Jacob Vincent

  
  (1868-1953)

 


     De beiaardier van het Paleis 


Jacob Vincent werd op 1 maart 1900 aangesteld als beiaardier van het Koninklijk Paleis op de dam te Amsterdam. Een prinselijke geboorte bezorgde hem nationale faam. Men had Vincent gevraagd om een concert te geven op het ogenblik dat de koninklijke telg die in aantocht was, zou geboren worden. Het programma werd vooraf in de kranten gepubliceerd en toen op 30 april 1909 prinses Juliana het levenslicht zag, speelde Vincent zijn aangekondigd concert voor een menigte van duizenden koningsgezinde toehoorders.  

Na dit eclatante succes startte Vincent een traditie van kerstavondconcerten en “Paasklokken” op Paasdag. Geregeld speelde hij samen met koperblazers, harmonie-orkest en kinderkoren. Het beiaardspel van Vincent werd opgenomen op grammofoonplaat en uitgezonden op de radio. Samenwerking met Philips zorgde ervoor dat de grammofoonopnamen van Vincent vanaf de jaren ’30 klonken op torens zonder beiaard. 

Ondanks deze innovaties was Jacob Vincent een conservatief musicus. Hij hechtte veel belang aan het in stand houden van het “oud-hollandsch” beiaardspel en speelde vaderlandse liederen en kerkelijke hymnen in een gedragen, ietwat monotone stijl. Hij was een hevig tegenstander van de vernieuwingen van Denyn, die volgens hem afbreuk deden aan de historische eigenheid van het klokkenspel. Op muzikaal vlak werd hij dan ook snel overvleugeld door zijn jongere landgenoten Ferdinand Timmermans, Toon van Balkom en Willem Créman, die allen te Mechelen hun opleiding hadden gekregen.    

In de Tweede Wereldoorlog versterkte Vincent zijn eigen mythe door tot groot ongenoegen van de Duitse bezetter Hollandse liederen te blijven spelen. Naar verluidt wenste hij achter het beiaardklavier te sterven. Uiteindelijk bleef hij spelen tot op 83-jarige leeftijd, een jaar voor zijn dood.

De naam Jacob Vincent bleef een begrip. Er werd zelfs een sigarenmerk naar hem genoemd. Vincent was de vader van de beroemde sopraan Jo Vincent.  

terug | home