hoofdstuk 5  
 Jef Denyn  
 en het ontstaan van de moderne beiaardkunst  

1892 is het startjaar van de moderne beiaardkunst. De Mechelse stadsbeiaardier Jef Denyn bracht de muzikale factor van de beiaard weer op de voorgrond en legde de grondslag voor een beiaardkunst van hoog niveau. De invloed die Mechelen uitoefende op de internationale beiaardcultuur was zo groot, dat de stad algemene erkenning kreeg als het Mekka van de beiaard.

  

1. De oorsprong van de Mechelse maandagavondconcerten 

Ook in de 19de eeuw bleef het beiaardspel in Mechelen gehandhaafd op hoog niveau, en dat vooral dankzij de stadsbeiaardier Adolf Denyn (1823-1894). Toen Denyn stilaan blind werd, moet zijn zoon Jef (1862-1941) hem aan het beiaardklavier vervangen. Hoewel Jef Denyn muzikaal grotendeels autodidact was en in feite voorgestemd was om ingenieur te worden, werd hij in 1887 stadsbeiaardier van Mechelen.

Dankzij zijn virtuositeit en zijn vakkennis kreeg hij al snel een goede naam in beiaardkringen. Op aanraden van de toenmalige schepen van Schone Kunsten, Theodoor De Coster, begon hij in 1892 met het geven van zomerconcerten op maandagavonden. Denyn en zijn bewonderaars hoopten dat de sereniteit van de avond meer aandacht zou opwekken voor de beiaardconcerten. Vijftien jaar lang bleef de belangstellling achterwege, om vanaf 1907 echter explosief toe te nemen. Hiervoor vallen twee factoren aan te wijzen.

Nadat Denyn in 1906 een concert had gegeven naar aanleiding van het 29ste Taal- en Letterkundig Congres te Brussel, werden zijn concerten ook bekend in Nederland.

Ongeveer gelijktijdig begon de toeristische organisatie Mechelen-Aantrekkelijkheden de beiaardconcerten actief te promoten. In binnen- en buitenland werd publiciteitsmateriaal verspreid en werd de pers werd bewerkt. Er werden programmaboekjes beschikbaar gesteld in drie of vier talen, soms op een oplage van 10.000 exemplaren. Vanuit Antwerpen en Brussel werden speciale treinen ingezet. De plaatselijke horeca speelde gretig in op de belangstelling en al vlug stroomden op maandagavonden in de zomer duizenden luisteraars naar Mechelen.

Een aantal toeristen zocht heil op de terrassen van de horecazaken. Voor hen verschenen in de programmaboekjes advertenties met vermeldingen zoals "Café-restaurant Cécil. Souper pendant et après les Concerts de Carillon". of "Taverne Windsor. Coquet jardin pour la dégustation, excellente place pour le concert de carillon". Of nog : "Un joyeux Carillon. Demandez les produits CINZANO dans tous les cafés de Malines". Verder werden in de programmaboekjes allerlei produkten aangeprezen, gaande van schokdempers tot aspirines.

Maar terwijl de toeristen op de terrassen rustig aan hun drankje nipten, stonden de echte liefhebbers met ingehouden adem te luisteren in het legendarische Straatje zonder Einde.

De betovering die op deze plaats van de maandagavondconcerten uitging kan nog volop geproefd worden aan de hand van een groot aantal poëtische ontboezemingen. Hieronder volgt een korte bloemlezing.

"Dan werd het wonder verwezenlijkt en steeg er uit den verweerden toren-kolos een zang op, die de menschen uit de huizekens van het straatje zonder Eind naar buiten lokte, die van alle kanten de luisterenden bracht op de Groote markt" (D.J. Van de Ven).  

"En inderdaad, Jef Denyn is een wonderbaarlijk kunstenaar... Ik denk aan die gevoelsverfijning, aan dat klankgenot dat hij in zijne vingertoppen voelt, hij de meester die het niet hoort, maar die weet, dat het daar beneden suaaf moet zijn, als jubelen en snikken van hemelsche stemmen.

De doove en blinde man - want hij ziet zijn publiek niet - hij zit daar heel, heel in de hoogte, ver boven de wereld, en hij speelt voor zichzelf, speelt wat in zijn lichaam zingt en woelt...

En terwijl ik, hier in de duisternis beneden, zijn eigen klokken-praeludium hoor, hartstochtelijk en teeder in de schakeering, denk ik - 't is dwaas, niet waar ? - denk ik aan den dooven, eenzamen Beethoven ...". (Karel van de Woestijne).

"L'effet est merveilleux d'émotion, de pénétration, de grâce. Il semble que la tour est un être vivant, ouvrant ses puissantes lêvres, remuant sa lourde langue en métal, dilantant ou resserrant son gosier de granit. Tout est force, sonorité, souplesse. " (Edmond Picard).  

Een constante die in alle beschrijvingen weerkeert is het sterke contrast dat Denyn wist te leggen tussen ragfijn tremolospel in de kleine klokjes en krachtige passages met de sonore basklokken. De suggestieve kracht van zijn interpretaties werd nog versterkt door het visuele beeld van de stoere Sint-Romboutstoren in de avondschemering.  

Denyns muziek putte haar effect door het voortdurend balanceren tussen haast overdreven lyriek en grote virtuositeit en is misschien nog het best te vergelijken met de grillige expressiviteit van de pianomuziek van Franz Liszt. Ze is door en door gedacht voor klokken en maakte school : tot in de jaren ‘50 droegen de Belgische beiaardcomposities onbetwistbaar de stempel van Jef Denyn.

Reeds tijdens zijn leven groeide Jef Denyn uit tot een mythe. Steevast kreeg hij titels als de prins der beiaardiers, de grootste beiaardier van alle tijden, the master Bell Master e.d. Het mooiste epitheton komt van W.G. Rice, die we straks nog zullen ontmoeten : a soul in peace, among the stars.

 2. Het Denynstelsel

Naast musicus was Denyn ook een begaafd mechanicus. Hij bracht dan ook aanzienlijke verbeteringen aan aan de mechaniek van de Sint-Romboutsbeiaard. Hij gebruikte tuimelaars of hefbomen in plaats van de courante broekverbindingen om de verticale beweging van de toets om te zetten in een horizontale beweging van de klepel ; hij verbond de klepels van verschillende klokken onderling om zijdelingse bewegingen van de klepels te voorkomen ; hij bracht bladveren aan om de klepel onmiddellijk na de aanslag weer van de klokwand weg te trekken.  

Hoewel deze verbeteringen op naam van Jef Denyn staan, zijn ze wellicht niet door hemzelf uitgevonden. Hij was er echter in elk geval de enthousiaste promotor van.

De verbeteringen van Denyn lieten grote contrasten in klankvolume en een grotere stabiliteit in snelle passages toe. Bovendien maakten ze een nieuwe techniek mogelijk, het zogenaamde tremolospel. Deze techniek bestaat erin twee tot vier noten snel na elkaar afwisselend te spelen, opdat de luisteraar de indruk krijgt dat één aangehouden toon wordt gespeeld. Men kan het vergelijken met het tremolospel van een mandoline of zelfs het vibrato waarmee strijkinstrumenten een lange noot meer expressie kunnen geven. Dit effect werd door Jef Denyn "gebonden zang" genoemd en is zowat het handelsmerk geworden van de Mechelse romantische speelstijl.  

Ondanks het feit dat in Denyns tijd reeds werd opgemerkt dat sommige klokken van de Sint-Romboutsbeiaard niet helemaal juist klonken, diende het instrument toch als voorbeeld voor beiaarden overal ter wereld. Het feit dat dat hij in een zogenaamde gesloten toren hing, met een voordelige echowerking, maakte hem uitermate geschikt voor het expressieve tremolospel, dat door Denyn op zeer suggestieve wijze werd aangewend.  

Met de Mechelse beiaard als model adviseerde Denyn in België, Nederland en Frankrijk bij de herinrichting van een groot aantal beiaarden. De tegenstand die hij daarbij in 1916 in Nederland ervoer, leidde tot de zogenaamde broekse en tuimelaarse twisten. Uiteindelijk won de muzikaliteit het van een misplaatst streven naar historische “zuiverheid”, en werden bij alle Nederlandse beiaarden de broeksystemen vervangen door “Mechelse tuimelaars”.

Langzaam werd de sobere, droge Hollandse speelstijl verdrongen door het zwierige, “Bourgondische” spel van de Belgische beiaardiers.

In loop van deze eeuw werd de Mechelse beiaard aangetast door luchtverontreiniging, wat zijn klankkwaliteit in ongunstige zin beïnvloedde.

Het Denynstelsel werd de jongste dertig jaar verbeterd, maar is in essentie nog steeds de standaard voor beiaardinrichting.

  

3. De oprichting van de Mechelse beiaardschool

Gelijktijdig met de groter wordende populariteit van de Mechelse zomeravondconcerten groeide ook de bekommernis om het niveau van de beiaardiers op een hoger peil te brengen. Met dit doel werden in 1897 en 1910 te Mechelen beiaardwedstrijden ingericht. De stichting van een school was dan ook niet meer dan een logische volgende stap.

In 1913 verscheen een prospectus van de op te richten school. De plannen werden echter onderbroken door de Eerste Wereldoorlog. Uiteindelijk werd de school opgericht in 1922. Dit gebeurde naar aanleiding van het 35-jarig ambtsjubileum van Jef Denyn als stadsbeiaardier en het eerste Internationaal Beiaardcongres, dat te Mechelen plaatsvond. 

De school kwam tot stond stand met een staatssubsidie en giften van particulieren. De grootste steun kwam echter uit de Verenigde Staten, waar onder meer de beroemde oliemagnaat John D. Rockefeller Jr. het initiatief een warm hart toedroeg en er fondsen werden verzameld door de Belgian-American Educational Foundation. Ondanks de buitenlandse steun heeft de beiaardschool reeds vanaf het begin te kampen gehad met financiële moeilijkheden.

Dertig jaar lang kon de Mechelse beiaardschool zich er op beroemen de enige school in haar soort ter wereld te zijn. Alle musici die een ernstige ambitie hadden om beiaardier te worden, kwamen dan ook naar Mechelen en haast alle vooraanstaande beiaardiers in binnen- en buitenland hadden te Mechelen gestudeerd. Het monopolie van Mechelen werd doorbroken toen in 1953 in Amersfoort de Nederlandse Beiaardschool werd opgericht. Later volgden nog de beiaardscholen van Douai (Frankrijk) en Logumkloster (Denemarken). Ook maakt beiaardspel thans deel uit van het lessenpakket van enkele Amerikaanse universiteiten. 

Maar ondanks de internationale concurrentie hield de Mechelse beiaardschool goed stand en bleef ze studenten aantrekken uit alle delen van de wereld : Nederland, Frankrijk, Denemarken, Engeland, Duitsland, de Verenigde Staten, Portugal, , Rusland, Hongarije, China, Taiwan en Zuid-Afrika.

Momenteel huist de school in het Schipke, een 18de-eeuws pand in Louis XIV-stijl in de Merodestraat.  

Sinds enkele jaren werkt de beiaardschool met nevenafdelingen, waar leerlingen de beginselen van het beiaardspel aangeleerd krijgen. In 1983 werd een afdeling opgericht binnen de schoot van de K.U. Leuven, in 1990 ontstonden afdelingen te Halle en te Osaka (Japan) en in 1992 werd een afdeling opgericht te Roeselare.

Een opleiding tot beiaardier duurt in principe zes jaar, maar kan, afhangend van de vorderingen van de leerling, korter of langer duren. Op het leerprogramma staan naast beiaardspel ook nog de vakken harmonie en compositie, improvisatie, beiaardgeschiedenis en campanologie. De kandidaten voor het einddiploma dienen een verhandeling voor te leggen en hun eindexamen af te leggen op de nieuwe Sint-Romboutsbeiaard.  

Sinds de oprichting van de school werden ongeveer 150 leerlingen gediplomeerd. Dit is dus een gemiddelde van bijna twee per jaar.

De opvolgers van Denyn als directeur van de school waren Staf Nees (1945-1965), Piet van den Broek (1965-1981) en Jo Haazen (1981-heden). Hoewel het niet reglementair is vastgelegd, is het directeurschap van de school normalerwijze gekoppeld aan het ambt van stadsbeiaardier te Mechelen. Van die traditie is tot nog toe enkel afgeweken in de jaren 1932-1941, toen Jef Denyn het ambt van stadsbeiaardier neergelegd had ten voordele van Staf Nees, maar de functie van directeur behield.

De bekendste leraar van de beiaardschool was de Vlaamse toondichter Jef van Hoof, die van 1925 tot aan zijn dood in 1959 harmonie en compositie doceerde.

  

4. De aantasting van de Mechelse dominantie 

De uitstraling van de Mechelse beiaardcultuur was nauw verbonden met de figuur van Jef Denyn.

Toen hij het stadsbeiaardierschap te Mechelen had neergelegd in 1932, ging de belangstelling voor de maandagavondconcerten geleidelijk achteruit, om achteraf nooit meer het peil te bereiken van voor de Eerste Wereldoorlog. In de jaren '60 geraakte het Straatje zonder Einde als luisterplaats in onbruik.

Geleidelijk werden ook in andere Belgische steden zomeravondconcerten georganiseerd. In Brugge en Antwerpen vonden ze zelfs plaats op maandagavond, met de expliciete bedoeling Mechelen concurrentie aan te doen !

Stilaan kwamen er meer goede beiaarden bij, zodat de Mechelse beiaard geleidelijk zijn aureool van "beste beiaard ter wereld" ging verliezen. Tegelijk begonnen de defecten aan de klokken van de Mechelse beiaard zo duidelijk te worden, mede door de toenemende luchtverontreiniging, dat het instrument uiteindelijk niet meer aanvaardbaar was als muziekinstrument en in 1981 werd vervangen door een nieuwe beiaard.

Toch volgen momenteel nog steeds enkele honderden aandachtige luisteraars de maandagavondconcerten, een aantal dat men elders in België en Nederland niet terugvindt, op Antwerpen na. De huidige luisterplaats is de binnentuin van het Cultureel Centrum. Het feit dat Mechelen sinds 1981 een moderne stadsbeiaard bezit speelt uiteraard mee in de blijvende aantrekkingskracht van de Mechelse zomeravondconcerten. Om de 5 jaar vindt te Mechelen de Koningin Fabiolawedstrijd plaats, dat zowat het equivalent is van het Koningin Elisabethconcours.

De aanwezigheid van een beiaardschool met grote uitstraling is bovendien een constant gegeven dat maakt dat Mechelen zijn status van hoofdstuk van de beiaard heeft kunnen behouden.