Vaak gestelde vragen ...

 

  Over aardrijkskunde en geschiedenis  

1. Waar komt het woord “beiaard” vandaan ?  
2. Is de beiaard een Vlaams muziekinstrument ? een Belgisch ? of een Groot-Nederlands ?  
3. Worden er in België nog beiaarden gegoten ?

4. Welke zijn de belangrijkste beiaardlanden ?
5. Welke zijn de belangrijkste beiaarden in België ?
6. België is als typisch beiaardland waarschijnlijk volgebouwd met beiaarden ?

7. Het schijnt dat de Amerikanen storm lopen voor de beiaard. Is dat zo ?
 

   
 
Over het instrument  

1. Is de beiaard een kerkelijk instrument ?  
2. In mijn oren klinkt een beiaard vals. Is er iets mis met mijn gehoor of met de beiaard ?
3. Klinken alle beiaarden hetzelfde ?

4. Wordt een beiaard beter of slechter met het ouder worden ? 
5. Ik wil een beiaard in mijn toren. Hoe begin ik er aan ?  

 

  Over het bespelen  

1. Ik hoor elk kwartier beiaardmuziek. Zit daar de ganse dag een beiaardier te kamperen ?  
2. Moet een beiaardier hard kloppen om de klokken te doen klinken ? 
3. Dragen beiaardiers handschoenen om hun vingers te beschermen ?

4. Hoor ik een beiaardier voor elk concert zijn klokken stemmen ?
5. Mag een beiaardier oefenen op zijn beiaard ? 
6. Kan je op beiaard quatre-mains spelen ?
7. Kan een beiaardier samenspelen met andere instrumenten ? 

  Over de job van beiaardier  

1. Zijn alle beiaardiers bejaard en hebben ze een baard ?  
2. Is beiaardspelen een beroep ?
3. Welk nut heeft een beiaardier nog in onze multimedia-maatschappij ?
4. Ik wil beiaardier worden. Hoe begin ik er aan ?
 
 

  Over het beiaardrepertoire  

1. Kan elk soort muziek gespeeld worden op beiaard ?  
2. De bloeiende beiaardcultuur van vroeger heeft ongetwijfeld een schat aan oude 
beiaardmuziek opgeleverd ?

3. Welke beroemde componisten hebben voor beiaard gecomponeerd ?

4. Bestaan er CD-opnames van beiaardmuziek ?

 
 

  Over het beluisteren van de beiaard  

1. Hoe kan ik weten waar en wanneer de beiaard wordt bespeeld ?  
2. Ik ga naar een beiaardconcert. Wat mag ik verwachten ?
3. Hoe moet ik een beiaardconcert beoordelen ?

 

 

  Over aardrijkskunde en geschiedenis

   

1. Waar komt het woord “beiaard” vandaan ? 

De oudste vermelding van het woord “beijaert” is te vinden in het dierenepos Vanden vos Reijnaerde en dateert dus van ca. 1260 of vroeger. Het woord verwees naar iemands klokkenspel in de obscene betekenis van het woord, maar de passage maakt ook duidelijk dat een beijaert in die tijd een tuig was waarmee op klokken kon worden gespeeld. In de late middeleeuwen was het immers de gewoonte dat zogenaamde beyaerders bij feestelijke gelegenheden beyaerden op de luidklokken van de kerken. De klokken werden bij die gelegenheden niet geluid, maar ze hingen stil en ze werden aangeslagen door de klepels die in beweging werden gebracht door middel van touwen. Het woord wordt voor het eerst gebruikt voor de beiaard in de huidige betekenis vanaf ca. 1550.  

De term beyaert is dus van Vlaamse en, gezien de oorsprong van het dierenepos, misschien van Waaslandse afkomst. Verschillende auteurs hebben het woord trachten te verklaren, maar tot op vandaag is geen enkele verklaring overtuigend gebleken. Persoonlijk geloof ik dat het werkwoord beyaerden of  beyeren een frequentatief is van het werkwoord beien, dat “slaan” betekent (vgl. met het Engelse to beat en het Franse battre). 

De homoniemen beijaert in de betekenis van “paard” (het Ros Beiaard) en “gastenverblijf” of "ziekenzaal" hebben waarschijnlijk een andere oorsprong.    
Het Ros Beiaard doet zijn ronde in 
Dendermonde. Waarschijnlijk is de naam
 Beiaard hier een verbastering van het 
Franse Bayard : “ros paard".

In de meeste talen wordt de beiaard aangeduid met de term “carillon” of een afgeleide hiervan. Het Franse woord carillon betekende aanvankelijk het beyaerden of kleppen op vier klokken.  

 

2. Is de beiaard een Vlaams muziekinstrument ? een Belgisch ? of een Groot-Nederlands ? 

De beiaard is in elk geval Brabants/Vlaams, want hij is ontstaan in de Zuidelijke Nederlanden. 

Maar hij is ook Belgisch, want ook in Waalse torens hangen beiaarden. 

En hij is ook Groot-Nederlands, want bijna de helft van alle beiaarden ter wereld bevindt zich in het gebied dat vroeger werd gevormd door de 17 Provinciën.  

De jongste anderhalve eeuw is het instrument dan ook gemobiliseerd voor zowel de Vlaamse zaak (“Dan zal de beiaard spelen van al uw torentransen …”), als voor de Belgische (“cet instrument essentiellement national …”) als voor de Groot-Nederlandse (“het klokkenspel … is uitvloeisel van een raseigenaardigheid, die geen staatkundige grenzen kent …”). 

En geen van de drie ideologieën is er in geslaagd om zich de beiaard volledig toe te eigenen.  
De beiaard is Vlaams ! 
prent van Jos Speybroeck





De beiaard is dus een politieke passe-partout. Maar voor welke ideologische kar de beiaard ook wordt gespannen, steeds weer blijft hij spelen voor iedereen, zonder onderscheid in ras, taal of sociale status. 

Laten we de beiaard dus uiteindelijk maar beschouwen als een zaak van iedereen, hét democratisch instrument par excellence.

Dat dat geweldige muziekinstrument ontstaan is in de Lage Landen, mag - sorry, moét - ons toch tot enige fierheid stemmen. 

Rest dan nog de vraag waarom de beiaard net ontstaan is in de Zuidelijke Nederlanden. Hiervoor zijn meerdere verklaringen gegeven, gaande van de barbaarsheid van het Vlaamse volk ("welk beschaafd volk zou het in zijn hoofd halen om muziek te maken op klokken ?") tot het ongunstige klimaat ("in Vlaanderen is het zo vaak bewolkt dat de Vlamingen muziekinstrumenten in hun torens hingen om de droevige atmosfeer op te vrolijken"). 

De beiaard is Belgisch ! 
Prins Laurent in brons 
(stadsbeiaard van Brussel)

Wellicht is de verklaring te vinden in een combinatie van factoren, zoals de economische welstand en hoge verstedelijkingsgraad in het Vlaanderen en Brabant van de late middeleeuwen, de bloei van de Zuid-Nederlandse polyfonie en de technologische superioriteit van onze streken, o.m. op het vlak van weeftechniek. Er is immers een frappante gelijkenis tussen een weefgetouw en een beiaardinstallatie. 

 

3. Worden er in België nog beiaarden gegoten ? 

In 1980 sloot de Leuvense firma Sergeys, de laatste klokkengieterij in België, haar deuren. Hiermee kwam een einde aan een traditie van 500 jaar beiaardbouw in onze streken.  

In ons land zijn wel nog enkele bedrijven actief die torenuurwerken produceren en beiaarden en luiklokken installeren. De belangrijkste zijn Clock-o-Matic in Holsbeek, Meridiaan in Menen en Michiels in Mechelen. De klokken worden meestal aangekocht bij twee klokkengieterijen in Noord-Brabant : Koninklijke Eijsbouts en Koninklijke Petit & Fritsen.  

   

 

4. Welke zijn de belangrijkste beiaardlanden ? 

Dat is een gevaarlijke vraag. En daarom volgt een uitgebreid en genuanceerd antwoord.   

Op vlak van aantal beiaarden staan Nederland en de Verenigde Staten aan de top, met zo’n 200 instrumenten per land. Dan volgt België met ca. 85, verder gevolgd door Frankrijk, Duitsland en Denemarken.  

Als men de populariteitsgraad van de beiaard in een land wil weten, dient men het aantal beiaarden te delen door de oppervlakte van dat land. Hieruit blijkt dat de Lage Landen verreweg het dichtstbevolkt zijn met toreninstrumenten : in Nederland vind je 42 beiaarden per 10.000 km² en in België 29. Als derde volgt Denemarken met 5 instrumenten per 10.000 km² al op respectabele afstand. De top-5 wordt volgemaakt met Frankrijk en Duitsland, die elk 1 instrument tellen per 10.000 km².  

Wanneer we het aantal beiaarden in verband brengen met het aantal inwoners, kunnen we zien in welke landen de bevolking “het meest over heeft” voor de beiaard. Ook dan blijft de top-3 dezelfde : Nederland heeft bijna 12 beiaarden per miljoen inwoners, België 9 en Denemarken 4.  

De Vlaamsgezinde lezer zal opmerken dat ik Vlaanderen en Wallonië samentel en dat de cijfers van Vlaanderen wellicht gunstiger zijn dan die van Wallonië. Dat klopt. Indien we de beiaard uitroepen tot gedefederaliseerde materie wordt Vlaanderen het eerste beiaardland ter wereld op het vlak van aantal beiaarden per 10.000 km². Gerelateerd tot het aantal inwoners blijft Vlaanderen op de tweede plaats.  

Samengevat kan men stellen dat de beiaardcultuur het levendigst is in de Lage Landen, gezien het hoge aantal beiaarden dat deze kleine landen tellen. Daarnaast bestaat er een hoogstaande concert- en compositiecultuur in de Verenigde Staten en in mindere mate ook in Canada. Door de uitgestrektheid van de Verenigde Staten en het hoge inwonersaantal komt het land echter niet vooraan in de statistieken. Elders is de beiaardtraditie eerder geconcentreerd in kleinere regio’s (Frans-Vlaanderen, Bourgogne) of steden (Aschaffenburg, Barcelona, Berlijn, Logumkloster, Sint-Petersburg …)    

 

5. Welke zijn de belangrijkste beiaarden in België ? 

Ook dat is een moeilijke vraag en ook daarom volgt een uitgebreid antwoord.  

Ten eerste is het moeilijk definieerbaar wat men onder “belangrijk” verstaat. Heeft het te maken met de kwaliteit van het instrument, zijn gewicht of aantal klokken ? Of hangt het veeleer af van de traditie, van de publieke belangstelling of de promotie die rond het instrument wordt gevoerd ? 

Zelfs wanneer we inzoemen op een van deze factoren, blijven we hangen in de subjectiviteit. Neem nu bijvoorbeeld de factor “kwaliteit van de klokken”. Ten eerste zijn er weinig luisteraars die voldoende beiaarden gehoord hebben om objectief te kunnen vergelijken. Beiaardiers kunnen natuurlijk beter vergelijken, maar zijn uiteraard niet vrij te pleiten van enige vooringenomenheid ten voordele van het eigen instrument. Dat is trouwens niet meer dan menselijk, want eigen kind is ook hier schoon kind. Of meer toepasselijk : ”Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens.”  

Als ik toch mijn ei moet leggen, dan spreek ik van een ongeschreven, maar duidelijke top-5 : de beiaarden van Antwerpen, Brugge, Gent, Leuven (universiteitsbibliotheek) en Mechelen (Sint-Rombouts). Die instrumenten verdienen hun plaats door een combinatie van zwaarte (het zijn toevallig de zwaarste vijf instrumenten van het land), kwaliteit en traditie.  

Hieronder vindt u de top-10 van beiaarden in België, gerangschikt volgens drie criteria : transpositie, totaal klokgewicht en aantal klokken. De eerste twee criteria zijn nauw met elkaar verwant, want in het algemeen kan men stellen dat hoe zwaarder een beiaard is, des te lager hij klinkt. Een zware beiaard klinkt meestal zangeriger dan een lichte door zijn langere uitklinktijd. Toch is een zware beiaard niet noodzakelijk "beter" dan een licht instrument. 

Daarna volgt een overzicht van de historische beiaarden van ons land. Tenslotte volgt nog een overzicht van records en unicums.
Elke beiaard is in zekere zin uniek en vele beiaardsteden hebben dan ook “iets” om fier op te zijn. 

Laat u echter te sterk leiden door de lijstjes die volgen. Ook steden zonder record of unicum hebben vaak een hoogstaande en interessante beiaardcultuur. En vergeet niet dat het genieten van een beiaardconcert vooral afhangt van de kwaliteit van de beiaardier en van de magie van het moment.

    

Top-10 van Belgische beiaarden op basis van de transpositie

  1. Brugge                                                                  G (sol)            
      Mechelen Sint-Rombouts (nieuwe beiaard)      
  3. Leuven universiteitsbeiaard                                      As (la mol)          

     
Mechelen Sint-Rombouts (oude beiaard)     

  5. Antwerpen                                                             A (la)

      Gent                                                                     
  7. Lier                                                                       Bes (si mol)
  8. Bergen                                                                  B (si)
      Nijvel
 10.Brussel (Sint-Michiel en Sint-Goedele)                     C (do)

      Charleroi                                                                   
      Doornik                                                                    
      Lokeren                                                                   
      Lommel                                                                  
     
Mol                                                                         
      Oudenaarde                                                            
      Peer                                                                       

   

   Top-10 van Belgische beiaarden op basis van het totale klokgewicht  

  1. Mechelen Sint-Rombouts (nieuwe beiaard)            40.000 kg
  2. Mechelen Sint-Rombouts (oude beiaard)               36.000 kg
  3. Leuven universiteitsbibliotheek                              35.349 kg
  4. Gent                                                                  30.052 kg
  5. Antwerpen                                                          27.649 kg
  6. Brugge                                                               27.535 kg
  7. Bergen                                                               24.000 kg
  8. Lier                                                                    20.000 kg
  9. Kortrijk                                                               18.490 kg
  10. Leuven Sint-Pieters                                             17.500 kg

    

Top-10 van Belgische beiaarden op basis van het aantal klokken

  1. Peer                                                                              64
  2. Leuven universiteitsbibliotheek                                         63
      Lommel                                                                     
  4. Meise                                                                            56  
  5. Gent                                                                              54
      Halle                                                                          
      Hasselt                                                                      
      Tienen                                                                        
  9. Aalst                                                                              52
      Genk                                                                          
      Turnhout                                                                     

In dit overzicht is de beiaard van Nieuwpoort (67 klokken) niet opgenomen. Dit instrument staat in pythagoreïsche stemming en heeft afzonderlijke toetsen en klokken voor de “kruisen” en de “mollen”. In de praktijk worden echter slechts 49 van de 67 klokken gebruikt.

  Historische beiaarden  

Beiaarden kunnen ook worden gerangschikt op basis van hun ouderdom. Ongeveer een vijfde van de Belgische beiaarden kan men nog “historisch” noemen. Hieronder volgt een lijst van deze instrumenten, gerangschikt naar ouderdom. De ouderdom is moeilijk te bepalen, aangezien de meeste beiaarden in verschillende fasen tot stand zijn gekomen en vaak zijn gerestaureerd. Met het oog op dit overzicht definiëren wij een historische beiaard als een instrument waarvan minstens 20 klokken ouder zijn dan de 20ste eeuw. Het vermelde jaartal is het jaar waarin de meeste klokken werden geleverd.

  1. Antwerpen, Onze-Lieve-Vrouw              1655             Frans en Pieter Hemony
     
Hoogstraten, Sint-Catharinakerk           1655             Frans en Pieter Hemony  
                                                                                  (oorspr. kerkbeiaard van Antwerpen)
  3. Gent, belfort                                        1661            Pieter Hemony
  4. Hoei, Onze-Lieve-Vrouwkerk                 1662            Frans Hemony
                                                 
                                 (oorspr. abdijbeiaard van Averbode)

  5. Diest, Sint-Sulpitiuskerk                       1671            Pieter Hemony
  6.
Mechelen, Sint-Romboutskathedraal     1678            Pieter Hemony
  7. Lier, Sint-Gummaruskerk                      1707           Alexis Jullien
 
8.  Tienen, Sint-Germanuskerk                  1723            Willem Witlockx
  9. Steenokkerzeel, Sint-Rumolduskerk      1735            Peter VI Vanden Gheyn

10. Brugge, belfort                                     1745           Joris Dumery
11. Hasselt, Sint-Quintinuskathedraal          1752           Andreas Jozef Vanden Gheyn
12. Sint-Truiden, belfort                              1754            Andreas Jozef Vanden Gheyn
13. Chimay, Sint-Petrus- en Pauluskerk      1761            Joris Dumery

                                                                                   (oorspronkelijk beiaard van Herne)
14. Tielt, belfort                                          1773            Joris Dumery

15. Turnhout, Sint-Pieterskerk                     1775            Andreas Jozef Vanden Gheyn

16. Leuven, Sint-Geertruikerk                      1778            Andreas Jozef Vanden Gheyn
17. Tongeren, Onze-Lieve-Vrouwbasiliek      1783            François Chaudoir
18. Kortrijk, Sint-Maartenskerk                   1880             Séverin Van Aerschodt

Als we als “historische beiaard” enkel die instrumenten weerhouden waarvan de oorspronkelijke klokkenreeks vrijwel volledig bewaard is, dan daalt het aantal historische beiaarden van 17 tot 6 (Antwerpen, Diest, Mechelen, Chimay, Tielt, Turnhout). Volledigheidshalve dient hieraan nog het klokkenspel van 35 klokken van het stadhuis van Hoei te worden toegevoegd, hoewel dat instrument van Andreas Jozef Vanden Gheyn uit 1766-68 tegenwoordig enkel nog automatisch speelt.

  Records en unieke exemplaren

Aalst ... 
is de legendarische geboorteplaats van de beiaard.
 

Volgens een eeuwenoude traditie zou een zot uit Aalst in 1481 of 1487 de beiaard hebben uitgevonden. Een 19de-eeuwse traditie heeft hem de naam Barthel Coecke gegeven. Hij zou het idee gekregen hebben van zijn vrouw Pharaïlde.

Antwerpen ... 
bezit de oudste nog spelende beiaard van het land.
 

De 36 oorspronkelijke Hemonyklokken spelen nog alle mee in de beiaard, die driemaal per week speelt. De veertigers en vijftigers onder ons denken met heimwee terug aan de zomerse maandagavondconcerten uit de jaren ‘70, wellicht het oudste massamuziekfestival van Vlaanderen. Terloops : de maandagavondconcerten bestaan nog steeds, en nu kan je opnieuw in alle rust luisteren.  

Brugge ... 
bezit de beiaard die internationaal het bekendst is.
 

Jaarlijks wordt het instrument bezocht door honderdduizenden toeristen die de 365 trappen van het belfort beklimmen. In de 19de eeuw was dit het instrument dat het vaakst door dichters werd bezongen. De klank van de klokken, het spiegelende minnewater en de stille zwanen waren de archetypische ingrediënten van Bruges-la-morte.  


Brussel ...
bezit de enige nationale beiaard.
 

Op het dak van het Huis van de Parlementsleden bevindt zich een lichte beiaard die op politiek correcte wijze de uren opluistert met beurtelings Vlaamse en Waalse liederen. Maar uiteraard is de prachtige beiaard in de kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele veel belangrijker. Te vermelden valt nog dat het oudste bewaarde handschrift met beiaardmuziek wordt bewaard in het Broodhuis. Het werd in 1648 samengesteld door Theodoor de Sany.  


Burcht ...
 
bezit de enige openluchtbeiaard van ons land.
 

Deze moderne beiaard bevindt zich op het kerkplein naast de Sint-Martinuskerk. Ergens in Vlaams-Brabant bevindt zich wel nog een openluchtbeiaard in privébezit. Dat is dan de enige tuinbeiaard van ons land.  

Deinze ...
bezit de enige grote-tertsbeiaard van ons land.
 

In 1985 ontwikkelde de klokkengieterij Koninklijke Eijsbouts te Asten (Nederland) een nieuw type klok, waarbij de kleine-tertsboventoon was vervangen door een grote terts. De grote-tertsklok kende geen groot succes en er werden slechts enkele handbespeelde beiaarden met dit klokprofiel besteld. De beiaard van Deinze uit 1988 is er een van. Volgens mijn informatie is er buiten Deinze zelf in gans Europa geen grote-tertsbeiaard te vinden.    


Diest ...
bezit de enige volledige beiaard van Pieter Hemony van ons land.
 

In 1671 goot Pieter Hemony een beiaard van 32 klokken voor de stad. Deze klokken spelen nog steeds mee in het instrument, dat intussen is uitgebreid tot 47 klokken.  


Gent ...
is de stad van Klokke Roeland.
 

Gent herbergt de beroemdste klok van Vlaanderen, de mythische Klokke Roeland. De huidige Roeland werd door Marcel Michiels gegoten in 1948. De vroegere Roeland – officieel de Grote Triumphante - van Pieter Hemony is gebarsten in 1914. De klok werd in 2003 gelast en zal in de toekomst wellicht weer vanuit het belfort weerklinken. De Gentse beiaard was het zwaarste klokkenspel dat door een Hemony werd gegoten.  


Geraardsbergen ...
bezit de beiaard van het grootste aantal klokkengieters.
 

De beiaard van Geraardsbergen bevat klokken van 12 of 13 gieters en biedt bijgevolg een staalkaart van meer dan vijf eeuwen klokkengietkunst. De oudste klok werd gegoten voor J. Van Goes in 1428. Het instrument bevat klokken uit alle daaropvolgende eeuwen. De 11 jongste klokken werden in 1980 geleverd door Koninklijke Eijsbouts. De beiaard van Geraardsbergen wordt geëvenaard door de oude beiaard van Sint-Rombouts in Mechelen, waarvoor ook 12 gieters bijdragen hebben geleverd. Maar qua tijdsspanne scoort Geraardsbergen enkele decennia meer.    
 

Grimbergen ...
bezit een beiaard in getemperde stemming.
 

De beiaard van Grimbergen (een Eijsboutsinstrument uit 1964) is samengesteld uit klokken in zogenaamde getemperde stemming, met tertspartialen tussen grote en kleine terts in. Hierdoor zouden zwevingsvrije akkoorden kunnen worden gespeeld. Ten tijde van de aankoop van het instrument werd het instrument dan ook gepromoot als de “zuiverst klinkende beiaard ter wereld”, iets wat de toenmalige beiaardier een reprimande vanuit Mechelen opleverde. 


Halle ...
bezit de oudste nog spelende beiaardklok van ons land.
 

De beiaard van Halle is samengesteld uit klokken van verschillende gieters. De oudste werd gegoten in 1390 door de gebroeders D. en M. van Harelbeke. In de toren van de Onze-Lieve-Vrouwbasiliek bevinden zich nog een aantal historische klokken die vroeger in de bieaard hebben meegespeeld.  


Hasselt ...
bezit het opus 1 van Andreas Jozef Vanden Gheyn.
 

De Leuvenaar Andreas Jozef Vanden Gheyn was de beroemdste beiaardgieter die ons land heeft voortgebracht. De eerste van zijn 23 beiaarden realiseerde hij in Hasselt. De 24-jarige klokkengieter vernieuwde in 1751 de minderwaardige beiaard die de stad 20 jaar voordien had gekocht van de rondreizende Lotharingse gieter Antoine Bernard. Dat de nieuwe beiaard op bewondering werd onthaald, blijkt uit het anoniem Triumphdicht over den nieuwen Carlejon, dat in bijna 250 verzen de kwaliteiten van het nieuwe instrument bezingt :  

Comt nu sotten,ende wijsen;
desen carlejon te prijzen,
al sijdt gij cruepel ofte manck,
sieck, melankolijck ofte crank.

Soo gij maer gaen ghijleiden kondt
naar hasselt toe, gij wordt gesondt,
Voor al eerst godt helpt de crancken,
dan hoorende sulcke klancken,

van den nieuwen carlejon hoort ...

   

Hoogstraten ...
bezit de enige geleende beiaard van ons land.
   

De beiaard van de Sint-Catharinakerk bevat 24 Hemonyklokken die in 1654 en 1655 waren gegoten voor de beiaard van het kerkbestuur van de Onze-Lieve-vrouwkerk van Antwerpen. Deze kerk huisvestte vanaf dan twee beiaarden: een van de stad en een van de kerk. In de loop van de 20ste eeuw raakten de klokken van de kerkbeiaard op de dool, totdat 24 Hemonyklokken een bestemming kregen in de toren van Hoogstraten, die toen pas was heropgebouwd nadat hij in 1944 door de Duitsers was opgeblazen.    

Kortrijk ...
bezit de enige 19de-eeuwse beiaard van ons land.
 

De 19de eeuw wordt meestal beschouwd als de “zwarte” periode van de beiaardkunst. Toch leverden de gieters Van Aerschodt uit Leuven klankrijke - zij het niet perfect gestemde - instrumenten. De beiaard van de Sint-Maartenskerk werd gegoten door Séverin Van Aerschodt in 1880 en is de enige 19de-eeuwse beiaard die de tand des tijds en de vernieuwingsdrang van de 20ste eeuw heeft overleefd. In 1994 kreeg hij gezelschap van een lichte Eijsboutsbeiaard in de halletoren.    
 

Leuven ...
telt drie zware concertbeiaarden.
 

Leuven telt drie grote beiaarden. De beiaard van Sint-Geertrui (15.061 kg) is het opus 21 van Andreas Jozef Vanden Gheyn. De stadsbeiaard in de Sint-Pieterskerk (17.500 kg) is het enige volledige werkstuk van de eveneens Leuvense klokkengietersfamilie Sergeys. En de universiteitsbeiaard (35.349 kg) is de enige Belgische beiaard die gegoten werd door de Engelse gieterij Gillett & Johnston. Daarbuiten klinken op het Leuvens grondgebied nog 3 automatische klokkenspellen (Parkabdij, Kasteel van Arenberg, Groot Begijnhof). Het Leuvens universiteitsarchief bezit de belangrijkste verzameling oude beiaardmuziek ter wereld.    
 

Lier ...
laat het uur vaker zingen dan elders.
 

De stadsbeiaard in de Sint-Gummarustoren werd geleverd door de 18de-eeuwse gieter Alexis Jullien, maar bevat vandaag voonamelijk 20ste-eeuwse klokken. Belangrijk is het feit dat het oorspronkelijke uurwerk met van Hendrik Joltrain uit 1712 nog in werking is, en muziek produceert via zijn beroemde “springtrommel”, een trommel met dubbele rijen gaten. In Lier raakt niemand de tijd kwijt, want vlakbij de Sint-Gummaruskerk klinken de automatische speelwerken van het stadhuis en van de beroemde Zimmertoren.    
 

Mechelen ...
Twee beiaarden in één toren.
 

Mechelen is dankzij Jef Denyn en de door hem opgerichte beiaardschool, het Mekka van de beiaard. In 1981 werd zijn beroemde beiaard op rust gesteld, een verdieping lager geplaatst en vervangen door een nieuw Eijsboutsinstrument. Naast deze 2 instrumenten telt de stad nog de beiaarden van de Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijlekerk en het Hof van Busleyden. En met de rijdende processiebeiaard van Hanswijk erbij mag Mechelen zich beroemen op vijf beiaarden binnen zijn muren.  


Mespelare ...
Bezit de kleinste beiaard van het land.
 

De beiaard van Mespelare bevat klokken uit de 18de, 19de en 20ste eeuw. Hij telt slechts 21 klokken, met een totaal gewicht van 381 kg en een basklok van 38 kg. Hiermee is hij de lichtste handbespeelbare beiaard van ons land. Volgens de normen van de Wereldbeiaardfederatie mogen we het instrument zelfs geen beiaard noemen wegens 2 klokken te weinig.    
 

Nieuwpoort ...
bezit de enige diachromatische beiaard van het land.
 

De beiaard van Nieuwpoort staat in pythagoreïsche stemming. In die stemming klinken de kruisen een komma hoger dan de mollen. De beiaard heeft afzonderlijke toetsen en klokken voor de “kruisen” en de “mollen” en is daarmee een unicum. Om speeltechnische redenen, en afhankelijk van de partituur, moet de beiaardier zich veelal beperken tot het gebruik van 49 van de 67 klokken (zie website beiaard van Nieuwpoort). 
 

Oudenaarde ...
is tot nader order de geboorteplaats van de beiaard.

In 1510 leverde Jan van Spiere voor het klokkenspel van 9 klokken van het stadhuis een “clavier in torrekin om te beyaerdene”. Dat is de oudst bekende ondubbelzinnige vermelding van een klavier om op klokken te musiceren. Dat beiaardje is intussen al lang verdwenen. Sinds 1894 hangt de stadsbeiaard van Oudenaarde niet meer in het stadhuis, maar in de Sint-Walburgakerk. Momenteel hangt daar een mooie moderne beiaard van Petit & Fritsen. 
 

Peer ...
bezit de meest uitgestrekte beiaard van het land.

In 1992 kreeg de Sint-Trudokerk van Peer een beiaard, gegoten door Petit & Fritsen. Het instrument telde 51 klokken. In 2000 (?) werd de beiaard uitgebreid in de laagte en in de hoogte. Het aantal klokken werd opgevoerd tot 64, waardoor het instrument de omvangrijkste beiaard van het land werd. Toevallig is de toren ook 64 meter hoog.    

 

Roeselare ...
laat het in zijn toren beiaarden en luiden.
 

Vanaf het begin van de 20ste eeuw werden de klokgeluien gemotoriseerd. Vandaag is het klokluiden met de hand dan ook uitgestorven. De klokkenluiders in de Sint-Michielstoren vormen hierop een notoire uitzondering. Met West-Vlaamse volharding blijven zij hun vier luiklokken luiden en kleppen met de hand. In de Sint-Michielstoren vinden we dus nog de twee manier om met de hand met klokken om te gaan terug : het beiaard spelen en het luiden.  
 

Steenokkerzeel ...
bezit de enige beiaard van pater Peter Vanden Gheyn van ons land.
 

Na de voortijdige dood van klokkengieter Andreas Frans Vanden Gheyn in 1730 trad zijn broer Peter tijdelijk - maar wel 20 jaar lang - uit het Alexianenklooster te Tienen om de gieterij te beheren. Twee van zijn beiaarden bleven bewaard en getuigen nog van zijn groot talent. Daar waar de beiaard van het Zeeuws havenstadje Veere prachtig tot zijn recht komt in het romantische kader van het stadje, moet zijn tegenhanger in Steenokkerzeel helaas opboksen tegen de geluidsoverlast van de nationale luchthaven, die letterlijk een boogscheut verwijderd is.   

Tielt ...
bezit de enige volledige Dumerybeiaard ter wereld.
 

Met een totaal klokgewicht van 831 kg is het beiaardje van Tielt een lichtgewicht. Het klinkt bijna twee octaven hoger dan het Dumery-instrument van Brugge. Maar uniek is wel het feit dat de beiaard van Tielt nog al de 34 oorspronkelijke Dumeryklokken bezit.


Tienen ...
bezit de enige Witlockxbeiaard van ons land.
 

Willem Witlockx was de meest succesrijke beiaardgieter uit de 1ste helft van de 18de eeuw. Van zijn instrumenten er slechts twee bewaard gebleven, de zware beiaard van het koninklijke paleis te Mafra in Portugal en de stadsbeiaard van Tienen. De 37 klokken werden geleverd in 1723. Intussen is het instrument uitgebreid tot 54 klokken.    
 

Tongeren ...
bezit de enige beiaard van François Chaudoir.
 

François Chaudoir was een Luiks klokkengieter. Wellicht was de beiaard van Tongeren zijn enige beiaard. Dat blijkt trouwens uit de armzalige stemming van het instrument in de Tongerse basiliek. Tijdens de restauratie in 2001 werd de beiaard herstemd, wat de toonzuiverheid van de klokken ingrijpend heeft verbeterd.   

Turnhout ...
bezit de volledigste Vanden Gheynbeiaard van ons land. 

Van de 23 beiaarden die de grote gieter Andreas Jozef Vanden Gheyn vervaardigde zijn er nog maar een vijftal bewaard gebleven. Die van Turnhout heeft nog al de 37oorspronkelijke klokken bewaard, op één na. Daarmee is dit instrument de meest volledige Vanden Gheynbeiaard van ons land. Het schilderachtige stadje Schoonhoven in Nederland bezit echter nog een beiaard waarin alle 37 Vanden Gheynklokken bewaard zijn gebleven. 

Zoutleeuw ...
toont de oudste beiaard ter wereld.
 

Het beiaardje in de Sint-Leonarduskerk van Zoutleeuw is van moderne makelij, gegoten door Eijsbouts in 1963. Maar in de vieringtoren hangen nog 7 klokken van de Mechelse gieter Medard Waghevens uit 1531. Hopelijk laat men in de toekomst dit stuk muzikale archeologie ooit nog eens tot klinken brengen, bijvoorbeeld als automatisch speelwerk.    

  

6. België is als typisch beiaardland waarschijnlijk volgebouwd met beiaarden ? 

Als we ons even tot Vlaanderen beperken, constateren we dat er ongeveer 1 beiaard is per 100.000 inwoners en 1 instrument per 200 km². Er is dus nog plaats.  

Maar voor we definitieve conclusies trekken, moeten we een onderscheid maken op basis van de twee belangrijke functies van een beiaard.  

Als men de beiaard uitsluitend beschouwt als een concertinstrument voor de zomerse avondrecitals, dan telt Vlaanderen wellicht voldoende instrumenten. Beiaardconcerten trekken meestal geen massapubliek. Er is dus nog nog plaats op de huidige luisterplaatsen. 

Maar als men de beiaard ook beschouwt als een middel om de kwaliteit van het wonen in een stedelijke omgeving te verbeteren, dan zien we dat veel steden nog verstoken zijn van het muziekinstrument van de Lage Landen.  

Een snelle opsomming van grote gemeenten of steden die het (nog) zonder beiaard moeten stellen : Aalter, Aarschot, Aartselaar, Asse, Beveren, Beringen, Boom, Bornem, Edegem, Kontich, Heist-op-den-Berg, Kampenhout, Londerzeel, Puurs, Vilvoorde, Waregem, Zaventem, Zelzate …  

Andere steden bezitten wel een automatisch speelwerk, dat echter niet is voorzien van stokkenklavier : Bilzen, Bocholt, Bree, Denderleeuw, Duffel, Eeklo, Geel, Hamont, Knokke-Heist, Maaseik, Maldegem, Ninove, Oostduinkerke, Schelle, Stekene, Tessenderlo, Torhout, Zonhoven.  

En tenslotte zijn er enkele steden die wel een beiaard hebben, maar geen beiaardier. En dat komt op hetzelfde neer als het niet bezitten van een beiaard.  

Men kan zich zelfs afvragen of het niet nuttig is om in sommige gemeenten bijkomende instrumenten te installeren. In de  bloeitijd van de beiaard bezaten steden als Brussel, Gent en Antwerpen immers 5 tot 10 beiaarden. De “sfeer van toen” kan je nog opsnuiven in het centrum van Amsterdam, dat opgevrolijkt wordt door de klanken van 5 Hemonybeiaarden.  

In grotere steden beperkt de klankuitstraling van een beiaard zich slechts tot een beperkt deel van het centrum. Daarom is de aankoop van een tweede of zelfs derde beiaard een minder gek idee dan het misschien lijkt. Leuven heeft drie beiaarden : de stadsbeiaard vrolijkt de sfeer op in de winkelstraten rond de grote markt, de universiteitsbeiaard schept sfeer in de buurt van de universiteitsgebouwen en studentenkamers en de Sint-Geertruibeiaard speelt voor de oude woonbuurt aan de Dijle.  

Besluit : de beiaardmarkt in Vlaanderen is nog niet verzadigd. Veel steden en gemeenten wachten op hun eerste beiaard en een aantal grotere steden zou de aankoop van een tweede instrument kunnen overwegen. Misschien kan het nationale cultuurbeleid hier stimulerend of ondersteunend werk verrichten.   

Het centrum van Kortrijk telt twee beiaarden : een zware in de Sint-Maartenskerk en in een lichte in de Halle.
   

7. Het schijnt dat de Amerikanen storm lopen voor de beiaard. Is dat zo ?  

De liefde van de Amerikanen voor de beiaard bloeide op in 1914. Het geweld van de eerste oorlogsmaanden kostte in België niet enkel talrijke mensenlevens, maar betekende ook het einde van onder meer de beiaarden van Leuven, Ieper en Dendermonde. De geallieerde wereld roemde het kleine België als een heldhaftige martelaarstaat. 

Vooral de Amerikanen zagen de verwoesting van onze beiaarden als een bewijs van de barbaarsheid van de Duitse bezetter, die zelfs onze symbolen van vrijheid en cultuur niet spaarden. Over de verdwenen Vlaamse beiaarden werd al snel een sfeer van romantiek geweven. 

De verwoesting van Leuven op 25 augustus 1914 kreeg een symboolwaarde in de Westerse wereld. 

 

Na de Eerste Wereldoorlog is de beiaard als cultuurgoed van The Old Country snel doorgedrongen tot de Verenigde Staten. In de jaren '20 waren voldoende financiële middelen voorhanden en in de USA ontstonden instrumenten die groter en imposanter waren dan hun Europese voorlopers. Vaak werden ze gefinancierd door rijke ondernemers, zoals de oliemagnaat John D. Rockefeller Jr. (New York en Chicago) of William Randolph Hearst (San Simeon, California). 

De meeste instrumenten werden gebouwd als herdenkingsmonumenten voor gesneuvelden of als instrumenten van rust en bezinning in parken of aan universiteitscampussen. 

De Netherlands Carillon in Arlington National Cemetary. Hier bevinden zich meer dan 200.000 graven van Amerikanen die vielen voor het vaderland, gaande van de onbekende soldaat tot John F. Kennedy.

 

Momenteel bezit Amerika een bloeiende en vernieuwende beiaardcultuur, met bijna 200 instrumenten die vaak in rustige omstandigheden kunnen beluisterd worden. Aan sommige universiteiten wordt het vak beiaard gedoceerd, er bestaan enkele festivals en componisten hebben interessante werken voor het instrument geschreven.                 

Maar toch is de beiaard nog niet doorgedrongen tot het collectieve bewustzijn van de Amerikaan. Daarvoor zijn er nog steeds te weinig instrumenten in relatie tot de enorme oppervlakte van het land. Daar waar de stedelijke bevolking van de Lage Landen beiaardmuziek als het ware onbewust inademt, beschouwen de Amerikanen het instrument als iets bijzonders en ongewoon. En ze vinden het altijd great.
   
Beiaard in Washington Park te Springfield, Illinnois. Elk jaar wordt hier een internationaal beiaardfestival georganiseerd. 

 

  Over het instrument  

 

1. Is de beiaard een kerkelijk instrument ? 

Omdat een beiaard uit klokken bestaat en omdat klokken ook worden gebruikt om de kerkdiensten aan te kondigen, denkt men wel eens dat de beiaard een kerkelijk fenomeen is. Beiaardmuziek klinkt dan ook bij sommigen in de oren als een vorm van "clericaal totalitarisme". 

In feite kan een beiaard kan eigendom zijn van om het even wie of wat : een gemeente, een kerkbestuur, een openbare instelling, een abdij, een VZW, een commercieel bedrijf, een privépersoon enz.  

Tussen de 16de en de 18de eeuw telden de steden in de Nederlanden zowel stadsbeiaarden als instrumenten die eigendom waren van een kerkbestuur of een abdij. Onder meer door de opeisingen in de Franse tijd is het grootste deel van de kerk- en abdijbeiaarden verdwenen. De meeste Europese beiaarden zijn nu stadseigendom en hebben tot belangrijkste doel de stedelijke omgeving een aangename sfeer te bezorgen. In de steden die geen belfort bezitten bevindt de stadsbeiaard zich meestal in de toren van de hoofdkerk. In die beiaarden hangen dan vaak enkele luidklokken die dan wél worden gebruikt door de kerk.  

In Noord-Amerika is de situatie totaal anders. Daar vindt men haast geen stadsbeiaarden, maar vooral kerkbeiaarden en instrumenten die verbonden zijn aan een universiteit of openbaar park.  

                       

2. In mijn oren klinkt een beiaard vals. Is er iets mis met mijn gehoor of met de beiaard ? 

Soms is er inderdaad iets mis met de beiaard.  

Beiaarden kunnen vals klinken. Dat kan twee oorzaken hebben. Ten eerste zijn er enkele beiaarden waarvan de klokken onoordeelkundig gestemd zijn. Het stemmen van een klok is een bijzonder complex gebeuren, aangezien niet enkel de grondtoon, maar ook de vier belangrijkste boventonen afzonderlijk moeten gestemd worden. Het is namelijk de bedoeling dat ze een harmonieus kleine-tertsakkoord vormen. Het stemmen gebeurt door de klok op verschillende plaatsen aan de binnenzijde uit te vijlen.  

Ten tweede kunnen beiaarden die aanvankelijk zuiver klonken, ontstemd raken door de invloed van luchtverontreiniging. De wandverdunning die hierdoor ontstaat, tast vooral de toonzuiverheid van de kleine klokjes aan.  

Gelukkig zijn de restauratietechnieken tegenwoordig in die mate gevorderd dat zelfs de meest ontstemde beiaarden kunnen herstemd worden tot genietbare instrumenten. Inwoners van bv. Tongeren en Sint-Truiden hebben recent wellicht gemerkt dat hun instrumenten na restauratie veel frisser en juister klinken dan voorheen. Dankzij die restauraties wordt de stadslucht in de Nederlanden dus steeds meer gezuiverd van valse beiaardklanken.  

Maar sommige luisteraars hebben ook moeite met de klanken van juist gestemde beiaarden. Dat heeft vooral te maken met het feit dat een klokkenklank niet kan gedempt worden zoals een pianosnaar of een orgelpijp. Een klok heeft een natuurlijke nagalm, waaraan ze haar zangerigheid ontleent. Bovendien bestaat een klokkenklank uit een groot aantal boventonen, waarvan er enkele duidelijk hoorbaar zijn. Als een beiaard speelt, baadt hij dus in een soort “halo” van uitstervende klanken en boventonen. En dat is nu net de uitdaging voor de beiaardier. Hij moet er in slagen om uit dat klankenbad transparante en herkenbare muziek tevoorschijn te toveren. Dat is de reden waarom beiaardiers snelle passages meestal sterk ritmeren.  

De nagalm van klokken heeft ook als gevolg dat muziek met snel veranderende harmonieën snel verward en “vals” gaat klinken. Verschillende toonaarden gaan dan immers door elkaar klinken. Daarom is niet alle muziek geschikt voor uitvoering op beiaard. Om twee extremen te noemen : Wagner op beiaard is een gruwel voor het oor, terwijl repetitief-minimalistische muziek het op klokken prima doet.  

Maar wanneer gepaste beiaardmuziek, gespeeld door een goed beiaardier op een zuivere beiaard, in uw oren vals klinkt, is er waarschijnlijk wel iets mis met uw gehoor.   

Deze boef woont misschien  in een stad met een
valse beiaard (u
it het Kiekeboe-album Black-out
)
.

   

3. Klinken alle beiaarden hetzelfde ? 

Elke beiaard is anders.  

Om te beginnen kunnen beiaarden sterk verschillen in gewicht. De zwaarste beiaarden wegen 40 ton of zelfs meer, terwijl er ook al spelletjes zijn met een totaal klokgewicht van 1 ton of minder. Deze twee extremen verschillen ongeveer anderhalf octaaf in toonhoogte, wat evenveel is als het toonverschil tussen een basstem en een sopraan. Een zware beiaard bezit een groter volume en een langere nagalm. 

Verder zijn er belangrijke verschillen tussen oude en moderne beiaarden. Beiaarden uit de 17de en 18de eeuw hebben meestal een minder lange nagalm dan moderne instrumenten. Bovendien zijn ze gestemd in de middentoonstemming, wat hun muzikale mogelijkheden enigszins inperkt.  

Maar ook beiaarden uit dezelfde periode en met eenzelfde gewicht kunnen sterk verschillen. Dat hangt bv. af van de kwaliteit van het gietwerk, van het gebruikte klokprofiel enz.  

En er zijn nog een groot aantal elementen die elke beiaard uniek maken : de kwaliteit van het klavier en de inrichting, de eigenschappen van de klokkenkamer, de luisteromgeving enz.  

En last but not least is er nog de beiaardier. Een groot musicus kan een instrument met een hese stem nog ontroerend doen klinken. Omgekeerd kan de mooiste beiaard een steen des aanstoots zijn indien hij wordt  bespeeld door een dilettant.  

 

4. Wordt een beiaard beter of slechter met het ouder worden ?  

Dat hangt er van af. De mechanische inrichting van de beiaard (dus alles behalve de klokken) is uiteraard onderhevig aan sleet. Een goede installatie heeft natuurlijk een bepaalde duurzaamheid en kan enkele tientallen jaren in goede staat blijven indien ze regelmatig wordt onderhouden. De onderdelen moeten uiteraard stevig genoeg geconstrueerd zijn om stabiel te blijven tijdens langdurig beiaardspel. Bovendien moeten de metalen onderdelen vervaardigd zijn uit roestvrij materiaal.  

De klokken zijn veel duurzamer dan de mechanische onderdelen. Klokkenbrons kan eeuwen doorstaan. Er is echter een voorwaarde : de klokken moeten hangen in een zuivere atmosfeer. De luchtvervuiling van de vorige eeuw heeft veel klokken naar de vernieling geholpen. Zure regen bezorgt klokkenbrons immers een lichtgroene laag patina, die afbrokkelt wanneer de klok bespeeld wordt. Het oppervlak van de klok wordt ruwer en de klok wordt voortdurend dunner. Ten gevolge hiervan gaat ze kort en vals klinken. Vooral klokken die op geringe hoogte hangen, die hangen in zeelucht of in de buurt van een industriële activiteit kunnen zwaar beschadigd worden. In sommige gevallen kunnen deze klokken door kuisen en herstemmen nog gered worden. De periode van ergste vervuiling is gelukkig voorbij, aangezien steenkool als vervuiler is verdwenen.  

Een aantal waarnemers heeft ondervonden dat klokken mooier gaan klinken met het ouder worden. Dat verschijnsel werd wel eens verklaard door gewoontevorming : klokken die men vaak hoort, gaat men uiteindelijk ook liever horen. De campanoloog André Lehr poneert echter een natuurkundige verklaring voor het verschijnsel. Een nieuwe klok vertoont vaak kleine foutjes, die veroorzaakt worden door een onvolmaakte menging van het koper en tin, door gietspanningen e.d. Die onvolmaakheden verhinderen dat de klok “perfect” uitklinkt. Het is mogelijk dat het herhaaldelijk doen trillen van de klokwand zorgt voor microscopisch kleine verplaatsingen van atomen, waardoor de kristalstructuur van het brons evenwichtiger wordt. Deze theorie is nog onvoldoende getest, maar ze wint aan geloofwaardigheid wanneer men beseft dat een klokwand in een tijdsspanne van enkele eeuwen miljarden keren heen en weer trilt ! Een klok kan dus beter worden met de tijd, net zoals goede wijn. 

 

5. Ik wil een beiaard in mijn toren. Hoe begin ik er aan ?  

U wil een beiaard installeren ? Bravo. U hebt wellicht een goede keuze gemaakt. Maar eerst moet u zich enkele vragen stellen.  

Eerst van al moet u te weten komen of er buiten uzelf nog anderen zijn die vinden dat uw toren een beiaard mist. Als u de enige bent, zal u niet ver komen.  

Als er een collectief draagvlak is voor de aankoop van een beiaard, moet u (laten) uitzoeken of de plaatsing van een beiaard technisch mogelijk is. Uw  toren moet voldoende stabiliteit bezitten, de klokkenkamer moet ruim genoeg zijn en op de juiste hoogte hangen en de vensters moeten een goede klankuitstraling mogelijk maken.  

Vervolgens moet u (laten) onderzoeken of uw toren geschikt is qua ligging. De ideale beiaardtoren ligt midden in een druk bezocht stadscentrum met zo weinig mogelijk gemotoriseerd verkeer en zonder te veel hoge gebouwen in de onmiddellijke omgeving. Een strook groen of een park in de onmiddellijke omgeving is mooi meegenomen. En enkele rustige cafés, liefst met terras, kunnen het plaatje helemaal afmaken.  

Dan is er de kwestie van het geld. De kostprijs van een beiaard ligt lager dan de meeste buitenstaanders denken. Afhankelijk van het gewicht van de  beiaard kan je rekenen op een bedrag tussen  € 100.000 en € 400.000. En als in de toren reeds enkele goede luidklokken hangen, kunnen die meestal dienen als basklokken voor de toekomstige beiaard. Hierdoor wordt soms meer dan de helft van het klokgewicht uitgespaard.                        

Fondsenwerving voor een beiaard heeft reële kans op slagen. Indien de eigenaar van de toren (meestal het gemeentebestuur of de kerkfabriek) niet de nodige middelen kan of wil vrijmaken, zijn er mogelijkheden op het vlak van sponsoring. Een bedrijf dat jarig is of  dat “iets wil terugdoen” voor de gemeente waar het gevestigd is, is overtuigbaar : een beiaard is immers een duurzaam project met uitstraling dat uiteindelijk minder kost dan een grote eenmalige reclamecampagne. Als men meer heil zoekt in een groot aantal kleinere sponsors kan men ook afzonderlijke klokken laten financieren.En aangezien de beiaard een gemeenschapsinstrument bij uitstek is, is het ook mogelijk om de plaatselijke bevolking te mobiliseren via tombola’s, verkoop van stickers, pannenkoekavonden enz. En welke notabele wil niet zijn naam op een bronzen klok vereeuwigd zien ?   

Indien u voldoende geld geeft voor een beiaard is uw beloning misschien wel een bronzen portret op de toegangsdeur van de klokkentoren. Dit is de Amerikaanse krantenmagnaat Thomas Rees. Hij schonk de grote beiaard va
n Springfield, Illinois.

Als de beslissing tot aankoop van een beiaard genomen is, dient men advies te vragen aan een beiaardexpert. De technische commissie van de Vlaamse Beiaardvereniging kan hier hulp bieden. Ook is het goed om andere steden te bezoeken, gemeentebesturen en beiaardiers te polsen naar hun ervaringen enz. Een adviseur helpt de gemeente bij het bepalen van de optimale omvang van de beiaard, het opstellen van het lastenboek en de keuze uit de voorstellen van de verschillende klokkengieters. Bovendien volgt hij de uitvoering van de werken op.  

Maar een beiaard is waardeloos als hij niet regelmatig bespeeld wordt. Men moet dus op zoek naar een stadsbeiaardier. Dat kan via een open vacaturestelling en een speelexamen. Ook hier kan de Vlaamse Beiaardvereniging advies verlenen. Indien men er zeker van wil zijn dat de nieuwe beiaardier zich integreert in het plaatselijke sociale leven, kan men ook een talentvol plaatselijk musicus aanspreken en hem als beiaardier aanstellen op voorwaarde dat hij een beiaardiersopleiding volgt.  

     

  Over HET bespelen    

  1.  Ik hoor elk kwartier beiaardmuziek. Zit daar de ganse dag een beiaardier te kamperen ?

Het zou in elk geval een ongewone werkregeling zijn. Maar neen, de melodie die men op vaste tijdstippen hoort wordt voortgebracht door het automatisch speelwerk. Dat is meestal een computer die geïntegreerd is in het torenuurwerk. In sommige torens speelt nog een bandspeelwerk met plastic ponsbanden. En hier en daar is nog een historische metalen trommel met pinnen in werking.  

De meeste oude trommels speelden achtmaal per uur. Nu is het automatisch speelwerk meestal een kwartierspel. Sommige steden willen de geluidsoverlast nog drastischer verminderen en beperken de frequentie van de automaat tot één- of tweemaal per uur.  

Tot een eind in de 20ste draaiden de speeltrommels dag en nacht door, wat toeristen en andere hotelgasten slapeloze nachten bezorgde. Bij de plaatselijke bevolking had het nachtelijke klokkenspel echter het effect van een slaapliedje op een baby : het gaf hun een rustdoende zekerheid. De autochtonen werden pas wakker wanneer de trommel defect was.  

De oude speelwerken lieten melodietjes horen in een cyclus van een uur, zodat elk kwartier zijn vast wijsje had. De moderne computerspeelwerken bieden echter zoveel mogelijkheden qua aantallen en frequentie dat die vaste regelmaat wel eens verloren gaat en men elk uur een ander melodietje hoort, dat dan vaak nog erg lang is. En dan is het niet verbazend dat sommige passanten denken dat elk uur een beiaardier aan het werk is.  

Het wijzigen van de muziek van het automatisch speelwerk behoort meestal ook tot het takenpakket van de plaatselijke beiaardier. Dan betekent dan het versteken van de trommel, het ponsen van nieuwe speelbanden of het inspelen van nieuwe melodieën in de beiaardcomputer. 

 

2. Moet een beiaardier hard kloppen om de klokken te doen klinken ?   

Dat valt nog best mee.  

Om het stokkenklavier te bespelen vormt de beiaardier een gesloten vuist en drukt met de pink de toetsen neer. Door de toetsen afwisselend links en rechts aan te slaan kan een beiaardier een verrassend grote snelheid bereiken. Maar ook het vlak na elkaar bespelen met dezelfde hand gebeurt snel : aangezien een klok toch nagalmt kan de speler de toets meteen loslaten en zijn volgende noot voorbereiden. Met de vlakke hand kan de beiaardier tweeklanken spelen tot een maximale afstand van een kwart. De zware klokken worden bespeeld met de voeten.   

Een beiaardier maakt uiteraard grotere bewegingen dan een pianist. Hij moet immers het ganse handklavier bestrijken met twee vuisten, terwijl zijn collega-pianist beschikt over tien vingers en dus evenveel aanslagpunten. Voeg daarbij nog het pedaalspel en een beiaardier begin al sterk te lijken op een harlekijn die in ongecontroleerde bewegingen om zich heen slaat. Maar dat is slechts schijn.  
Boudewijn Zwart
 in de Amsterdamse westertoren 

Sommige beiaardiers spelen weliswaar met “het grote gebaar”, maar dat is voor een groot deel energieverlies. Het is immers mogelijk om voldoende klankvolume te ontwikkelen door “in de toets” te spelen. De zijdelingse bewegingen van de beiaardier zijn dan ook veel groter dan de verticale bewegingen. Beiaardiers spreken liefst over het “neerduwen” van de klavierstokken, in tegenstelling tot luisteraars en cursiefjesschrijvers, die het beiaardspel wel eens beschrijven in termen van over kloppen, timmeren, slaan of zelfs boksen. Ook oudere teksten en tekeningen van beiaardspel beschrijven het beiaardspel als een activiteit van bloed, zweet en tranen. Dat heeft deels te maken met de stroeve beiaardinstallaties uit vroeger eeuwen. 
H
et archetype van de beiaardier-beenhouwer. Fernand 
Redouté aan het werk op de beiaard van Bergen.

De huidige klavieren zijn qua speelgemak merkelijk beter dan hun voorlopers uit vorige eeuwen. Aangezien de beiaard een mechanisch muziekinstrument is waarbij de toetsbeweging door een rechtstreekse verbinding wordt overgebracht op de klepel, is hij ook een aanslaggevoelig instrument. Op de beiaard kan men dus perfect zacht en sterk spelen, afhankelijk van de kracht waarmee de stokken van het klavier worden neergedrukt.  

Volledigheidshalve dient wel gezegd dat het spelen van virtuoze muziek op beiaard na enige tijd wel vermoeiend kan worden. Daarom wisselen de meeste beiaardiers tijdens een concert virtuoze nummers af met eenvoudiger stukken.  

 

3. Dragen beiaardiers handschoenen om hun vingers te beschermen ?  

Ooit heb ik in een Waalse stad die ik niet zal noemen een gelegenheidsbeiaardier aan het werk gezien die de klavierstokken te lijf ging met geleende bokshandschoenen. Maar dat is een alleenstaand gegeven.  

De meeste beiaardiers dragen vilten kokertjes rond het tweede lid van hun pink. Gezien de beperkte markt voor pinkbeschermers vind je ze niet in de muziekwinkel of bij de Brico. Meestal worden ze vervaardigd door een welwillende schoenmaker. Dankzij de toegenomen souplesse van de hedendaagse beiaardklavieren spelen steeds meer beiaardiers “zonder bescherming”.  

In de loop van een beiaardierscarrière raken de pinken miljoenen malen de klavierstokken. De pinken van elke beiaardier kweken na enige tijd een stevige laag eelt. Op straat zijn beiaardiers dus herkenbaar aan hun dikke pinken, de enige zichtbare afwijking die samenhangt met hun beroep.                        

 

4. Hoor ik een beiaardier voor elk concert zijn klokken stemmen ?  

Neen. De beiaardier is op dat ogenblik de klavierdraden aan het regelen.  

Die zijn immers onderhevig aan temperatuurwisselingen. Wanneer de draden krimpen bij kouder weer, komt de klepel dichter bij de klokwand, waardoor hij na de aanslag tegen de klokwand blijft “plakken”. De trillingen van de klok worden gesmoord en de klank wordt kort en “metaalachtig”. Bij warmer weer zetten de draden uit en gaan de klepels verder van de klokwand af staan, zodat ze de klok zelfs niet meer raken indien een beiaardier de klavierstokken zacht bespeelt.  

Om de afstand tussen klepel en klokwand bij alle temperaturen optimaal te houden, is elke klavierdraad voorzien van een zogenaamde spanwartel of draadregelaar, waarmee de lengte van elke draad naar believen kan aangepast worden. Aangezien de klavierdraden zelfs reageren op geringe temperatuurveranderingen, dient een beiaard in principe afgesteld te worden voor elk concert.

Het willekeurig getokkel voor een beiaardconcert heeft dus niets te maken met het stemmen van de klokken. Het herstemmen van valsklinkende klokken is enkel mogelijk in een klokkengieterij. 

De Nederlandse beiaardier Bas De Vroome tijdens het draadregelen. Met de rechterhand wordt de draadregelaar gedraaid ; met de linkerhand wordt de toets ingedrukt om de lengte van de draad te testen. Omgekeerd mag natuurlijk ook. 
 

5. Mag een beiaardier oefenen op zijn beiaard ?   

Een beiaardier die de horecazaken van een West-Vlaamse stad terroriseerde met urenlang oefenarbeid verantwoordde zijn gedrag als volgt : “Ik moet ook oefenen op het instrument zelf. Ook Johan Museeuw traint niet enkel op rollen, maar ook op de openbare weg.”  

Natuurlijk loopt die vergelijking mank, want beiaardiers horen te oefenen op een oefenklavier. Dat is een stokkenklavier dat niet met klokken is verbonden, maar met een reeks metalen staafjes die aangeslagen worden door hamertjes. Oudere oefenklavieren waren soms voorzien van kleine klokjes. De oudste vermelding van een oefenklavier dateert uit een reisverslag van de Zwitser Thomas Platter die in 1599 Antwerpen bezocht.  

Sommige beiaardiers bezitten zelf een oefenklavier, anderen spelen op een oefenklavier dat hun ter beschikking wordt gesteld door de eigenaar van de beiaard en dat dan meestal in de toren staat waar ook de beiaard hangt.  

Een oefenklavier laat toe om beiaardmuziek in te studeren tot de speler de muziek volledig beheerst. Toch is de eerste keer dat een stuk op een echte beiaard wordt gespeeld, soms nog een verrassende ervaring. Het beiaardklavier heeft immers een andere (meestal zwaardere) toetsdruk, het stuk heeft een ander klankeffect op klokken dan op klankstaven, enz. De nieuwste oefenklavieren lossen dit probleem deels op doordat zij via samplingtechnieken reële klokkenklanken kunnen weergeven.  

Een beiaardschool beschikt uiteraard over oefenklavieren met het oog op de lespraktijk. Enkel de gevorderde leerlingen krijgen geregeld les op de “echte” beiaard.  

 

6. Kan je op beiaard quatre-mains spelen ?  

Jazeker.

Vierhandig beiaardspel laat toe om een repertoire te spelen op de beiaard waar een enkele speler niet toe in staat is. Vooral complexe polyfone werken, zoals Bachs Kunst der Fuge, en orkestwerken zoals Beethovens vijfde symfonie of romantische symfonische gedichten kunnen dankzij een vierhandige bewerking op klokken worden weergegeven. Ook werden reeds oorspronkelijke beiaardwerken geschreven voor beiaard vierhandig.  

Vierhandige beiaardmuziek klinkt rijker dan tweehandig gespeelde muziek. Vooral op zware beiaarden heeft een toegevoegde waarde omdat het gebruik van de kleine klokjes een extra dimensie kan geven aan de gespeelde muziek. Meestal speelt de primo-speler enkel op de hoogste twee octaven, terwijl de secundo-speler het derde octaaf en het pedaalspel voor zijn rekening neemt. Voor aanvaardbaar vierhandig spel heeft men een beiaard van minimaal vier octaven nodig. Vierhandig beiaardspel stelt hoge eisen aan het coördinatievermogen van de spelers. Twee spelers die onvoldoende automatismen ontwikkeld hebben, produceren vaak een rommelig resultaat.

Vierhandig beiaardspel is een relatief recent fenomeen. De eerste vaste duo’s ontstonden rond 1990. De bekendste duo’s in Vlaanderen en Nederland zijn het Nederlands Carillon Duo, Four Fists, Reverte i Van Assche, het Hemony-duo en The Bells’ Angels.

Het Leuvens duo The Bells' Angels. De handschoenen dienden enkel voor de fotosessie.

 

7. Kan een beiaardier samenspelen met andere instrumenten ?  

Jazeker. 

De jongste decennia heeft men de beiaard gebruikt in allerlei combinaties : met koperblazers, gitaar, mandoline, piano, doedelzak, solozang, koor, harp, een cello-ensemble, tape enz.  

De meeste van de pogingen om van de beiaard een kamermuziekinstrument te maken, bleken eerder goedbedoelde experimenten te zijn dan aantrekkelijke muzikale prestaties. De oorzaken hiervan zijn velerlei : onaangepaste muzikale arrangementen, coördinatieproblemen tussen beiaardier en andere musici, problemen met de klankbalans, onjuiste stemming enz.

De beste resultaten worden bereikt wanneer de andere musici zich samen met de beiaardier in de toren bevinden en de klank van hun instrumenten versterkt wordt in de klokkenkamer. De musici hebben dan visueel contact met elkaar en de klank van beiaard en andere instrumenten bereikt dan gelijktijdig het publiek. Hetzelfde effect wordt bereikt indien men gebruikt maakt van een rijdende beiaard die vlak bij de andere instrumenten staat. De instrumenten die het best met beiaard accorderen zijn koperblazers en tokkelinstrumenten. Enkele mooie werken voor beiaard en koperblazers zijn Moessorgski’s Schilderijententoonstelling in een bewerking van Wim Franken en het drieluik Orthodoxia van Werner Van Cleemput.  

   

   Over de job van beiaardier  

1. Zijn alle beiaardiers bejaard en hebben ze een baard ?  

Neen. 

De gemiddelde leeftijd van een beiaardier ligt rond de veertig jaar en er zijn beiaardiers van alle leeftijden. Het gemiddelde gewicht van de beiaardiers is ons niet bekend, maar het ligt zeker niet boven het gemiddelde van de bevolking. Je moet dus geen zwaargewicht zijn om de beiaard te kunnen spelen. Overigens geven ook steeds meer vrouwelijke beiaardiers zich over aan de geneugten van het klokkenspel.  

Het enige waarin beiaardiers zich wellicht onderscheiden van de andere stervelingen is het feit dat zij wellicht meer dan de gemiddelde bevolking hun baard laten groeien. Maar dat fenomeen zien we meer in Vlaanderen dan elders. Laten we dit maar toeschrijven aan het artistiek cachet dat beiaardiers zich wel eens aanmeten.  

De foutieve fysieke beeldvorming rond de beiaardier heeft verschillende oorzaken. Ten eerste heeft het instrument bij velen een wat ouderwets imago. Verder hebben de talrijke foto’s van de gebaarde Mechelse beiaardiers Jef Denyn en Staf Nees ongetwijfeld een rol gespeeld in de beeldvorming. En vermoedelijk heeft ook de literaire figuur van Quasimodo, de gebochelde klokkenluider van de Parijse Notre Dame, de beiaardier het imago gegeven van een haveloze man die wat wereldvreemd bivakkeert in zijn toren. Of ligt het aan de gelijkenis van de woorden bejaard en beiaard ?  

   

2. Is beiaardspelen een beroep ?  

Voor de meeste beiaardiers is het beiaardspel een hobby die “wat uit de hand is gelopen”. De financiële verloning laat immers geen voltijds engagement in de beiaard toe. De meeste beiaardiers combineren het beiaardspelen dan ook met een ander beroep in de muzikale of buitenmuzikale sfeer. Een combinatie die wel eens voorkomt is die van organist-beiaardier.  

Slechts indien een beiaardier vier tot zeven bespelingen per week kan geven, kan hij van het instrument leven. Daarvoor moet een beiaardier dan ook titularis zijn van drie tot vijf instrumenten. In België is dat hoge uitzondering, maar in Nederland zijn er een tiental beiaardiers die op deze wijze een voltijds beiaardierschap hebben kunnen uitbouwen.

Ook al is beiaardspelen voor de meeste beiaardiers niet hun hoofdbezigheid, toch dient men het beiaardspelen ernstig te nemen. Men speelt immers in opdracht en men heeft altijd een publiek. 

 

3. Welk nut heeft een beiaardier nog in onze multimedia-maatschappij ?  

Een beiaardier heeft nog steeds een sociale functie in de maatschappij van vandaag. 

Die maatschappij denkt en handelt immers meer en meer doelgroepgericht en gesegmenteerd, en ook de media spelen hierop in. Hierdoor bestaat het risico dat we evolueren naar een versnipperde samenleving waarin verschillende groepen niet meer met elkaar zullen communiceren en waarin solidariteit steeds meer op de achtergrond zal komen. Maar de beiaard speelt nog gratis voor iedereen, zonder onderscheid in inkomen, ras, sociale status, lifestyle enz. De beiaard is een van de weinige overgebleven massamedia in de letterlijke betekenis van het woord en creëert dus de collectieve luisterervaring bij uitstek. Hopelijk zaait de beiaardier hierdoor een stukje solidariteit in onze maatschappij.  

Bovendien creëert de beiaard een tijdsperspectief. Onze maatschappij evolueert zo snel dat de mensen al eens het hoofd kwijtraken. De beiaardier zet een eeuwenoude traditie voort en schept hierdoor een band met het verleden. Hij is in onze moderne steden een factor van vertrouwdheid en continuïteit. Hij is een houvast in de stroom van de tijd en spoort de luisteraar aan om de oppervlakkige ervaring van het hier en nu te overstijgen.  

De beiaard is nog steeds ingeburgerd in het Vlaamse volksleven, zoals blijkt uit de naam van talrijke cafés en tavernes (hier te Postel).

 

4. Ik wil beiaardier worden. Hoe begin ik er aan ?  

 

Men kan beiaardier worden net zoals men pianist of violist kan worden. Er is echter één groot verschil : de markt voor beiaardiers is veel kleiner dan die voor de andere musici. De meeste musici kunnen, afhankelijk van hun talent en ambitie, een toekomst uitbouwen als solist, als uitvoerder in een orkest, kamermuziekensemble of fanfare, of gewoon als vrijetijdsmuzikant. Maar een beiaardier kan zijn activiteit slechts uitoefenen indien hij over een beiaard beschikt. Bovendien mag een beiaard niet bespeeld worden om het even welk moment en door om het even wie.  

Door de beperkte markt voor beiaardiers kan je het instrument niet leren in elke muziekschool of conservatorium. Er bestaan ter wereld slechts vier gespecialiseerde scholen. 

Het oudste en bekendste instituut is de Koninklijke Beiaardschool “Jef Denyn” te Mechelen. Deze school heeft bijkomend afdelingen te Halle, Leuven, Peer, Roeselare en Ronse. Sinds enkele jaren kan men ook een beiaardgraad halen aan de Hogeschool voor de kunst te Leuven (het voormalige Lemmensinstituut). De andere beiaardscholen bevinden zich te Amersfoort (Nederland), Douai (Frankrijk) en Logumkloster (Denemarken). Hiernaast bestaan enkele kleinschaliger initiatieven aan plaatselijke muziekscholen.  
Het historisch  huis "Het Schip" biedt plaats 
aan de Mechelse beiaardschool.

In theorie kan men beiaard beginnen te studeren met enkel een goede kennis van notenleer. De meeste startende studenten hebben echter enige praktijk in piano of orgel. Organisten hebben het voordeel dat zij reeds ervaring hebben met pedaalspel. Pianisten hebben daarentegen het voordeel dat zij gewoon zijn te spelen op een aanslaggevoelig instrument.  

Naast het beiaardspel zelf wordt aan een beiaardschool ook harmonie, beiaardgeschiedenis en klokkenkunde of campanologie gedoceerd. Een student volgt de lessen normalerwijze een halve dag per week. Afhankelijk van de vorderingen van de student duren beiaardstudies drie tot acht jaar.  

Het beiaardiersdiploma is nog geen toegangsticket tot een actieve beiaardierscarrière. Dat hangt immers af van de beschikbare beiaardiersfuncties. De eigenaar van een beiaard (meestal een gemeentebestuur) bepaalt hoe het beiaardiersambt wordt ingevuld. Meestal wordt het laureaatsdiploma van een erkende beiaardschool geëist. Indien zich meerdere kandidaten aanbieden voor een beiaardiersfunctie, wordt meestal een vergelijkend examen georganiseerd. De Vlaamse Beiaardvereniging adviseert de gemeentebesturen die het wensen in het organiseren van de beiaardiersfunctie.  

 

   

    Over het beiaardrepertoire    

1. Kan elk soort muziek gespeeld worden op beiaard ?  

Niet alle muziek kan op de beiaard worden gespeeld. Daarin verschilt de beiaard trouwens in niets van de andere muziekinstrumenten. Je speelt immers ook geen Jazz op harp of Mozart op elektrische gitaar. Maar op een beiaard kunnen toch verrassende veel muziekstijlen tot klinken worden gebracht.  

Beiaardmuziek kan worden ingedeeld in vier categorieën : volksliedbewerkingen, arrangementen van populaire muziek, bewerkingen van klassieke muziek en oorspronkelijke beiaardmuziek.  

De meesten onder ons associëren klokkenmuziek met Het Ros Beiaard, de Reuzegom, Annemarieken en dergelijke. De Mechelse beiaardschool zag in de beiaard inderdaad een middel om de schat aan Vlaamse volksliederen in ere te houden en onder de bevolking te verspreiden. De laatste decennia is de actualiteitswaarde van de meeste Vlaamse volksliederen sterk verminderd en hebben een aantal onder hen elke betekenis voor de bevolking verloren. Steeds meer wordt dan ook de noodzaak om nog Vlaamse liederen te spelen, door beiaardiers in vraag gesteld. De belangstelling voor het volkslied heeft wel een rijke beiaardliteratuur opgeleverd. Verschillende 20ste-eeuwse beiaardiers hebben immers het volkslied gebruikt als basis voor kwalitatief hoogstaande beiaardwerken. Enkele voorbeelden zijn de Variaties op “Het waren twee conincxkinderen” van Jos Lerinckx of de talrijke bewerkingen van Engelse, Schotse en Amerikaanse volksliederen door de Amerikaanse beiaardiers Ronald Barnes en Milford Myhre.  

Behoort het volkslied tot de populaire muziek van vroeger, dan kan de beiaard natuurlijk ook de populaire muziek van nu spelen. Veel beiaardiers hebben daarom popmuziek, filmmuziek en moderne dansmuziek op hun repertoire staan. Om op klokken mooi te klinken dient een song wel voldoende melodisch te zijn. De dominantie van het ritme in de meeste hedendaagse pop- en dancemuziek maakt deze muziek ongeschikt voor beluistering op klokken. Maar evergreens van The Beatles, Billy Joel en Burt Bacharach doen het uitstekend op beiaard. En een beiaardversie van The Godfather of Schindler’s List kan een ganse stad onderdompelen in een sfeertje van romantiek. Een vuistregel is : hoe meer een nummer gespeeld of gezongen wordt in coverversies, des te groter de kans dat het ook op beiaard mooi klinkt.  

Veel klassieke muziek kan op een voordelige manier worden bewerkt voor klokken. Dat geldt in het bijzonder voor renaissance- en barokmuziek en werk uit de vroege romantiek. De muziek van Johann Sebastian Bach vormt een onuitputtelijke bron van muzikaal genot voor de beiaardier en zijn publiek, en ook muziek van Schubert, Schumann en Mendelssohn doet het goed op klokken. Hoe later men in de romantiek gaat, des te moeilijker wordt het om de muziek op een transparante manier weer te geven op de beiaard. De complexe harmonieën, chromatiek en onverwachte modulaties van bijvoorbeeld Mahler en Wagner creëren op lang uitklinkende klokken een wrang klankbeeld dat geen recht doet aan de oorspronkelijke muziek.  

In het algemeen kan men stellen dat vooral muziek voor tokkelinstrumenten zoals luit, gitaar of harp, uitstekend klinkt op beiaard.                        

De laatste categorie van  beiaardmuziek is de muziek die speciaal voor het instrument geschreven werd. De 18de-eeuwse beiaardmuziek is sterk beïnvloed door de klavecimbelmuziek van die tijd.Onder invloed van de Mechelse school ontstond rond 1920 een compositiestijl die sterk romantisch van inslag was. De muziek van Staf Nees, Jef Rottiers en anderen speelde sterk op het gemoed en verkende de technische en expressieve grenzen van het instrument.Na de 2de Wereldoorlog ontstond in Nederland een vernieuwd repertoire, waarbij alternatieve toonsoorten nieuwe klankkleuren deden onstaan. Belangrijke componisten waren hier Leen ’t Hart en Henk Badings. Ongeveer gelijktijdig begonnen de Amerikanen Roy Hamlin Johnson en Ronald  Barnes muziek te schrijven in een eigentijds idioom, dat de lange uitklinktijd van de zware klokken benutte voor het creëren van sfeervolle muziek waarin de klokken werkelijk “op hun best” klinken. Het is niet toevallig dat in het land waar de repetitief-minimalistische muziek het eerst tot ontwikkeling kwam, ook een vernieuwend beiaardrepertoire ontstond, gebaseerd op sfeerschepping en herhaling. 

Ook vandaag worden de interessantste beiaardwerken geschreven door Amerikaanse beiaardiers. Bekende namen zijn onder meer Robert Byrnes, Albert Gerken, John Courter en Frank dellaPenna. In Vlaanderen werd het repertoire de laatste jaren verrijkt met knap werk van de Antwerpse stadsbeiaardier Geert D'hollander.

 

2.  De bloeiende beiaardcultuur van vroeger heeft ongetwijfeld een schat aan oude  beiaardmuziek opgeleverd ? 

Helaas niet. 

De verzamelingen beiaardmuziek uit de bloeiperiode van de beiaardkunst kan je op de vingers van twee handen tellen. De reden hiervoor ligt voor de hand. Beiaardmuziek werd vroeger nooit in druk uitgegeven, gezien de beperkte afzetmarkt. Elke beiaardier schreef gewoon zijn muziek voor eigen gebruik. Daarom mag het haast een wonder heten dat er nog enkele historische beiaardboeken zijn bewaard gebleven.  

Het oudste nog bestaande handschrift is het boek met muziek voor het automatisch speelwerk van de Brusselse stadsbeiaardier Theodoor de Sany uit 1648. Verder is het Gents versteekboek van pater Philippus Wyckaert uit 1681. De oudste verzameling speelmuziek is een boekje met kerstliederen uit 1728, bestemd voor de Antwerpse stadsbeiaard. Hiernaast zijn er de beiaardboeken bewaard uit Antwerpen (1746), Leuven (1756 en 1780), Sint-Omaars (1785) en Delft (laat 18de-eeuws). De meeste van de stukken in die bundels zijn beiaardbewerkingen van bestaande marsen, menuetten, liederen, klavecimbelwerk en gelegenheidsmuziek. Dat leert ons dat tot in de 18de eeuw geen autonoom beiaardrepertoire bestond en dat de beiaard nog meer dan nu een spiegel was van de muzikale smaak van zijn tijd.  

De oudste beiaardmuziek pur sang zijn de 11 preludia voor beiaard van de Leuvense stadsbeiaardier Matthias Vanden Gheyn (1721-1785). Deze virtuoze werken zijn geschreven met inachtname van de technische en akoestische eigenschappen van het klokkenspel en behoren tot het ijzeren repertoire van de beiaardier.  
 

Drie oude beiaardhandschriften : 

Links : de mars uit het De Gruyttersboek (1746) combineert twee Vlaamse tradities : de beiaard en de begijnen.

Midden : het Leuvens Beiaardhandschrift uit 1756 bevat 12 virtuoze variaties op Les Folies d'Espagne, de absolute nr. 1-hit op onze 18de-eeuwse beiaarden. 

Rechts : Het 4de beiaardpreludium van Matthias Vanden Gheyn in het oorspronkelijk handschrift : beiaardmuziek in wording.
 

 

3.  Welke beroemde componisten hebben voor beiaard gecomponeerd ?  

Bijzonder weinig bekende componisten hebben zich gewaagd aan het schrijven van beiaardmuziek. De reden hiervoor is zeer eenvoudig : het instrument was hun onbekend.  

Beiaardland zou er compleet anders uitgezien hebben als Bach beiaardfuga’s zou geschreven hebben, als Mozart zijn genie zou gebruikt hebben om klokkenmuziek te schrijven en als Beethoven zou kennis gemaakt hebben met de expressieve kracht van het klokkenspel. Händel, Haydn, Mozart en Beethoven schreven wel muziek voor automatische uurwerken, werkjes die alleraardigst klinken op beiaard. Daarnaast zijn een aantal van hun grotere werken bewerkbaar voor beiaard. En het feit dat zoveel muziek van J.S. Bach prachtig klinkt op klokken is een zegen voor de beiaardiers.  

De bekende componisten die beiaardmuziek hebben geschreven, deden dit meestal naar aanleiding van een toeval of een plaatselijke omstandigheid. Het zijn Edward Elgar, Willem Pijper, Alfons Diepenbrock, Samuel Barber, Nino Rota, Gian-Carlo Menotti en John Cage.  

In de Lage Landen hebben enkel Jef van Hoof, Arthur Meulemans en Henk Badings een relatief omvangrijk en kwalitatief beiaardrepertoire bijeengeschreven. In recente jaren is er kwalitatief werk geschreven door onder meer Wilfried Westerlinck, Frederik Devreese en Kurt Bikkembergs.  

 

4. Bestaan er CD-opnamen van beiaardmuziek ?  

Er bestaan talrijke opnamen van beiaardmuziek. Veel van die opnamen zijn echter van mindere kwaliteit. Het is immers moeilijk om beiaardmuziek op een goede manier op te nemen. Wanneer de micro’s te dicht bij de klokken hangen, worden te veel boventonen opgenomen en bestaat het risico dat mechanische geluiden van het beiaardspel ook worden opgenomen. Wanneer de micro’s daarentegen op de luisterplaats worden geplaatst, wordt de klokkenmuziek steeds ontsierd door storende nevengeluiden, zoals verkeer, de wind enz.  

Bovendien maakt de nagalm van klokken het werk in de montagekamer moeilijk. Het is vrijwel onmogelijk om verschillende versies te knippen en te plakken zonder dat het klankbeeld verstoord wordt.  

Ook een kwalitatief perfecte opname mist een dimensie die het live beluisteren van een beiaardconcert wel heeft : de omgeving, de stad en de spanning van het moment zelf.  

Kortom : een beiaardopname kan best aantrekkelijk zijn, maar geef mij toch maar the real stuff : het live-gebeuren van een beiaardconcert.

Dat mag u uiteraard niet beletten om even te klikken op Luister  

  

  Over het beluisteren van de beiaard  

 

1. Hoe kan ik weten waar en wanneer de beiaard wordt bespeeld ?  

Er bestaan twee soorten van  “beiaardevenementen” : bespelingen en concerten. Een bespeling vindt plaats op geregelde tijdstippen, meestal het ganse jaar door. De beiaardier speelt hier niet voor een “echt” publiek, maar brengt door zijn bespeling sfeer. De beiaard treedt hier op als een soort begeleidingsinstrument dat bijdraagt tot het aangenaam vertoeven in de stad. In de meeste steden vonden vroeger 3 tot 5 bespelingen per week plaats. Nu zijn er meestal nog 1 à 2 per week, vaak op de marktdag (“marktbespeling”). Een beiaardbespeling wordt meestal verzorgd door de plaatselijke beiaardier.  

Pas in het begin van de 20ste eeuw is het begrip “beiaardconcert” ontstaan. Bij een beiaardconcert staat de beiaard in het middelpunt van de belangstelling. Naast de lokale beiaardier treden gastbeiaardiers op uit binnen- en buitenland en via promotie tracht men een geïnteressseerd publiek te bereiken. Beiaardconcerten zijn een zomers fenomeen : ze worden georganiseerd tussen juni en september.   

De lokale kalenders van bespelingen en concerten zijn beschikbaar in de meeste toeristische diensten. U kan het uzelf gemakkelijk maken door te surfen naar de website van de Vlaamse Beiaardvereniging of de Nederlandse Klokkenspel-Vereniging.                        

 

2. Ik ga naar een beiaardconcert. Wat mag ik verwachten ?  

In elke stad mag u wat anders verwachten.

Sommige steden leggen de luisteraars in de watten. Er is een rustige luisterplaats met stoelen of kussentjes voor het publiek, het verkeer wordt omgeleid, de luisteraars beschikken over een programmaboekje met uitleg over uitvoerder en de gespeelde werken, een commentator geeft bijkomende informatie en op een videoscherm is het beiaardspel live te volgen. Soms wordt er voor het concert een gratis torenbezoek of lezing georganiseerd.     

De beiaardconcerten in Mechelen trokken in de gloriejaren de beau-monde van ons land aan. Na het concert werden extra treinen ingezet om de luisteraars weer naar Brussel of Antwerpen te brengen.

Andere steden bieden geen luistervoorzieningen en organiseren gewone bespelingen die in de zomer het etiket “concert” krijgen. Als je hier als luisteraar heengaat, dien je op zoek te gaan naar een plek waar de muziek niet versmoord wordt door het stadslawaai. Naar de titels van de gespeelde muziek heb je het raden en als je te lang naar de toren blijft staren wek je de belangstelling van voorbijgangers en ordediensten. Ik heb het al meegemaakt dat gelijktijdig met een beiaardconcert een promenadeconcert van een plaatselijke fanfare was gepland. Als je helemaal pech hebt, is de bespeling gewoonweg afgelast door vakantie van de plaatselijke beiaardier. Daarom kan het nuttig zijn vooraf enkele zaken te verifiëren op de plaatselijke dienst van toerisme of bij de plaatselijke beiaardier.  

Blijkt er na navraag geen luisterplaats te zijn, zoek dan een rustige plek niet te ver van de toren en liefst in visueel contact met de galmgaten. Een plek in het groen heeft de eigenschap de klank van de beiaard milder te maken. Indien je het zachtste nootje nog haarfijn wil horen, ga dan op zoek naar een klankkamer. Een ommuurd steegje is een perfecte resonantieruimte.  

Een beiaardconcert heeft een standaardduur van één uur. Indien de stukken in het programmaboekje een nummer hebben, tikt de beiaardier dat nummer meestal aan voor hij een nieuw stuk begint. Zo kunnen laatkomers of verstrooide luisteraars het programma toch volgen. Het publiek op de luisterplaats applaudisseert normalerwijze enkel aan het einde van het concert. In tegenstelling tot wat de meeste luisteraars denken, hoort een beiaardier het applaus tot boven in de toren. Als je van het concert genoten hebt, doe je de beiaardier een groot plezier door hem na het concert op te wachten en de hand te drukken. De ogenblikken waarop een beiaardier direct contact heeft met zijn publiek, zijn immers vrij schaars. Of stuur hem een mailtje : zelfs beiaardiers hebben tegenwoordig een e-mailadres !  

In de meeste steden is het publiek op de luisterplaats niet talrijk : het varieert van enkele tientallen tot enkele honderden. Toch bereikt een beiaardconcert een ruim publiek : sommige inwoners zetten op zomeravonden hun raam open, anderen nodigen gasten uit om in de tuin naar de beiaard te luisteren en heel wat toeristen genieten nog het meest van beiaardklanken tijdens het drinken van een glas op een rustig terrasje. Zelf wandel ik graag rond tijdens een beiaardconcert : je hoort het instrument telkens op een andere manier en je voelt het best de symbiose tussen klokken en stad. Dat is een van de aantrekkelijke aspecten van een beiaardconcert : iedereen geniet ervan op zijn eigen manier, en dat helemaal gratis.
Iedereen geniet op zijn eigen manier (Lake Wales, USA)

 

In de Verenigde Staten wordt het beluisteren van de beiaard vaak gekoppeld aan een familie-uitstap. Het ganse gezin zet zich neer op het grasperk aan de toren, spreidt een deken uit, haalt boterhammen en thermos uit en laat de beiaardklanken maar over zich heen komen. Enkele plaatsen aan de Amerikaanse oostkust, zoals Hartford, Lake Wales, Springfield (Ill.) en Whitemarsh  halen op die manier toehoordersaantallen waar men in Europa enkel maar kan dromen. 

Beiaardconcert in de USA : de picknick wordt in gereedheid gebracht. 

 

De eeuwige spelbreker is natuurlijk het weer. Het vergt volharding om een uur lang in de gietende regen of striemende wind naar de klokken te blijven luisteren. Bovendien vormt de regen een onaangename begeleiding van de beiaardmuziek. En plotse windstoten geven de klokkenklanken de gekste capriolen, die in het wetenschappelijk jargon Doppler-effect worden genoemd. 

Degenen die dan nog overblijven zijn beiaardliefhebbers for life. 

Luisteren naar de beiaard in Postel. De kloostergang biedt bescherming tegen het weer én een goede klankkast. 

3. Hoe moet ik een beiaardconcert beoordelen ?  

In de eerste plaats dient een beiaardconcert om “genoten” worden en niet om beoordeeld te worden. Toch is het perfect mogelijk om de kwaliteit van een beiaardconcert te beoordelen. Dezelfde parameters die voor elk klassieke concert gelden, gaan immers ook op voor een beiaardconcert. 

Het concert dient vooreerst te boeien. Deze nogal vanzelfsprekende vaststelling betekent dat de beiaardier best een afwisselend programma speelt en dat ook brengt op een aansprekende, als het ware vertellende manier. Ten tweede moet het concert appelleren aan de zin voor esthetiek van het publiek. De luisteraar kan hierbij letten op de ritmische zuiverheid van het beiaardspel, de balans tussen zware en lichte klokken, de contrasten in dynamiek, de ongedwongen virtuositeit, de helderheid waarmee de muzikale boodschap wordt weergegeven enz.  

Herhaalde beluistering maakt duidelijk dat de speler het verschil maakt, veel meer dan het instrument. Een voldragen interpretatie op een vals klinkend instrument spreekt veel meer tot de verbeelding van de luisteraar dan een onbeholpen uitvoering op een prachtinstrument.  

Het is jammer dat de meeste muziekrecencenten niet de moed hebben om een objectief verslag te schrijven van een beiaarduitvoering. Al te vaak beperkt men zich in de pers tot algemeenheden in de aard van “er was veel volk rond de toren en de zachte avond droeg bij tot de atmosfeer.” Een pers met een kritisch luisterend oor zou de waardering voor de beiaard als volwaardig muziekinstrument enkel maar doen stijgen.   

Blijkens deze karikatuur lokte zelfs het beiaardspel van Jef Denyn uiteenlopende oordelen uit bij het publiek.