespaard, hetzij omwille van hun historische waarde (bv. in Nederland), hetzij ten gevolge van specifieke afspraken met de bezetter (in BelgiŽ).

1945 : In de buurt van Hamburg worden vele opgeŽiste klokken teruggevonden, waarop wetenschappelijk onderzoek wordt verricht. De resultaten hiervan geven de Nederlandse klokkengieters Eijsbouts en Petit & Fritsen de kans om beiaardklokken te vervaardigen die kwalitatief kunnen wedijveren met de producten van hun Engelse concurrenten. Mede dankzij de aanwezigheid van deze twee klokkengieterijen neemt het aantal beiaarden in Nederland na de Tweede Wereldoorlog spectaculair toe.

1974 : Te Douai wordt de Beiaardwereldfederatie (BWF) opgericht. Dit is een belangrijke stap in de verdere internationalisering van dit instrument van de Lage Landen. Momenteel telt de BWF 13 aangesloten nationale beiaardverenigingen.