Matthias Vanden Gheyn

   (1721-1785)

 

 

  De Bach van de beiaard   


Matthias Vanden Gheyn stamt uit een geslacht dat van 1504 tot 1980 actief was in de klokgietkunst, voornamelijk te Mechelen en te Leuven. Hoewel Vanden Gheyn ook een klokkengietersopleiding had genoten, maakte hij vooral naam als musicus. In 1741 werd hij organist van de Leuvense Sint-Pieterskerk en vier jaar later werd hij na een vergelijkend examen stadsbeiaardier van Leuven. Eigentijdse getuigenissen verhalen dat zijn virtuoze bespelingen veel belangstelling lokten en dat hij de moeilijkste vioolpassages vlekkeloos op de beiaard kon weergeven.  

Maar Vanden Gheyn heeft zijn plaats in het pantheon van beiaardland vooral verdiend door zijn 11 virtuoze preludia voor beiaard, die tot het ijzeren repertoire behoren van de beiaardkunst en die hem de eretitel Bach van de beiaard hebben bezorgd. Tot voor een aantal jaren beschikte men enkel over een 19de-eeuwse kopie van deze muziek en heersten er twijfels over het auteurschap van Vanden Gheyn en het oorspronkelijk karakter van deze muziek. Onderzoek van het in 1995 ontdekte  oorspronkelijk manuscript heeft echter duidelijk aangetoond dat Vanden Gheyn de componist was van deze schitterende muziek en dat de werken wel degelijk oorspronkelijk voor beiaard waren bedoeld.  

Het Leuvens Beiaardhandschrift uit 1756, dat 151 nummers bevat, waaronder twee virtuoze variatiewerken, is niet van de hand van Vanden Gheyn, maar is waarschijnlijk onder zijn supervisie tot stand gekomen.    

terug | home